Afscheid
‘Nog bedankt hè! Je was fantastisch’, riep ik. De voorbijgangster hield haar pas in.
‘Staat Truus daar ook?’, vroeg ze terwijl ze om mij heen probeerde te kijken.
‘Truus?’
‘Ja, je sprak toch tegen Truus?’
‘Nee joh. Ik nam afscheid van onze boom.’
‘Jij bent ook hartstikke gek’, lachte ze.
‘Wie? Ik?’
‘Ja, wie praat er in hemelsnaam met een kerstboom?’
‘Ik. Het was een geweldige boom en voordat hij het gemeentelijke crematorium in verdwijnt, bedank ik hem.’
‘Jij bent toch Bart? De man van Truus?’
‘Jazeker. En we hebben samen al bijna vijftig kerstbomen versleten.’
‘Al bijna vijftig?’
‘Ja, en er komen er nog wel wat bij denk ik.’
‘Denk ik? Twijfel je?’
‘Ja, wel een beetje.’
‘Gaat het niet goed tussen jullie?’
‘Met onze relatie wel. Alleen zit Truus nu bij de dokter, dus…’
‘Bij de dokter?’
‘Ja ze heeft de kerstboom een afscheidskus willen geven. Maar daar was hij niet van gediend. Hij heeft haar stevig in haar lip geprikt.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten