‘Wil jij ook koffie?', vroeg ik aan de monteur. In onze straat werden de verwarmingsketels onderworpen aan een onderhoudsbeurt. Wij waren nu aan de beurt.
'Ik heb eigenlijk geen tijd', riep hij vanaf zolder.
'Dan maak je maar tijd. We gaan koffie drinken. Kom op!!'
'Oké dan. Ik kom eraan.'
'Schat, de monteur drinkt mee', zei ik tegen mijn echtgenote.
'Ja, ik hoorde het. Daar viel ook niet aan te ontsnappen. Je trok hem bijna van zolder!'
'Moet jij nou alle woningen in de straat doen?', vroeg ik.
'Ja, alle zesentwintig. Maar het is goed te doen hoor.'
'Lijkt me best leuk. Zo zie je nog eens wat', lachte ik.
'Hoe bedoelt u?', vroeg hij terwijl hij zijn koffie roerde.
'Nou ja, hoe de mensen het in huis hebben.'
'O, nou wat dat betreft kom je wel wat tegen.'
'Ik denk niet dat het overal zo opgeruimd is als hier', vond mijn echtgenote.
'Zit jij hier nou ordinair een complimentje te hengelen?', vroeg ik.
'Hier ziet het er keurig uit, mevrouw', lachte de monteur. 'Ik kan overal goed bij.' Hij lanceerde een knipoog.
'Dat zal. Hoe is dat trouwens op nummer drie? Begin van de straat. Bij die kale neet en dat slonzige mens. De Flodders.'
'Bart, je bent wel heel nieuwsgierig hoor!', vond mijn echtgenote.
'Hoezo? Dat is een normale vraag.'
'Hahaha, dat is ook toevallig!', lachte de monteur.'
'Toevallig? Toeval bestaat niet. Vertel.'
'Die man van drie vroeg precies hetzelfde over jullie woning.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten