Totaal aantal pageviews

maandag 2 maart 2026

Traag bloed

‘Meneer, kunt u even een momentje uw arm stil houden? Ik kan zo niks beginnen!’ 
Vóór mij zat een zorgprofessional onrustig op mijn arm te tikken in de hoop dat er een nieuwsgierige ader zijn kop op zou steken.

‘U klopt steeds op mijn arm’, klaagde ik.
‘Komt omdat u traag bloed heeft. Nog even meneer. Ja, kijk, hij komt.’
Ik zag niks komen. Maar ja, ik ben geen professional. Ik ben eigenaar en dat is toch net even anders. 
Ik ga nu prikken!’, waarschuwde ze mij. 

De naald verdween in mijn arm en in het buisje druppelde wat bloed.
‘Hij heeft er geen zin in’, klaagde ze toen ze naar de schamele opbrengst keek.
‘De baas ook niet’, klaagde ik.

‘Andere arm!’, riep ze. 
Het tik-ritueel herhaalde zich.
‘Ik denk dat ze met elkaar hebben gesproken want deze komt meteen omhoog’, grinnikte ze. 
‘In ieder geval niet met mij’, stelde ik vast.

‘Zo, komt de naald… ja, kijk, deze kant heeft er echt zin in’, stelde ze tevreden vast terwijl ze de naald verwijderde.
‘En nu?’, vroeg ik wijzend op beide buisjes.

‘Hoe bedoelt u?’
‘Hoe houd u ze nu uit elkaar?’
‘Wat bedoelt u met “uit elkaar”?’

‘Nou ja, ik neem toch tenminste aan dat ze met een plakkertje links en een plakkertje rechts naar het lab worden gestuurd. Anders zit ik hier morgen weer.’

Bart

Geen opmerkingen: