Totaal aantal pageviews

woensdag 6 mei 2026

Rijbewijs

‘Annie gaat haar rijbewijs halen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Wat zeg je?’
‘Dat Annie van der Heuvel haar rijbewijs gaat halen.’

‘O? Ga jij mee of zo?’
‘Ik mee? Wat zwam je nou? Ze gaat rijles nemen!’
‘Rijles. Kijk, nu vat ik hem. Ik dacht dat ze hem op moest halen. Waarom gaat ze dat doen? Joop heeft toch een rijbewijs?’

‘Joop mag vaak niet rijden. En ze heeft besloten dat ze niet meer van hem afhankelijk wil zijn.’
‘Hoezo mag hij vaak niet rijden. Mag hij dat niet van Annie?’
‘Nee, van de politie. Altijd als Annie een dagje naar haar moeder wil, heeft Joop teveel achter de kiezen.’
‘Hm, slim. Het is dat ik geen alchohol gebruik, maar anders…’

‘Ha die Annie, wat hoorde ik ga jij rijles nemen?’, vroeg ik haar die middag toen ze voorbij kwam lopen en ik de oprit veegde.

‘O? Is het al bekend in de buurt?’
‘Geen idee, Truus vertelde het mij vanochtend’
‘O, dan is het goed. Ja, ik wil ermee beginnen. Eens kijken of het lukt. Joop is een gevaar op de weg en mij lijkt het wel leuk. Dus..’

‘Al een rijschool gevonden?’
‘Nee, nog niet. Jaspers is gestopt en die andere, de Snelle Jelle, die is op de fles.’
‘Hm, je hebt ook nog Kreuzen aan de Industrieweg’, gaf ik aan.
‘Kreuzen? Dat is toch die kermisexploitant? Geeft die ook rijles?’
‘Ja, in de winterdag. Echt iets voor jou. Hij lest met botsauto’s.’

Bart

Een wond

‘Morgen meneer Bart’, hoorde ik een stem achter mij. Ik liep op dat moment achter een blauw Appie-karretje boodschappen te doen. Ik draaide mij om en herkende een buurtgenootje.

‘Morgen mevrouw Hoevers, ook aan de boodschap?’ 
‘Jazeker, dat moet wel. Niemand anders die het voor mij doet’, lachte ze. ‘Maar hoe gaat het met u?’
‘Met mij? Prima hoor, ik mag niet klagen.’

‘Ik vraag dat omdat u wat eigenaardig loopt.’
‘Wie, ik? Eigenaardig?’
‘Ja, ik zie dat u zich wat moeizaam en scheef achter dat karretje beweegt. Last van uw rug?’
‘Nou ja, ik kan nu gaan klagen over een oude oorlogswond, maar dat doe ik niet.’

‘Een oude oorlogswond? U?’
‘Hoort u mij klagen dan?’, vroeg ik.
‘Nee, dat niet.’
‘Dat komt omdat ik helemaal geen oorlogswond heb’, lachte ik. Ze schudde afkeurend haar hoofd. ‘U heeft altijd van die rare opmerkingen.’

‘Hoezo raar? Er zijn hier echt sporen van geweld zichtbaar, mevrouw Hoevers. Waarom denkt u dat ik zo moeizaam achter die kar loop?’
‘Geen idee, meneer Bart. Daarom stelde ik juist mijn vraag.’ Ze slaakte een diepe zucht.

‘Mijn karretje heeft een oorlogswond opgelopen. Het zwenkwieltje is door grof stoeprandgeweld scheef gebogen. Hij spoort niet.’ 
Ze keek me wederom hoofdschuddend aan.

‘Ik heb toch sterk de indruk meneer Bart, dat uw karretje niet het enige is wat hier niet helemaal spoort. Fijne dag nog.’

Bart