‘Goh, jullie gingen gisteren ook laat naar bed!', hoorde ik buurtgenote Krul achter mij roepen. Ik was net bezig de achterklep van onze auto te openen.
'Hoezo? Heb je dat gezien dan?
'Ja, we reden langs.'
'Mag je nog wel zo laat over straat?', vroeg ik met stevige tegenzin. Ik heb zo'n hekel aan deze bemoeial.
'Wij kwamen terug van een feestje', verklaarde ze.
'Was zeker niet veel aan', zei ik.
'Hoezo?'
'Je kijkt er flink chagrijnig bij.'
'Heb je trouwens ook nog een leuk stukje opgevoerd?', vroeg ik verder. 'Zoiets van het roddelalfabet?'
'Leuk stukje? Het was geen bruiloft! Mijn zus was jarig.'
'Kijk, dus weer alle buurt en familieroddels doorgenomen!'
'Nee, nee, nee, zo zijn wij niet, Bart.'
'Ik zag vannacht bij jullie volop licht branden. Vandaar. Ik zei vanmorgen nog tegen Mona van Arend Hoekstra: die Bart en Truus liggen ook altijd laat in bed!'
'Hoe weet je dat wij niet in bed lagen? Heb je staan gluren?'
'Gluren doen wij niet Bart. Maar als het licht volop brandt... En dat met die energieprijzen!'
'Wij laten de lampen tegenwoordig 's nachts branden. Wij sparen namelijk energie', zei ik terwijl ik een kratje in de auto schoof.
'Energie sparen? Met de lampen aan?'
'Ja, het zijn spaarlampen. En met datgene we 's nachts opsparen, draait Truus overdags gratis de wasmachine.'
Ze keek me verbaasd aan waarop ik de achterklep sloot, instapte en wegreed.
Bart
