Oké Jan
‘Die heb ik nooit gekend’, reageerde Truus.
‘Klopt, jij was toen nog niet in beeld. Sterker nog, jij lag nog ergens op de ontwerptafel.’
‘Ik ben niet ontworpen’, lachte ze. Ik ben van de toeval.’
‘Ome Jan was een broer van mijn vader.’
‘O? Ik dacht dat hij alleen een zus had?’
‘Welnee, mijn vader had geen zus. Hoe kom je daar nou bij?’
‘Sorry schat, jouw familie is zo’n ondoorgrondelijke wirwar van ooms, tantes, neven en nichten, daar prik ik niet doorheen.’
‘Dat moet ook niet. Zolang je mij maar in beeld hebt, mag je de rest vergeten.’
‘Behalve dan die Ome Jan van jou.’
‘Ja, die naam moet je onthouden. Was voor mij een voorbeeld van hoe je nuttig kan zijn.’
‘Nuttig?’
‘Ja Truus, elke dag als ik onze oprit veeg, draag ik hem in mijn gedachten bij mij.’
‘Jonge jonge, wat overdrijven we weer. Alsof het een halve God was.’
‘Geen halve God, hij was straatverger bij de gemeente Den Haag.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten