'Ja, we zijn op doorreis. Bart, denk je aan het neuswiel!', riep ze veelbetekenend.
'Ja, ik heb hem net gesnoten.'
'Uw man is een echte grapjas', vond de buurman. 'Moet toch een genot zijn om met zo'n man te mogen kamperen.'
'Breek me de bek niet los. Het is een aaneenschakeling van genot: Ik ben er namelijk ook nog mee getrouwd!'
'Dan bent u vast een gelukkig mens.'
'Enorm. Bart, het krukje moet als laatste. Hoe vaak moet ik dat nog zeggen? Het matje moet eerst, dan het krukje op het matje zetten!'
'Volgens mij is dat niet helemaal de volgorde', ging hij verder.
'Hoe bedoelt u?', vroeg Truus.
'Nou ja, het matje ligt nu onder jullie krukje. Dan moet je toch eerst dat krukje...'
'Krukje staat in de caravan!', onderbrak ik hem.
'Oké schat. Dan nu de mover erop?', vroeg ze.
'Yep, doe maar!', riep ik terug.
'O? Doen jullie eerst de mover erop? Wij draaien altijd eerst de pootjes er onderuit!'
'Wij niet', riep ik.
'Hoeft natuurlijk ook niet', lachte hij. 'Het is wat je gewend bent.'
'Zo is dat', voegde Truus eraan toe.
'Waar gaat de reis nu naar toe?', vroeg hij.
'Naar onze eindbestemming.'
'O, kijk, en waar is dat zo ongeveer?', wilde hij weten.
'O, ergens in het zuiden. Heb je de mover er opgezet?', vroeg ik.
'Ja hoor, je kunt de auto ervoor zetten.'
Na enig "gemove" stonden we klaar voor vertrek.
'Wij zoeken ook nog een mooie camping in het zuiden. Is die camping wat?', wilde hij bij het afscheid weten.
'Ja, een geweldige vier sterrencamping met zwembad en restaurant.'
'O, kijk, precies wat wij zoeken. Wacht even dan schrijf ik het op!'
'Dat is niet nodig hoor. Er zijn daar een kleine drieduizend campings. Die van ons is speciaal voor caravans. Je hebt hem vast zo gevonden. Succes!'
Ik gaf gas en hobbelde tevreden de camping af.
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten