Mevrouw Meijer woont vijf huizen verderop en ik liep haar bij de drogist tegen het lijf. Ik was daar in opdracht van Truus voor de aanschaf van een potje cement.
‘Ziet u mij, nuchtere Hagenees, verkleed als een over-rijpe banaan-met-steeltje door Schuursponsengat huppen? Dacht het toch niet mevrouw Meijer.’
‘O, ik dacht dat Truus dat altijd leuk vond. Ze had het daar wel eens over.’
‘Truus vindt alles leuk, maar ik stel wel grenzen. Geen carnaval!’
‘Nou nou, zo erg is het toch niet?’
‘Het is erg, mevrouw Meijer. Mijn schoonvader heeft ooit tijdens carnaval mijn schoonmoeder ontdekt. Dus u begrijpt vast mijn boycot van dit feest der feesten.’
‘Nou ja, Truus is er wel uit voortgekomen. Dus het had wel iets goeds!’
‘U zegt het mevrouw Meijer.’
‘Viert je schoonmoeder nog steeds carnaval? Ze kwam toch van “onder de grote rivieren”?’
‘Als u de Bonkevaart als grote rivier wil kwalificeren, dan klopt het wel.’
‘Maar ze viert geen carnaval meer?’
‘Nee, en ze zitten ook niet meer op haar te wachten.’
‘Te oud?’
‘Nee, dat niet maar er lopen inmiddels meer dan genoeg Eucalipta’s rond met een bezem tussen de benen en een druppel aan de neus.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten