Knallen
‘Ik heb niks gehoord. Was het soms in je droom?’
‘Nee, ik werd er wakker van. Het leek wel zo’n duizenklapper.’
‘Heb je ze geteld?’
‘Bart, even serieus. Ik schrok enorm.’
‘Kan ik me voorstellen. Goh, ik heb echt niks gehoord!’
‘En toen?’
‘Hoezo “toen”?’
‘Nou ja, meestal zijn het van die groepjes die al schreeuwend over straat gaan.’
‘Nee, het bleef beperkt tot die knallen.’
‘Had mij maar wakker gemaakt.’
‘Waarom? Dan had ik twee problemen.’
‘Hoezo twee?’
‘Vuurwerk en gemopper van jou. Eigenlijk drie want ik kon ook niet meer in slaap komen.’
‘O, maar dan had ik je kunnen helpen?’
‘Ik zie nu iets van een wal en een sloot. Hoezo helpen!’
‘Nou ja, dan hadden we samen de klappers kunnen tellen. Tegen die tijd dat we de achthonderd-knallen-grens hadden gepasseerd, waren we in slaap gevallen.’
‘Wat is dat nou weer voor onzin’, riep ze nijdig.
‘Hoezo onzin? Bij schapen tellen lukt dat ook.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten