‘Morgen Bart, ook onderweg naar de Super?’, vroeg een licht hijgende mevrouw Freriks toen ze mij had bijgehaald.
‘Ja, boodschapje voor Truus.’
‘Leuk dat je dat voor haar doet.’
‘Ach ja mevrouw Freriks, je moet soms wat voor elkaar over hebben. En dan, het is tegenwoordig geen probleem meer.’
‘Hoe bedoel je dat? Geen probleem?’
‘Ach ja, vroeger moest ik altijd de dagen in de gaten houden vanwege “haar”.’
‘“Haar”?’
‘Ja, die van Krul. Die zat drie dagen per week achter de kassa.’
‘O, je bedoelt Karin.’
‘Klopt, maar die is telefoonmiep geworden bij de huisartsenpost. Zo fijn!’
‘O, maar die is weer terug hoor!’
Ik hield van schrik mijn pas in.
‘Ja, wist je dat nog niet?’
‘Nee, niks van gehoord.’
‘’Die is na een week al gewipt.’
‘Gewipt? U bedoelt dat ze is ontslagen?’
‘Ja, en in haar proeftijd. Ze heeft vertrouwelijke informatie naar buiten gebracht.’
‘Waarom verbaast mij dat niet?’, reageerde ik.
‘Ze bazuinde rond dat de man van mevrouw Boerstoel kalknagels heeft aan zijn tenen en daaraan geopereerd moet worden. Me vrouw Boerstoel hoorde dat van Carla met die Porsche en toen heeft ze een klacht ingediend bij de huisartsenpost. En zo kwam het balletje aan het rollen.’
‘Ik wist het. Een roddelaarster als telefoniste bij een huisartsenpost. Dat is als de kat op het spek knopen.’
‘Inderdaad Bart, en het klopte ook nog niet.’
‘Hoe dan?’
‘Het waren niet zijn tenen maar zijn vingers.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten