Leeftijd
‘Vind Bart dat niet erg?’, hoorde ik haar in de gang vragen. En toen de reactie van Truus: ‘Bart heeft daar niks van te vinden.’ Voorlopige conclusie: deze Bart moet alles maar goedvinden.
‘Ja, ik denk zo midden zeventig’, antwoordde Truus.
‘Ik denk dat zij iets ouder is als hij. Hij is denk ik op weg richting vijfenzeventig?’
‘Ja, dat denk ik ook. Dan moet zij zo rond de zevenenzeventig zijn?’
‘Ja, we worden allemaal ouder, Truus’, zuchtte ze. Ik ben ook al achtenzestig.’
‘Pas achtenzestig Annie?’, sneerde ik. ‘Dacht dat je…’
‘Bart! Hou je mond’, riep Truus. ‘Ik weet al wat hij wil zeggen.’
‘Jaja, dat ik er veel ouder uitzie.’
‘Maar jij schiet ook al aardig op, Bart.’
‘Ik? Hoezo opschieten? Moet ik ergens naartoe?’
‘Nee, ik bedoel qua leeftijd. Jij wordt dit jaar toch éénenzeventig?’
‘Eenenzeventig? Hoe kom je daar nou bij. ‘Ik was vorig jaar nog negenenzestig!’
‘Mijn Joop wordt volgende week zeventig en dat wordt toch ook wel een oude man!’
‘Ook een oude man? Zeventig?’
‘Ja, vroeger wilde hij op zondagavond na studio sport zelf nog een derde helft spelen. Maar tegenwoordig valt hij na het fluitsignaal als een blok in slaap.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten