Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label boek13. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek13. Alle posts tonen

maandag 20 april 2026

Blokkade

‘Smaakt de koffie, mam?’, vroeg Truus aan haar moeder. Ze was op visite vanwege een administratief dingetje wat ik voor haar “moest” oplossen. En dat doe je dan maar want mevrouw leeft namelijk nog steeds in de tijd van “Befehl ist Befehl”. En bij het negeren van de opdracht achtte ik haar zeker in staat om eigenhandig de keien uit de straat van Hormuz te rukken om bij ons de oprit te smijten en daarmee de toegang te blokkeren. Ik bedoel maar.

‘Jullie koffie smaakt nooit. Veel te sterk.’
‘Ligt aan u.’
‘Hoezo aan mij? Die cupjestroep is niet te drinken. Mijn buurvrouwtje heeft er een maagzweer aan overgehouden.’
‘Komt vast niet door de koffie’, hoorde ik mijzelf brommen.

‘Hoezo niet door de koffie? Waar ligt het dan wel aan, Dokter Bart?’
‘Misschien aan háár buurvrouw?’, lachte ik voorzichtig.
‘En wie is dat dan?’ Ze klonk erg agressief.
‘Bart bedoelt mevrouw Hommels. Daar heb jij toch ook ruzie mee?’
‘O, die. Ik dacht dat je mij bedoelde.’

‘Hoe is het trouwens, schiet het al op? Ik moet zo weer weg.’
‘Waar moet je naartoe dan?’, vroeg Truus.
‘Naar de kapper. Ik heb een afspraak.’
‘Knippen?’
‘Nee, verven.’
‘Maar dat kan ik ook wel. Ik heb nog een pot menie in de schuur’, grapte ik.

Het werd niet gewaardeerd. Toen ze kort daarna was vertrokken slaakte Truus een diepe zucht. 

‘Ze had echt weer zo’n bui…’
Ik kon het slechts beamen. 
‘Hebben we genoeg eten in huis? Om het een paar dagen uit te houden?’, vroeg ik.
‘Ja, hoezo?’
‘Hm, ik verwacht dat de blokkade vanmiddag ingaat.’

Bart

dinsdag 14 april 2026

Vonken

‘Gloeiende gloeiende’, schold ik toen ik bij Truus een losse haar van haar rug wilde vegen en een enorme elektrische schok kreeg. ‘Je bent statisch geladen.’
‘Wie, ik?’
‘Ja jij.’
‘Kan jij ook zijn!’
‘Dat denk ik niet.’
‘O, meneer natuurlijk weer niet.’

‘En waarom ik dan wel?’
‘Omdat jij op kunststof slippers loopt.’
‘Gezwam Bart, ik heb nergens last van.’
‘Loop maar eens een eindje en hou je vinger maar dicht bij de kraan in de keuken.’
‘Waarom? Ik heb nu geen water nodig.’
‘Nee Truus, maar dan zie je de vonken overspringen.

‘Oké, let op!’, riep ze terwijl ze richting keuken liep en haar vinger bij de kraan hield.
‘Inderdaad, er sprong een vonk over. Zou dat echt door mijn slippers komen?’
‘Ja en dat in combinatie met je kleding.’
‘Goh, ik ben electrisch geladen. Heel bijzonder.’

‘Ja, je kunt nu met je vinger het gas aansteken.’
‘Gas aansteken? Ik zie nog heel veel andere voordelen.’
‘Zoals?’, vroeg ik.
‘Let op schatje, dan zal ik jou eens lekker kussen. Zoals vroeger. Dan springen de vonken er weer eens ouderwets vanaf.’

Bart


maandag 13 april 2026

Gesprekje

‘Heb jij de auto vandaag nodig?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 
‘Nee, hoezo? Moet je weg?’
‘Ja, naar mijn moeder.’

‘Je moeder? Wat moet ze?’
‘O, even praten. Ze heeft gisteren gerummikubt en dat is niet helemaal goed gegaan.’
‘Verloren?’
‘Nee, ruzie gemaakt.’
‘Typisch je moeder. Ruzie maken als ze verliest.’
‘Dat slaat nergens op, Bart. Eén van de andere speelsters speelde vals.’
‘Hm, gevalletje “de pot verwijt de ketel”’

‘Je moeder speelt ook altijd vals tegen mij.’
‘En jij bent dan iemand die dat zomaar laat gebeuren? Hou toch op man!’

‘En wat ga jij er nou aan doen? Voor maatschappelijk werkstertje spelen?’
‘Nou ja, even met haar praten.’
‘Helpt niet. Ze luistert toch niet.’
‘Wat riep je nou net? “De pot die de ketel verwijt”?’

‘Sorry Truus, ik vind het allemaal een beetje overdreven.’
‘Dat ik mama ga praten?’
‘Nee, dat je hier dure benzine aan gaat verspillen.’

Bart


zaterdag 11 april 2026

De test

‘En, hoe smaakt ie?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje terwijl ze mij verwachtingsvol aankeek.

‘Zelf gebakken?’, vroeg ik terwijl ik het aangeboden koekje aan een grondige inspectie onderwierp. Dat doe ik altijd als ik iets ondefinieerbaars in mijn hand geduwd krijg.

‘Ik ben nog bezig met de cosmetische test. Daarna de hardheidstest en als die goed uit de verf komt, volgt pas de afsluitende smaaktest’, legde ik uit.
‘Nou dan hoor ik het wel in de loop van de middag.’ 

Ze maakte aanstalten om op te staan.

‘Wacht even Truusje, ik kan de smaaktest wel iets naar voren trekken.’
‘Je doet maar. Ik hoor het wel.’

Ik wist nu dat ik door moest pakken en nam een voorzichtig hapje. Daarna versneld de kauw en sliksessie.

‘En, komt ie door de test?’
‘Hm, laat ik het zo zeggen: het houdt niet over maar je hebt in ieder geval je best gedaan.’
‘Kijk, daar heb ik wat aan’, reageerde ze blij.
‘Want?’, vroeg ik.
‘Nou ja, zo reageerde je ooit ook bij onze eerste kus. En dat bleek het begin van inmiddels vijftig jaar durend huwelijk.’

Bart





donderdag 9 april 2026

Lente

‘Het is weer echt lente, hè?’, stelde ze vast terwijl ze met haar arm kort naar de hemel zwaaide.
'Het begint er op te lijken', antwoordde ik zuinigjes.

We stonden beide met de fiets voor het rode verkeerslicht. Zij op een e-bike, ik op mijn opoe-kar.

'Waar begint het op te lijken?', vroeg ze.
'Op de lente. U zei net dat het weer echt lente is en toen zei ik dat het er op begint te lijken.'
'Ahh dat bedoelde u. Maar wat is volgens u dan de echte lente?', vroeg ze.
'Zoiets als vandaag', zuchtte ik.
'Dan klopt mijn stelling toch?'
'Welke stelling?'
'Dat het weer echt lente is.'

'Trouwens, heeft u al gedrukt?'
'Drukken?'
'Ja, op de knop. Om het groen te laten worden.'
‘Ik heb twee keer gedrukt maar er gebeurt weinig.’ 
 
‘U mag ook maar één keer duwen. Eén keer duwen is “aan”. Als je twee keer duwt gaat ie weer uit.’
‘En nu?’, vroeg ik. 
‘Ja, nóg een keer op de knop drukken, anders staan we hier over een uur nog.’
‘Sorry, ik stam nog uit de tijd van de klaar-overs’, riep ik vanuit mijn herinnering terwijl ik nogmaals drukte.
‘Klaar-overs?’
‘Ja, dat waren verkeersregelaars die je hielpen oversteken. Heel handig.’
‘En wat was daar zo handig aan?’
‘Daar hoefde je nooit op te duwen. Gingen altijd vanzelf.’

Het licht sprong op groen.
‘Fijne dag nog’, riep ze.
‘Fijne lente’, riep ik per retour en gaf opoe de sporen. 

Bart



donderdag 2 april 2026

Taxirit

‘Kun je wat minder hard door de bochten?’, klaagde mijn schoonmoeder die ik van Truus met de auto naar haar huis moest brengen. 

‘Ik rij helemaal niet hard.’ Ik wees daarbij naar de naald van de teller die ergens tussen de zeventig en tachtig huppelde.
‘Je mág hier maar zestig.’
‘Wie zegt dat?’
‘Er staat al jaren een bord met zestig.’

‘U heeft niet eens een rijbewijs.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
‘Dat u de betekenis niet kent.’
‘Hoezo? Er staat zestig op en het heeft een rode rand.’
‘Dat betekent dat er maximaal zestig auto’s tegelijk over deze weg mogen rijden.’
‘Hou toch op man.’

‘Je zit niet alleen in de auto, Bart.’
‘Nee, klopt. Ik heb het idee dat er een examinator naast me zit.’
‘Ik wil dat je oplet. Ik wil veilig thuiskomen.’

‘Meestal zitten bij mij kritische passagiers met een blinddoek vastgesjord in de riemen op de achterbank. Dus u heeft mazzel dat u naast mij mag zitten.’

‘Hou op met die onzin en let maar liever op de weg!’
‘Hoezo? Ik let toch ook op?’
‘Er rijden hier meer auto’s dan jij alleen!’
‘Klopt, maar zoals gezegd nooit meer dan zestig tegelijk’

Bart


woensdag 1 april 2026

Spruitjes

‘Morgen meneer Bart!’, riep een aan onze oprit voorbij snellende mevrouw Boerstoel.
‘Morgen mevrouw Boerstoel, wat een haast op deze vroege morgen.’

Ze hield in.

‘Ja, ik moet opschieten. Ze zijn volgens mevrouw Karin Krul in de aanbieding.’ Ze klonk buiten adem.
‘Wat is er in de aanbieding?’
‘Spruitjes.’
‘Spruitjes?’
‘Ja, en ik moet opschieten want anders ben ik te laat.’

‘Voor spruitjes kun je niet laat genoeg zijn’, merkte ik op.
‘Die snap ik niet.’
‘Ik wel, die komen ons huis niet in.’

‘Lusten jullie ze niet?’
‘Dat wel, maar ik krijg er puistjes van.’
‘Van spruitjes?’
‘Ja, komt door de spruitjesworm. Ben ik allergisch voor.’
‘Spruitjesworm? Nooit van gehoord. Wat is dat dan?’
‘Dat is een onzichtbaar wormpje dat zelfs na het koken blijft leven.’

‘Gatver, en daar krijg je bultjes van?’
‘Ja, is een bekend verschijnsel. Is al veel over geschreven.’
‘Ik heb er nog nooit van gehoord.’
‘Heeft u nooit jeukbultjes?’
‘Jawel, zomers, maar dat komt door de muggen.’
‘Ja, dat denkt iedereen, maar in veel gevallen komt het door de spruitjesworm.’

‘Man, het is nog geen eens zomer.’
‘Klopt mevrouw Boerstoel, maar de incubatietijd is minimaal twee maanden. En dan gerekend vanaf eh… 1 April…. Opletten dus.’

Bart



maandag 30 maart 2026

Bezoek

Hoi Bart, Truus binnen?’, vroeg buuf Agnes terwijl ze me op de oprit passeerde en naar onze voordeur liep.

‘Ja, ze staat in de meterkast. Tenminste, daar heb ik haar vanmorgen neergezet.’
‘Jajajaja, kan weer geen fatsoenlijk gesprek met je voeren’, lachte ze.
‘Dat hoeft ook niet, want je zocht Truus, toch?’

‘Ik bel wel aan. De bel is niet zo gecompliceerd als jij bent en doet wat ik vraag.’
‘Is er wat aan de hand of zo? Poes dood?’
‘Nee, een vrouwendingetje. Ga ik niet uitleggen.’

‘Poes is ook vrouwelijk.’
‘Pffft, je bent weer lekker bezig.’
‘Hoef je niet te werken?’, vroeg ik.
‘Jawel, thuis. Ik werk vandaag thuis.’

Ze drukte nogmaals op de bel.

‘Jaja, dat kun je wel zeggen, maar voorlopig sta je aan onze voordeur te rammelen.’
‘Dat is ook werk.’
‘Is vrouwendingetje ook werk?’

‘Weet je zeker dat ze thuis is?’
‘Dat zei ik. In de meterkast.’
‘Ach, zwamneus. Meterkast. Dan kan ze toch wel open doen?’
‘Nou, dat zou zo maar kunnen van niet.’
‘Raar’, vond ze.
‘Helemaal niet raar. Ik denk dat ik de meterkast op slot heb gedraaid.’

Bart

zaterdag 28 maart 2026

Nieuwe sandalen

‘En, wat vind je ervan?’, vroeg Truus terwijl ze iets wat op een sandaal leek uit het rek had getrokken en voor zich hield. 

Nu moet ik bekennen dat ik er niet echt kijk op heb. Zolang het geen klompen zijn, ik heb een hekel aan herrie, of kaplaarzen, ik heb ook een hekel aan regen, en de prijs een beetje schappelijk is, vind ik het al snel goed.

‘Leuk hoor’, antwoordde ik in de wetenschap dat het een fout antwoord was. Het was niet enthousiast genoeg.

‘Je vindt het dus niks’, klonk het met een laagje teleurstelling. Ze wilde hem terugplaatsen.
‘Nee, echt!!’, probeerde ik de schade te beperken.
‘Ja, meen je dat nou?’
‘Natuurlijk. Hij is best leuk. Misschien even passen?’
‘Zal ik dat doen?’
‘Ja joh, gewoon proberen.’

Ze ging zitten, trok haar schoen uit en paste de sandaal.’

‘Nou zeg, kijk eens Bart? Hij past perfect!’ 
‘Inderdaad Truusje, hij zit prima. Wat kost ie?’
‘Eh… zestig euro.’
‘Oké. Valt mee’, vond ik.
‘En het is ook nog een aanbieding.’
‘Dat mag ik toch hopen’, liet ik mij ontvallen.

‘Hoezo hopen?’
‘Nou ja, als je voor die rechter sandaal ook nog zestig euro af moet tikken, dan zijn ze dik aan de prijs.’

Bart

vrijdag 27 maart 2026

De uroloog

‘Wat had jij lang nodig’, riep Truus zwaar verbaasd toen ik uit de toiletruimte kwam stuiteren. We waren in het ziekenhuis voor een bezoekje aan een buurtgenoot.

‘Lang? Dat valt wel mee toch?’
‘Bart, zeker vijf minuten!’
‘Ach ja, ik stond aan een urinoir met naast mij dokter Sjen. De uroloog!’, verduidelijkte ik toen ze verbaasd bleef kijken.
‘Ken je die dan?’
‘Nee, maar hij droeg een bordje op zijn borst: Dr Sjeng, uroloog.’
‘Oké, dan zal hij wel uroloog zijn.’

‘En wat gebeurde er toen?’
‘Ach een kort gesprekje. Over het ouder worden.’
‘Ouder worden? Is dat tegenwoordig een pisbakken-bespreekpunt onder mannen?’
‘Truusje, wij oudere mannen beschikken veelal over een prostaat met heel veel vlieguren.’
‘En dan hebben ze moeite met opstijgen of zo? Normaal ben je veel sneller.’
‘Klopt, nu ook, maar dokter Sjeng dus niet.’

‘En toen ben je blijven plakken?’
‘Nou ja, we hebben het probleem nog even besproken.’
‘Jij, met die Sjeng?’
‘Ja, het kostte enige moeite hem te overtuigen maar hij gaat nu toch contact opnemen met de uroloog waar ik ooit ben behandeld. Gaat hem vast helpen.’

Bart

woensdag 25 maart 2026

Mollie

‘Karin Krul heeft er een kleinkind bij. Een meisje’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Hoe weet je dat? Borrelde deze geboorte spontaan op uit het roddelcircuit? Of staat er een bord in de tuin.’
‘Annie vertelde het. Die heeft haar gesproken.’

‘Mooi hoor. En wat nu?’
‘Nu? Nu niks. Ik zeg het alleen maar zodat je haar, mocht je haar tegenkomen, kunt feliciteren. Overigens, ze heet Mollie.’
‘Mollie?’
‘Ja, vernoemd naar de moeder van Karin.’
‘Dat was vast geen Mollie, eerder een Mol.’

‘Doe toch niet altijd zo negatief man! Ik vind het een leuke naam.’
‘Waarom niet gewoon Juultje, Sara, Wilma of wat mij betreft Truus. Alles beter dan Mollie.’
‘O, dus je zou haar eventueel, als laatste redmiddel, Truus hebben genoemd?’
‘Ja, dat denk ik wel. Zo ben jij toch ook aan je naam gekomen?’

‘Hoezo ik?’
‘Je ouders wilden jou ook naar je Oma vernoemen. Aaltje!’
‘Is dat zo? Aaltje? Ik? Geloof ik niks van’, riep ze.
‘Echt wel. Maar gelukkig was ik er net op tijd bij. Anders was het tussen ons niks geworden. Ik hou namelijk absoluut niet van vis.’

Bart



dinsdag 24 maart 2026

Maart

‘Wat een lekker weertje hè?’, merkte een oudere dame op die bij de ijscoboer voor mij stond en zich nieuwsgierig omdraaide toen ze in de gaten kreeg dat er iemand achter haar stond. 

‘Ja’, antwoordde ik op mijn best.

“Mijn best” is de houding die ik aanneem als ik helemaal geen zin heb in slap geklets. En aangezien deze opmerking ongetwijfeld aanleiding gaf tot een tijdje enorm slap gezwets, de rij was lang, schakelde ik dus over. 

‘Eigenlijk is het te warm voor de tijd van het jaar. Het is zeker tien graden te warm’, ging ze verder.
‘Klopt.’

‘Eigenlijk is dat niet goed.’
‘Nee.’

‘De bomen lopen al uit.’
‘Ja.’

‘Straks krijgen we misschien nog vorst, gaan alle bladeren stuk.’
‘Zou zo maar kunnen.’

‘Aprilletje zoet geeft ook nog wel eens een witte hoed.’
‘Het is nog maart.’

‘Klopt, maar die kan er ook wat van: Maart roert zijn staart.’
‘Inderdaad.’

‘Maar dat geldt niet voor U.’
‘Niet?’

‘Nee, bij u krijg ik meer het gevoel van een chagrijnige maartse bui.’

Bart

maandag 23 maart 2026

Een klacht

‘Hoi, ik zoek mevrouw Haring. Is die aanwezig?’, vroeg ik aan een miepje wat achter de toonbank van de bakkerij stond.
‘Mevrouw Haring? U bedoelt Jannie?’
‘Als die Haring van achteren heet, dan bedoel ik die.’ 
Ze knikte vriendelijk.

‘Ik vraag u dat omdat hier ook een Annemieke Haring werkt en een Doortje Haring.’ Ze keek me lachend aan.
‘Zijn die allemaal van het brood?’
‘Nou ja, Doortje werkt ‘‘s nachts, Annemieke ‘‘s morgens en Jannie normaal in de middag.’

‘Normaal?’, vroeg ik.
‘Ja, normaal wel maar vandaag niet. Ze zit in Utrecht bij een bakkersvergadering. Maar u heeft een vraag?’
‘Nou, meer een klacht.’
‘Oei, een klacht.’

‘Eh… misschien kunt u dan beter even met Boris Haring in gesprek gaan.’
‘Boris?’, vroeg ik. 
‘Ja, zal ik even kijken of hij al terug is?’
‘O, was hij ook naar Utrecht?’, vroeg ik nieuwsgierig.
‘Nee, Boris heeft op maandag altijd zijn training.’

‘Training? Om het brood te kunnen kneden?’, lachte ik.
‘Nee, een training zelfverdediging. Vandaag volgt hij de module boksen. Om zich beter te kunnen weren tegen lastige klanten.’

Bart

zondag 22 maart 2026

Kruimels

‘Hij doet het niet goed’, legde ik uit. Ik stond met mijn klacht aan de balie van een electrozaak waar ik zojuist een eerder gekochte kruimeldief had gedeponeerd.

‘Wat doet hij niet goed?’, vroeg een wat norse verkoper achter de balie.
‘Waarvoor hij gemaakt is: zuigen.’
De man drukte op de schakelaar en het ding begon geluid te maken.

‘Hij doet het toch?’, stelde hij vast.
‘Klopt, maar hij zuigt niet.’
‘Maar hij doet het wel. Kunt u horen.’
‘Hij zuigt niet. Houd uw hand er maar voor.’

De hand verschoof naar het mondstuk.

‘Voelt u?’, vroeg ik met enige triomf.
‘Klopt, hij zuigt nu niet.’
‘Nu niet en straks ook niet’, riep ik met een opkomende nijd.
‘Dat ligt er helemaal aan.’

‘Waar ligt dat aan?’, vroeg ik geïrriteerd.
‘Als u uw hand probeert op te zuigen, dan gaat het ook niet lukken. Ik zou zeggen probeer het thuis eens met kruimels. Daar is hij namelijk voor gemaakt. Wie volgt?’

Bart

maandag 16 maart 2026

De nieuwe vriend

‘Carla heeft een nieuwe vriend’, bracht ik tijdens ons tien uur koffiemomentje in.
‘Carla? Je bedoelt die hittepetit van die zwarte auto?’
‘Ja, van de Porsche. Alsof je haar niet kent.’
‘Het is een raar mens, Bart. Die ken ik liever niet.’

‘Slaat dat nou weer op. Heeft ze je iets misdaan of zo?’
‘Nee, maar ik heb genoeg over haar reputatie gehoord. Vraag maar eens aan de vrouw van Hans Vruggink. Rietje.’
‘Nou ben je net Karin Krul, onze buurtroddelaarster. Kom op Truus, je moet niet alles geloven.’

‘Die Rietje Vruggink is er trouwens óók één hoor’, wist ik. ‘Die heeft een verhouding gehad met de bakker. Dus wat dat betreft.’
‘En dan beschuldig jij mij dat ik een kopie ben van Karin Krul? Je kunt er zelf ook wat van!’

‘Hoe dan ook Truus, ze heeft een nieuwe vriend’, ging ik verder. ‘Hij komt uit Enschede. Het is een echte Tukker.’
‘Kijk, dat bedoel ik nou met een raar mens, Bart. Ze kent hem nog maar net en hij mag ook al blijven slapen.’

Bart

donderdag 12 maart 2026

Cursus

‘Goh Bart, hebben jullie een hond aangeschaft?’, vroeg mevrouw Boerstoel toen ik haar tijdens het uitlaten tegenkwam.
‘Logeétje, hij is van onze zoon. Hij is mooi hè?’
‘Hij is prachtig. Een golden retriever, toch?’, stelde ze vast.
‘Ja, klopt.’
‘Hij is lief, of niet eh…’
‘Cooper. Hij heet Cooper en stamt uit een adellijke nest.’

‘Goh Bart, dat trekt jouw niveau toch flink op’, lachte ze. 
‘Cooper, af!’ Hij ging liggen.
‘En hij luistert ook goed zeg.’
‘Klopt, hij is op cursus geweest mevrouw Boerstoel.’
‘Dat kun je meteen zien. Echt leuk!’

‘En hoe lang blijft hij?’
‘Paar daagjes. Cooper zit!’ 
De hond reageerde meteen en ging naast me zitten met zijn ogen op mij gericht.’
‘Geweldig zeg. Wat een kanjer!’

‘Inderdaad, maar ik moet snel verder, ik moet straks weer naar cursus.’
‘Moet hij nog meer leren dan?’
‘Nee, niet met Cooper maar met Truus. En dat wordt nog wel even een dingetje.’

Bart

woensdag 11 maart 2026

Duur

‘Goh, wat is die benzine toch duur’, riep een dame ontzet toen ze, terwijl ze de slurf in de tank had hangen, naar de prijs op de pomp keek. Ik verrichte op dat moment dezelfde handeling en vond dat ze wel een punt had. Ik zei het tegen haar. 
‘U heeft wel een punt.’
‘Waar?’
‘Een punt. U heeft gelijk. Dat bedoelde ik.’
‘O, ik schrok al. Ik dacht dacht dat u op een beschadiging doelde. Dan ontstaat er vanavond oorlog.’
‘En dan wordt de literprijs nog hoger!’, lachte ik.

‘Ik bedoel met mijn man. Die is met meerdere liefjes getrouwd. En ik ben de minst populaire. Goh, ik zit inmiddels al op honderd euro.’
‘Ik keek. O, ik nog maar op zestig. Is uw man zo zuinig op zijn auto?’
‘Ja, het is geen heilige koe maar voor hem een testosteron-bom. En die kan enorm ontploffen’, lachte ze. 
‘Dat had ik vroeger met mijn vader. Die schoot ook altijd door. Die had in de garage vloerbedekking op de vloer en een schemerlampje aan de muur. Anders was de auto zo eenzaam.’
‘Wij hebben parket in de garage’, lachte ze.
‘Kijk, baas boven baas.’

‘Nou ja, ergens snap ik hem wel. De auto is hagelnieuw en was ook hartstikke duur’, vertelde ze.
‘Nét zoals de benzine. Nieuw en hartstikke duur. En vóórdat je het weet heb je een flinke deuk te pakken.’
‘Een flinke deuk?’, vroeg ze verontrust.
‘Ja, niet in de auto maar in je portemonnee.’

Bart

dinsdag 10 maart 2026

Voetprobleem

‘Help me even herinneren, Bart. Mama moet vandaag naar de dokter, dat ik haar even bel’, meldde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Wat heeft ze nu weer?’, reageerde ik.
‘Wat heeft ze nu weer? Ze mankeert nooit wat.’
‘O ja, dat is ook zo. Klagende kraaien gaan het langst mee.’

‘Wat heeft ze? Versleten stembanden?’
‘Bart, wil je wat meer respect tonen? Het gaat over mijn moeder.’
‘Weet ik. Je komt luid en duidelijk over!’

‘Ze heeft iets aan haar voet. Ze kan er niet goed op staan.’
‘Wel lopen?’
‘Nee, sukkel. Als ze er niet op kan staan kan ze er ook niet op lopen.’
‘Nou ja, leer mij je moeder kennen. Mrs. Thatcher in hoogst eigen persoon inclusief handtas.’

‘Je gaat weer lekker tekeer. Ze heeft er best last van.’
‘Heeft de buurman haar laten struikelen. Heeft ze toch ruzie mee?’
‘Nee, ze heeft een misstap gemaakt en het doet haar echt zeer.’
‘Vervelend!’, riep ik uit pure medeleving.
‘Hou toch op man. Daar meen je niks van.’
‘Hoezo niet? Het is echt vervelend want ik voorzie voor mijzelf komende maanden weer het nodige taxiwerk.’

Bart

maandag 9 maart 2026

Delen

‘Volgens Annie van de Heuvel is die vrouw van hierachter bevallen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Leuk. Heeft ze weer eens wat te doen.’
‘Bedoel je die vrouw?’
‘Nee, Annie. Kan ze op de klep.’

‘Wat bedoel je met klep?’
‘Kraamvisite. Kindje wiegen, schudden of weet ik veel hoe dat tegenwoordig heet.’
‘Kraamschudden. En dat heet al eeuwen zo.’
‘Nou ja, ze kan er op visite. Zal die van Krul ook wel mee willen. Heeft ze weer wat te roddelen voor als ze bij de Super achter de kassa zit.’

‘Joh, ik zeg alleen dat die vrouw is bevallen. Jij maakt er weer een kermis van.’
‘Truusje, leer mij onze buurt kennen. Ze zijn zo nieuwsgierig als de pest.’

‘Ik denk dat wij ook wel een geboortekaartje krijgen.’
‘Wij? Waar heb jij dat aan te danken?’
‘O, ik heb al een paar keer met haar gesproken en vorige maand ben ik bij haar op de thee geweest, dus..’
‘En waarom weet ik daar niks van?’
‘Van de gesprekjes of van de thee?’
‘Dat je omgang met haar hebt.’

‘En waarom zou ik dat moeten melden?’
‘Nou ja zeg, hier zit je man! Lees vooral het trouwboekje nog even door. Ligt boven in het nachtkastje.’
‘Welk hoofdstuk?’
‘Het hoofdstuk dat je alles samen deelt.’
‘Ah… kijk. Dat hoofdstuk.’ Ze lachte.

‘Ben ik benieuwd wanneer jij mij gaat vertellen dat je vorige week wel een uur met Carla-van-de-Porsche hebt staan beppen.’
‘En wie heeft je dat verteld?’

‘O, dat hoorde ik terloops van iemand aan de kassa van de Super.’

Bart


woensdag 4 maart 2026

Het ontslag

‘Hoi Bart, had jij het al gehoord?’ 
Ik stond net onze oprit te vegen en wat onkruid weg te kratsen toen deze stem zonder toestemming bij mij binnendrong. De gevolgen bleven niet uit: het onkruid keerde enthousiast terug en het bij elkaar geveegde hoopje ellende zag zijn kans schoon om zich als een wervelwind te verspreiden. Voor mij stond namelijk de Majesteit van de betere roddel, buurtmadame de Pompadoer oftewel Karin Krul. 

‘Had jij het al gehoord?’, herhaalde ze haar vraag.
‘Je bedoelt dat Truus zwanger is?’
‘Ik ben niet langer telefoniste bij de huisartsenpost, Bart.’
‘O dat. Ja, oud nieuws’, riep ik quasi ongeïnteresseerd. 

‘Hoezo “oud nieuws”? Ik heb er een paar dagen geleden pas een punt achter gezet. Of was het soms op het nieuws?’
‘Nee, dat zou teveel eer zijn geweest, Karin.’
‘Bah, wat doe je weer flauw.’

‘Nou ja, je bent ontslagen dus…’
‘Niet ontslagen, we hadden een verschilletje van inzicht. En toen hebben we mijn proeftijd met wederzijds goedvinden beëindigd.’

‘En waarover ging dat verschilletje?’, vroeg ik naar de bekende weg.’
‘O, een pissewisje. Trouwens, jouw Truus is helemaal niet zwanger.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Simpel, er stond niks over in haar dossier.’

Bart