Totaal aantal pageviews

donderdag 9 april 2026

Lente

‘Het is weer echt lente, hè?’, stelde ze vast terwijl ze met haar arm kort naar de hemel zwaaide.
'Het begint er op te lijken', antwoordde ik zuinigjes.

We stonden beide met de fiets voor het rode verkeerslicht. Zij op een e-bike, ik op mijn opoe-kar.

'Waar begint het op te lijken?', vroeg ze.
'Op de lente. U zei net dat het weer echt lente is en toen zei ik dat het er op begint te lijken.'
'Ahh dat bedoelde u. Maar wat is volgens u dan de echte lente?', vroeg ze.
'Zoiets als vandaag', zuchtte ik.
'Dan klopt mijn stelling toch?'
'Welke stelling?'
'Dat het weer echt lente is.'

'Trouwens, heeft u al gedrukt?'
'Drukken?'
'Ja, op de knop. Om het groen te laten worden.'
‘Ik heb twee keer gedrukt maar er gebeurt weinig.’ 
 
‘U mag ook maar één keer duwen. Eén keer duwen is “aan”. Als je twee keer duwt gaat ie weer uit.’
‘En nu?’, vroeg ik. 
‘Ja, nóg een keer op de knop drukken, anders staan we hier over een uur nog.’
‘Sorry, ik stam nog uit de tijd van de klaar-overs’, riep ik vanuit mijn herinnering terwijl ik nogmaals drukte.
‘Klaar-overs?’
‘Ja, dat waren verkeersregelaars die je hielpen oversteken. Heel handig.’
‘En wat was daar zo handig aan?’
‘Daar hoefde je nooit op te duwen. Gingen altijd vanzelf.’

Het licht sprong op groen.
‘Fijne dag nog’, riep ze.
‘Fijne lente’, riep ik per retour en gaf opoe de sporen. 

Bart



de zoektocht

‘Het staat in het middelste kastje boven het aanrecht’, riep Truus vanuit de kamer.

‘Staat het niet’, constateerde ik terwijl ik het deurtje dichtklapte.
‘Dat moet, ik heb het er zelf ingezet!’
‘Dat kan niet, anders had het er nu nog gestaan.’

‘Je kunt niet zoeken’, zuchtte ze.
‘Ik kan prima zoeken’, vond ik.
‘Ja, misschien wel zoeken maar niet vinden!’
‘Omdat het er niet staat schat.’

‘Bart, het staat er wel. Achter de olijfolie.’
Ik opende opnieuw het deurtje.
‘Olijfolie staat er ook niet.’
‘Nou ja, mankeert er iets aan je ogen?’
‘Nee, ik zie wel een pot zout. Naast de paneermeel.’

‘Paneermeel? Dat staat er helemaal niet.’
‘O nee? Nou, ik zie duidelijk een doosje paneermeel.’
‘Wat staat erop dan?’
‘Wat denk je?’
‘Dat kan ik van hieraf niet zien!’
‘Paneermeel natuurlijk!’

‘Staat het daar niet achter?’
‘Eh… ja, daar staat het.’
‘Dan heb jij het daar zelf neergezet. Met het opruimen gisteren.’

‘Ik heb dat helemaal niet opgeruimd. En gisteren hebben we dat ook helemaal niet gebruikt.’

‘Dat weet ik’, gaf ze toe. Maar wel de paneermeel. Die heb je dus in het verkeerde kastje gezet.’ 

Bart