‘Inderdaad, maar een fatsoenlijk bord boerenkool staat er niet bij’, constateerde mijn schoonmoeder enigszins teleurgesteld.
‘Ma, we zitten hier in een toprestaurant. Hier eet je geen boerenkool’, lachte Truus.
‘Onzin, daar kunnen ze flink geld aan verdienen.’ Ze klonk overtuigend.
‘Zoek nou maar iets uit wat je lekker vindt en thuis niet elke dag op je bord hebt liggen.’
‘Boerenkool dus’, zeurde ze door.
Ik schonk er verder geen aandacht aan.
‘Kijk mam, als voorgerecht een soepje? Je kunt kiezen.’
‘Ze hebben niet eens tomatensoep.’
‘Nee, je eet hier culinair. Dus misschien iets van geitenkaas met pijnboompitten? Echt iets voor jou.’ Truus wees op de kaart.
‘Geitenkaas? Daar wordt je ziek van.’
‘Dan neem je geen voorgerecht’, riep ik nijdig.
‘En dan? Ik moet toch eten?’
‘Kijk mam, dan bestellen we voor jou een biefstuk van de haas’, stelde Truus voor.
‘Is dat met gebakken piepers en appelmoes?’
‘Geen appelmoes maar wel gebakken aardappeltjes met groente.’
‘Boerenkool?’
‘Zo Mevrouw, zegt u het maar’, richtte de ober zich op mijn schoonmoeder.
‘Mam wil géén voorgerecht maar straks een biefstukje’, gaf Truus aan.
‘Een biefstuk voor mevrouw. En, nog even een vraag: hoe moet de kok die braden?’
Haar mond viel open en ze liep wat ongezond rood aan.
‘Moet je eens goed naar mij luisteren jongeman, dat jullie geen boerenkool kunnen koken snap ik, maar dat ik de kok uit moet leggen hoe hij een biefstuk moet braden is voor zo’n toprestaurant schande.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten