Hij stond op het pad.
Ik zat in mijn campingstoel pal voor onze luifel.
‘Nummer veertig zou nog vrij zijn’, verklaarde de vrouw de vraag van de man.
‘Vrij zijn? Nee hoor, wij staan op veertig.’
‘U moet volgens deze kaart op negenendertig staan.’
‘Ik moet niks’, zei ik. Er begon iets te kriebelen.
‘Kijk dan, veertig staat hier vrij en negendertig is bezet.’ Hij wees met zijn vinger nadrukkelijk op het papier.
‘Dat zal, maar wij staan hier en blijven hier.’ Ik richtte mij weer op mijn krantje.
‘Sorry, wij hebben ruim dertienhonderd kilometer gereden voor plek veertig. Wij eisen nummer veertig op.’
‘Harry, kom maar, we gaan wel naar de beheerder.’ Ze trok hem aan zijn arm.
Ik was er nu helemaal klaar mee, stond op, liep naar het pad, trok bordje veertig uit de grond, liep naar negenendertig, trok ook dat bordje eruit, duwde veertig in de grond en liep toen terug naar mijn eigen plek.
‘Opgelost’, riep ik.
‘Nee, niet opgelost. Kijk maar op de kaart’, herhaalde hij. Ik keek hem hoofdschuddend aan.
‘Ja, en?’, vroeg hij.
‘Je moet natuurlijk ook de kaart omdraaien!’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten