'Ik probeer wederom een klacht bij de gemeente in te dienen.'
'Een klacht? Wat heb je nu weer te klagen?', vroeg ze terwijl ze met de theedoek in haar hand erbij stond.
'Alsof ik altijd wat te klagen heb.'
'Nou ja Bart, ik denk dat de gemeente inmiddels overweegt om speciaal voor jou een extra ambtenaar aan te stellen.'
'Dan moeten ze hun werk maar eens goed doen. Dat doen ze niet.'
'Waar gaat het deze keer over?', vroeg ze.
'Het gaat nog steeds over die losse tegel voor aan de weg. Ik heb het pas drie keer gemeld.'
'En nu dan?'
'Ik typ nu met hoofdletters. Jammer dat het alleen geluidloos kan.'
'Geluidloos?'
'Ja, anders ging het geluid van een wekker mee.'
'Over welke tegel gaat het eigenlijk?', vroeg ze.
'Eerste rij, derde van de hoek. Hij wankelt.'
'Welke hoek?'
'Die ronde', riep ik geïrriteerd. 'Hier, hij weigert de klacht.' Ik kreeg hem terug.
'En waarom?'
'Weet ik veel. Ik krijg een hele tekst terug. En die ga ik niet lezen! Stomme ambtenaren!'
'Laat mij maar even.'
Ze legde de theedoek neer en schoof de tablet naar zich toe.
'Ah, kijk, jaaaaa, dat snap ik. Eh... straks even een zakje zand halen, Bart.'
'Een zakje zand? Willen ze nu ook nog dat we zelf materiaal regelen?' Ik voelde een enorme boosheid opkomen.
'Ja, want zoals ze inmiddels voor de vierde keer hebben aangegeven, is het stoepje van onszelf.'
Bart
