Een nieuwe trui.
‘Niks? Wat vind je niks?’, vroeg Truus.
‘De verkoopster!’, antwoordde ik. ‘Wat denk je nou wat ik bedoel!’
‘Nou ja, ik vind die verkoopster ook niks.’
‘Truus, ik wil geen trui met horizontale banen.’
‘Verticale banen vind je ook niks, dus?’
‘Wat dus?’
‘Dus wordt het geen trui.’
‘Er zijn toch ook nog andere truien?’, zei ik.
‘Nee, die zijn er niet!’, bitste ze.
‘Hoezo niet? Truien zat!’
‘Lieve schat. Truien zat? Let goed op: meneer wil geen strepen, geen stippen. Effen truien vind hij saai, een V-hals staat te ouderlijk, een ronde hals is te benauwend. Wol kriebelt, katoen kreukt teveel, rood, blauw groen en zwart zijn niet “jouw kleuren”.
Dan hebben we het nog niet over slobbertruien gehad, truien met een rits, een kraag, truien met een boord… Die vindt meneer allemaal niks. Dus, hoezo truien zat?’
Ik keek haar aan, vervolgens wanhopig om mij heen en ontdekte toen een gele trui. Hij lag moederziel alleen op een plank.
‘Die lijkt me wel wat!’, riep ik blij.
Ze keek me hoofdschuddend aan. ‘Geel? Sorry Bart. Die vind ik helemaal niks.’
‘Helemaal niks, Truus? Jij hebt toch ook werkelijk altijd wat te zeuren.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten