Ik keek op van mijn boodschappenlijstje en ontdekte een buurtgenote die bekend staat als vrouwtje stofdoek.
‘Wat is er leuk?’, vroeg ik.
‘U. leuk dat ik u in de winkel ontmoet.’
Mij ontging “de leuk” volledig.
‘Ja, lachen. Ook aan de boodschap?’
‘Ja, soms moet je, hè. Maar u blijkbaar ook!’
Ik moest even nadenken of ik ook onder de “soms” viel.
‘Ik loop hier anders dagelijks hoor.’
‘Doet uw Truus nooit boodschappen?’
‘Nee, die moet schoonmaken’, stuurde ik het gesprekje.
‘Ja, onze huizen zijn heel stoffig’, merkte ze op.
‘Die van ons niet’, antwoordde ik. ‘Wij hebben een stofvanger.’
‘Een stofvanger? Wat is een stofvanger?’ Ze keek nieuwsgierig.
‘Ja, eigenlijk mag ik het van Truus niet verklappen, maar goed. Eh.. zij wast haar stofdoeken in een met bloem aangemaakt papje. Daarna drogen, niet uitkloppen en dan in één keer alles afstoffen. Dan blijft er een beschermlaag achter en komt er geen stof meer op de meubels.’
Ik zag haar nadenken. Na een incubatietijd van twintig seconden reageerde ze.
‘Het is de moeite van het proberen waard’, zei ze enthousiast. ‘Dank je Bart. Toch leuk dat ik je ontmoette.’
Vijf minuten later zag ik haar met drie pakken bloem de winkel verlaten.
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten