Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Boek8P. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek8P. Alle posts tonen

zaterdag 27 juni 2026

Onkruid

 ‘Het onkruid van Agnes hangt helemaal over onze planten', klaagde Truus toen ze de voortuin inkeek.

'Ze hebben behoefte aan warmte en gezelligheid', concludeerde ik.
'Misschien moet je het maar afknippen. Ze heeft er zelf geen tijd voor.'
'Ze heeft er geen zin in. Dat ligt dichter bij de waarheid. Ze is niet van de tuin.'
'Nou ja, Bart. Jij ook niet. Wanneer heb je voor het laatst de tuin geschoffeld?'
'Schoffelen? Je bedoelt heen en weer bewegen met een houten steel met aan het eind zo'n plat stuk ijzer?'
'Even serieus schat: knip het straks maar weg.'
'En als ze het er nou niet mee eens is? Dat kan toch?' Ik kon mij een boze Agnes wel voorstellen. 
'In theorie zou dat kunnen. Maar in de praktijk niet. Ik denk dat ze blij is dat je het voor haar doet.'

'Zo buurman, aan het beunen bij de buren?', vroeg bemoeial Krul van twee huizen verderop toen ik gebukt bezig was met het knippen van het onkruid.
'Nee, ik ben op eigen initiatief bezig. En ik zou het op prijs stellen als u er uw mond over dichthoudt.'

'O? Is het een geheime actie? Mag ze het niet weten?'
'Liever niet. Het betreft hier een zeldzaam kruid. Men dicht het zelfs geneeskracht toe.'
'O? En hoe werkt dat dan?' 
'Afknippen, bundelen en drogen. Na een half jaartje uitschudden en met het gedroogde zaad theezetten.'
'En waar helpt dat tegen?', vroeg het schaap.
'Tegen allerlei kwalen. Maar ik heb nu genoeg. U mag ook wel wat nemen hoor. Dat vindt Agnes prima. Maar wel voor uzelf houden. Anders staat hier straks de hele buurt te knippen.'

'Hé, je hebt nog niet alles weggeknipt?', merkte mijn Truus wat later op.
'Nee, dat klopt. Ik vind het een sociale buurtplicht. Ik denk dat onze buuf van twee huizen verder dat ook zo ziet.'
'Hoezo?', vroeg ze.
'Nou kijk, ze komt eraan. Met snoeischaar en emmertje. Zullen wij maar een bakkie doen?'

Bart

vrijdag 29 mei 2026

Slimme tante.

Het eerste wat mij aan haar opviel, waren haar nagels. Van die lange met verf opgeleukte scheermessen die dreigend in mijn richting wezen. Het tweede was haar piekerig blonde haar. Ik stond op het perron van het NS station in Arnhem. 
'Gaat deze trein naar Doetinchem?', vroeg ze. De scheermessen werden nu op een wachtende trein gericht.
'Die kans zit erin. Het ligt er nog even aan aan welke kant de machinist instapt, maar ik heb het idee dat hij inderdaad naar Doetinchem rijdt.'
'Wat bedoelt u met "welke kant hij instapt"?', vroeg ze. De mesjes schitterden in het zonlicht.
'Er zitten twee voorkanten aan een trein. Als hij links instapt, dan wordt de rechter voorkant de achterkant. Snapt u?'

Ik zag haar nadenken. Ze duwde met haar wijsvingerknokkel haar neusvleugels iets open. Ik dacht zelf om wat meer zuurstof naar haar hersens te laten stromen.'

'En als hij nu rechts instapt, dan wordt...'
'Links de achterkant. Klopt helemaal mevrouw.'
'Dus dáár moet ik op letten. Let u daar ook altijd op?', vroeg ze.
'Ja, en dan in combinatie met het bord. Daar staat ook de richting op. Is dit de eerst keer dat u met de trein reist?', vroeg ik.
'Ja, de eerste keer alleen. Normaal ging ik met mijn vriend op pad. Met de auto. Maar mijn vriend is niet meer mijn vriend.' De mesjes krabten langs een pukkeltje op haar wang. 
'O? Tja, dan wordt het natuurlijk lastig.'
'Ja, want een auto heeft maar één voorkant.
'Klopt, maar ook maar één achterkant', lachte ik.

'Heeft u de machinist al gezien?', vroeg ze.
'Hoezo?', vroeg ik.
'Nou ja, ik moet opletten waar hij instapt. Voorkant of achterkant. Of nee, aan welke voorkant. De achterkant komt dan vanzelf in beeld.' Ze glimlachte.
'Ja, het is soms best ingewikkeld. Ook voor de machinist', lachte ik.
'Nou, ik denk dat het voor hem wel meevalt', zei ze. 'Ze hebben daar bij het ontwerpen van de trein goed over nagedacht.'
'O? Is dat zo?', vroeg ik.
'Ja, met twee voorkanten kan het gewoon nooit verkeerd gaan.'

Bart


donderdag 28 mei 2026

De jalouzie

Of ik even bij schoonmama naar de recent aangeschafte jalouzie kon kijken. Hij deed het niet zo goed.

Dat vroeg ze mij natuurlijk niet voor niets: in een ver en inmiddels donkergrijs verleden had ik binnen de jalouzieën-branche vakantiewerk verricht. Dat ik niet veel verder was gekomen dan het rijgen van touwtjes tussen lamellen was niet interessant: ik stond binnen de familie te boek als "zakenkundig"

'Kijk Bart, hij is stuk. Wat er aan mankeert weet ik niet, maar ik kan niks meer. Hij hangt maar te hangen en omhoog wil hij niet meer.'
Stilletjes keek ik naar het hoopje ellende wat voor de ramen hing.
'Het is net of ik iets mis, Ma', constateerde ik.
'Nou ja, dat dacht ik nou ook', zei ze. 

Ik slurpte ondertussen wat van mijn voorschotbeloning.

'Hij wil nog wel kantelen', merkte ze op. 'Dus zo stuk zal hij vast niet wezen.' Ik trok aan een touwtje en de lamellen klapten dicht. 
'Als je aan dat andere touwtje trekt, kantelt hij naar de andere kant.' Ze trok zelf aan het andere touwtje.
'Ja', zei ik al slurpend. 'Dat is niet stuk.'
'Nee.'

Ik keek nogmaals en groef in mijn geheugen. Ik kon niks boven halen...'
'Gelukkig weet jij hoe die dingen werken, Bart. Je hebt er gewerkt.'
'Vijftig jaar geleden', lachte ik.
'Ach zoveel zijn ze niet veranderd toch? Alleen die verrekte touwtjes waarmee hij naar boven en naar beneden gaat.'
'Wat is er met de touwtjes?' 
'Die zijn tegenwoordig veel te lang', vond ze. Ik zocht naar de touwtjes.

'Waar zijn die dan?', vroeg ik. 
'Heb ik wat ingekort. Die lagen zo irritant op de vensterbank.'
'Waar zijn ze gebleven? Ik zie ze niet.' Ze waren echt verdwenen. 

'Nou, toen ik de jalouzie wilde laten zakken, gingen de touwtjes omhoog, bleken mijn armen te kort, schoten ze uit mijn vingers en verdwenen boven in de bak. Vervolgens donderde het hele gevaarte met een klap op de vensterbank.'

Bart

dinsdag 26 mei 2026

Defectje

‘Er gaat iets niet goed met de WC', klaagde Truus.
'Met de WC of met je darmen?'
'Wat is dat nou weer voor een rare vraag!'
'Nou ja, we hebben gisteren hutspot gegeten.' Ik vond dat wel een goede oorzaak.
'Hij blijft hangen. De spoelknop. Hij blijft doorlopen.'
'Heb je er aangezeten?'
'Bart, kijk nou maar even. Dit kost water.'

Had ik weer. Een vrouw die de afscheidsknop van een spoelbak sloopt. 
'Hoe krijg je het voor elkaar!', riep ik vanuit de kleihut terwijl ik twee losse onderdelen in mijn hand hield.
Ze kwam aangelopen. 'Hoezo? Hij schoot gewoon los.'
Ik vond het onzin en zei het: 'Onzin. Hij kan niet losschieten.'

Ze slaakte een diepe zucht. 
'Wat sta je nou te zuchten!', riep ik.
'Omdat je me niet gelooft.'
'Dat zeg ik niet. Maar het kan onmogelijk zo zijn gebeurd. Snap je?'
'Oké, dan volgt hier de reconstructie van de sloop van de spoelbak.' Ze was inmiddels laaiend en haar ogen schoten vuur.
'En luister goed Bart, want ik vertel het maar één keer!' 

'Ik spoelde dus door, rukte vervolgens het deksel van de spoelbak, trok het eerste dingetje los, waarna ik mij direct aan het tweede dingetje vergreep. Daarna plaatste ik het deksel terug, legde de dingetjes één en twee er bovenop, liep de kamer in en zei tegen jou dat er iets mis was met toilet.'
Ze keek me nijdig aan. 'Ben je nu tevreden?' 
'Ja hoor, het is mij volkomen helder', riep ik blij. 'Zo'n reconstructie blijkt altijd weer nuttig.'
'Hoe bedoel je?', vroeg ze.
'Je weet nu hoe het zit. Kun je hem prima zelf repareren.

Bart


woensdag 18 februari 2026

het ontbijtje

‘Wat ben jij nou aan het doen?', vroeg mijn echtgenote toen ze de keuken binnen liep en mij een broodje zag smeren.
'Ik maak een ontbijt. Is dat zo bijzonder?'
'Nou ja, je neemt altijd yoghurt met acht scheppen suiker. En nu smeer je brood.'
'Ja, ik heb van een goeroe gehoord dat brood als ontbijt heel goed is.'
'Nou dat weer.'
'Hoezo?'
'Ach, jij hebt altijd wat bijzonders. Maar ga lekker je gang. Mijn goeroe adviseert yoghurt.'

'Wist je dat je lichaam dankzij een broodontbijt beter wakker wordt?'
'Nou de mijne is al prima wakker hoor. Mag ik er even bij?' 
'Vooral het kauwen blijkt heel goed te zijn. Hoe meer je kauwt, hoe meer activiteit je lichaam ontwikkelt.'
'Heb je vannacht ook brood gegeten?', vroeg ze.
'Hoezo? Je neemt mij niet echt serieus hè?' 
'Je lag heel onrustig te wezen. Ik heb zelfs een logeerkamertje overwogen.'
'Had het maar gedaan', zei ik.
'Hoho, niet ik maar jij natuurlijk. Voor straf. En schiet een beetje op nou. Ik wil ook ontbijten.'

'Voel je al wat?', vroeg ze aan tafel.
'Wat bedoel je?'
'Je kauwt je suf maar ik zie geen beweging.'
'Schat, het gaat om interne activiteit. Die neemt toe.'
'O, de interne activiteit. Darmen?', lachte ze.
'Hersenactiviteit. Het is heel goed voor je hersens!', zei ik. 
'O? Voor je hersens? En dat helpt?', vroeg ze.
'Ja, dat helpt!', antwoordde ik ietwat korzelig.
'Mooi, dan zou ik als ik jou was nóg een boterham nemen.'
 
Bart.



zaterdag 7 februari 2026

Het paradijs...

Ik zat heel even met een appel in de hand te genieten van het leven zoals het ooit in het paradijs moet zijn geweest: Eenvoud en rust. Absolute rust. En toen stond er een vrouw. 'Je kunt vanmiddag mijn fiets wel even doen. Je hebt nu toch niks om handen.'
In die vijftien woorden hoorde ik minstens één rustbedervend woord: "doen". Dat betekende actie.
'Wat is ermee?', vroeg ik.
'Banden moeten gepompt en hij is vies. Er zit aangekoekte modder onder de motor.'

'Hoe heb je dat gezien dan?'
'Nou, bij daglicht.'
'Flauw. Heb je eronder gelegen? Vanwege die modder?'
'Nee, ik liet een aardappel vallen. En die rolde onder de fiets. En toen ik hem op wilde rapen zag ik de modder.'
'En wat heb je toen gedaan?' 
'Vastgesteld dat het jouw volgende klusje zou worden.'
'Ik heb al klusjes', zei ik terwijl ik een hap appel nam.'
'Ja, bankzitten en raamstaren. Bovendien heb ik het vorige week al gevraagd. Van die banden.'
‘Toen moest ik sneeuwruimen. En toen bedacht ik mij dat je toch niet kon fietsen.’
‘Deze week kan het weer, Bart. Dus als je tijd hebt... Graag.’

‘Ik moet even kijken. Agenda-technisch zeg maar. Zo’n fiets-doen-klus kost al snel een middagje.’
‘Dan blijven er nog zeker vier middagen over.’
‘Wat bedoel je? Vier middagen?’
‘De garage is ook een bende.’

Ik zakte terug op de bank en zocht vol heimwee naar de ingang van het paradijs om daar met gesloten ogen van mijn restantje appel te genieten. Tevergeefs. De toegang bleek geblokkeerd. Door een slang met agenda en enorme klussenpot in zijn bek.

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen februari 2021

dinsdag 3 februari 2026

Stijf

‘Ik kon het bed niet uitkomen vanmorgen', klaagde ik tijdens het ontbijt.
'Maar het is blijkbaar toch nog gelukt', mompelde mijn echtgenote. Ze hing in de krant.

'Hoezo?'
'Omdat je er hier aan tafel melding van maakt. Nu verwacht je natuurlijk dat ik naar de oorzaak informeer?'
'Nee want die ga ik je gratis geven: ik heb last van stijfheid. En voordat je de moeite neemt om te vragen hoe dat dan komt bij deze alvast het antwoord: ik heb gisteren een eind gelopen.'
'Daar moet je juist soepel van worden. Niet stijf.'

'Dat is normaal gesproken ook zo', gaf ik toe.
'Maar jij bent niet normaal', lachtte ze.
'Op het moment ben ik dan soepel. Maar blijkbaar is dat maar een tijdelijk effect.'
'Dat is gewoon een reactie van je lijf. Je hebt je natuurlijk weer vreselijk lopen uitsloven.'

'Ik heb inderdaad flink gas gegeven. Ik ben niet van het slenteren.'
'Nee, dat merk ik altijd als we winkelen.'
'We winkelen bijna nooit samen’, reageerde ik. 
'Ik bedoel bij de super. Ben ik nog een karretje aan het pakken, sta jij al bij de kassa.'
'Dat valt best mee', vond ik.
'Dat valt helemaal niet mee. Ik krijg nog geen tijd om op mijn briefje te kijken.'

'Mens, ik kom bijna niet meer overeind', klaagde ik in een poging op te staan. ‘Komt vast door dat nieuwe sporthorloge wat ik gisteren heb gekregen.’
'Een nieuw sporthorloge?’
‘Ja, kijk.’ Ik showde hem.
‘Is dat hem? Snel terugsturen dat ding.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021

zaterdag 24 januari 2026

Herrie

‘Wat een lekker weer hè', merkte ze op. 'Echt voorjaar.'
'Inderdaad mevrouw Harmsen. Ik denk dat de mussen hun jaarvergadering inmiddels hebben ingepland', grapte ik.
'Hoe bedoelt u?'
'Om te bepalen wie er dit jaar dood van het dak gaat vallen.' Ik trok een glimlach.
'Oja, als we het spreekwoord moeten geloven.'
'Dat bedoel ik. En dan is het altijd handig vóóraf afspraken te maken. Scheelt veel discusierend geschetter in de tuin.'
'Ja, dat kunnen ze goed!', vond ze.
'Nou ja, niet alleen mussen.'

'O? Hoe dan?', vroeg ze nieuwsgierig.
'Nou ja, gisteravond was het óók herrie in de buurt. Toen lagen de mussen al plat.'
'Meent u dat?' Ze keek me vol ongeloof aan.
'Of heeft u dat soms niet gehoord?'
'Nee, niks gehoord. Wat was er aan de hand dan?'
'Harde muziek, dronken geschreeuw, kortom: asociaal gedrag.'

'Goh, is dat zo? Ja, die van dat rijtje achter ons kunnen er ook wat van.' Ze wees met een flauw armpje in de richting van het rijtje bungalowtjes.
'Nou, dat valt wel mee. Daar woont vooral grijs nederland. Het enige geluid wat daar vandaan komt is het avondritueel.'
'Avondritueel?'
'Ja, als de gebitten in de bakjes gaan. Dat gekletter weerkaatst tegen onze achtergevel.'
Ze moest lachen. 'Kun je ook last van hebben.'
'Dat valt echt mee. Die maken verder geen herrie. Het kwam echt ergens anders vandaan denk ik.'

'Tja, dan vind ik toch vreemd dat ik het niet zo heb gehoord.'
'Heeft u soms iets van een gehoorstoornis?', vroeg ik.
'Nee, dat niet hoor. Wij hadden gisteren een feestje.'

Bart.

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021


maandag 19 januari 2026

Spioneren

‘Wil jij ook koffie?', vroeg ik aan de monteur. In onze straat werden de verwarmingsketels onderworpen aan een onderhoudsbeurt. Wij waren nu aan de beurt.
'Ik heb eigenlijk geen tijd', riep hij vanaf zolder.
'Dan maak je maar tijd. We gaan koffie drinken. Kom op!!'
'Oké dan. Ik kom eraan.'
'Schat, de monteur drinkt mee', zei ik tegen mijn echtgenote.
'Ja, ik hoorde het. Daar viel ook niet aan te ontsnappen. Je trok hem bijna van zolder!'

'Moet jij nou alle woningen in de straat doen?', vroeg ik.
'Ja, alle zesentwintig. Maar het is goed te doen hoor.'
'Lijkt me best leuk. Zo zie je nog eens wat', lachte ik.
'Hoe bedoelt u?', vroeg hij terwijl hij zijn koffie roerde.
'Nou ja, hoe de mensen het in huis hebben.'
'O, nou wat dat betreft kom je wel wat tegen.'

'Ik denk niet dat het overal zo opgeruimd is als hier', vond mijn echtgenote.
'Zit jij hier nou ordinair een complimentje te hengelen?', vroeg ik.
'Hier ziet het er keurig uit, mevrouw', lachte de monteur. 'Ik kan overal goed bij.' Hij lanceerde een knipoog.

'Dat zal. Hoe is dat trouwens op nummer drie? Begin van de straat. Bij die kale neet en dat slonzige mens. De Flodders.'
'Bart, je bent wel heel nieuwsgierig hoor!', vond mijn echtgenote.
'Hoezo? Dat is een normale vraag.' 
'Hahaha, dat is ook toevallig!', lachte de monteur.'
'Toevallig? Toeval bestaat niet. Vertel.'

'Die man van drie vroeg precies hetzelfde over jullie woning.’

Bart

donderdag 30 december 2021

De weg kwijt

 
‘Hé, weet jij waar hier de Hema is?', hoorde ik een stem achter mij. Ik draaide mij instinctief om en keek in het gezicht van een dame van naar schatting vijfenveertig ijskoude winters. 
Het woord "dame" geeft overigens alleen maar aan dat ze van het vrouwelijk geslacht was. Verder viel er weinig "damesachtigs" te bespeuren. Ze had wel wat weg van de vrouw van Winnetou, de bekende indiaan. 

Op haar hoofd ontdekte ik namelijk een samengebonden haarbos waarin een adelaar een flink nest zou kunnen bouwen. Daaronder: Dikke zwarte lijnen boven haar ogen en een gekrakeluurde laag schmink op haar gezicht. Onder haar gekrompen rokje met sierlijke franjes, ik herkende het als vliegengordijn, staken twee vleesbenen die elk eindigden in een paar hoge knielaarzen.

Het zei mij genoeg: Dit prairie-exemplaar kon zo meedoen aan een wedstrijdje line-dance voor gevorderden en zou er ongetwijfeld met de hoofdprijs vandoor gaan.

'Wat vroeg u?', vroeg ik. Ze kauwde een plakkerige kauwgum. 
'Of jij weet waar ik de Hema kan vinden.'
'De Hema, tja...' 
Ze keek me met een verwachtingsvolle ordinaire blik aan.
'De Hema, de Hema, waar zit hier de Hema', mijmerde ik. 

'HENK!! HIJ HIER WEET HET OOK NIET!', gilde ze ongeduldig naar de overkant van de winkelstraat. Ze wees naar "hij hier". 
De Henk stak over. 

'Hoezo weet jij dat niet?', vroeg hij agressief.
'Ik moet er gewoon even over nadenken', zei ik. 'U overviel me.'
'Nou ja, zo moeilijk kan het toch niet zijn?', vond ze.
'Blijkbaar wel', antwoordde ik.
'Hoezo wel?' De kauwgum gleed nu naar de andere kaakkant. 

'U weet het toch ook niet?'

Bart