‘Hoi’, begroette ik een langshuppelende serveerster in de hoop haar aandacht te trekken. We zaten al even op een bediening te wachten.
‘Geen tijd’, stelde Truus vast. ‘Personeelsgebrek.’
‘Dat zou je zo niet zeggen. Ik tel in de gauwigheid vijf serveersters en acht tafeltjes. Dus dat kan het probleem niet zijn.’
‘Ik denk dat het door jouw gezichtsuitdrukking komt, Bart. Je kijkt als een oorworm die elk moment kan gaan sterven.’
‘Dat komt door die bediening hier.’
‘Jawel, maar hoe lelijker jij kijkt, des te meer ze ons ontwijken.’
‘Het is een kwestie van commerciĆ«le prioriteiten stellen. Ze zien aan jouw zuinige gezicht dat je alleen maar een kopje koffie wil. Dat levert te weinig op.’
‘Zullen we er dan maar een saucijzenbroodje bijnemen?’, stelde ze vanachter de opengeslagen menukaart voor.
‘Zou het werken?’, vroeg ik mij af.
Goedemorgen mevrouw en meneer. Wat mag ik voor u noteren?’
‘Twee koffie met een saucijzenbroodje alstublieft. Was je druk of zo?’, vroeg ik.
‘Nee hoor, niet druk. Hoezo?’
‘Omdat wij hier al een half uur zitten’, klaagde ik.
‘Nee, ik herkende u als de Bart van de verhalen op Facebook’, lachte ze.
‘En daarom moet ik dan maar wachten?’, vroeg ik vol ongeloof.
‘Ja, we hoopten dat u zich zou gaan ergeren en er dan een verhaal aan zou wijden.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten