'Zeg buurman Bart ik wil niet vervelend zijn, maar jouw hond heeft gisteren onze kat achterna gezeten.' Met die melding kwam buurman Jonassen van 34. Ik stond net op de oprit onze logeerhond te plukken.
'Ja, ik hoorde zoiets van Truus. Maar voordat je verder gaat: het is niet onze hond.'
'Dat zal, maar hij rende wel achter onze kat aan.'
'Wat deed jullie kat dat "niet onze hond" achter haar aanrende?'
'Niks. Hij zat gewoon in de voortuin.'
'Katten zitten nooit "gewoon" in een voortuin', zei ik wijs.
'Onze kat wel. Die lag heel rustig in het zonnetje.'
'En toen kwam Blaffer hem wakker schudden?', vroeg ik.
'Ja, hij kreeg blijkbaar de geur in zijn neus.'
'Dat zou kunnen, zo'n kat stinkt enorm', grapte ik.
'Onze kat stinkt helemaal niet!'
'Was jullie kat niet toevallig de kanarie van 36 aan het begluren?', opperde ik.
'De kanarie van 36? Van mijn buurvrouw? Sinds wanneer heeft zij een kanarie?'
'Sinds vorige week woensdag. Het is de kanarie van haar moeder. Die is met vakantie.'
'En hoe weet jij dat dan?', vroeg hij. Hij werd steeds roder.
'Dat floot die kanarie. Dat liedje van "Ze gaat naar Zandvoort, al aan de zee, maar ik blijf hier want ik mag niet mee".'
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten