Zo begon het gesprekje met een dame die mij tijdens mijn oprit-veegactie benaderde. Ik wilde nog een flauwe opmerking over mijn portemonnee maken maar ze wachtte mijn antwoord niet af.
‘Is dit een leuke buurt?’
‘Wat bedoelt u?’, vroeg ik ter verduidelijking.
‘Precies zoals ik het vraag; is dit een leuke buurt?’
Ik moest daar even over nadenken. Dat heb je als je ouder wordt. Heb ik tegenwoordig ook met Truus. Dan vraagt ze iets, kan ik niet zo snel antwoorden, wordt ze boos. Deze vrouw dus ook want raakte zichtbaar geïrriteerd.
‘Zo moeilijk is de vraag toch niet?’, reageerde ze vinnig.
‘Nee, maar het antwoord wel. Wat is het doel van uw vraag?’
‘Het doel? Moet het een doel hebben?’
‘Ja, dat lijkt mij wel en is mede bepalend voor mijn antwoord.’
Ik had al meteen een pesthekel aan dat mens. Een vrouw die na het tandenpoetsen had verzuimd de bos haar van haar tanden te scheren.
‘Meneer, ik zal het u dan maar uitleggen. Ik sta op het punt hier een mij aangeboden woning te accepteren. Dus als u mij nu een antwoord kunt geven… Is dit een leuke buurt, ja of nee.’
‘Ah.. u bent dus van plan hier te haan wonen?’
‘Ja, tenminste, als uw antwoord mij bevalt.’
‘Welke woning betreft het?’
‘Achtenveertig. Naast de mevrouw die achter de kassa bij de Super zit.’
‘Ahhh mevrouw Krul. Die ken ik heel goed.’
Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Dat bood kansen.
‘Mevrouw, ik zou meteen de sleutel ophalen. U krijgt een hele leuke buurvrouw in een geweldige buurt!’
Bart
