‘Fijn toch?’, vond Truus.
‘Jawel, maar ik vind het verdacht. Ik vermoed dat ze iets aan het uitbroeden is.’
‘Karin? Iets uitbroeden?’ Truus moest lachen.
‘Ja Truusje, leer mij Karin Krul kennen. Die heeft bij de Super achter de kassa weer iets opgevangen en zit nu uit te denken hoe ze het zo smeuïg mogelijk kan uitventen.’
‘Misschien wel iets over jou’, lachte ze.
‘Zou kunnen.’
‘Hoezo? Heb je iets uitgevreten?’
‘Neu, niet echt.’
‘Niet echt? Wat heb jij uitgespookt Bart?’
‘Ach, je hebt allemaal wel eens een dingetje. Jij toch ook wel eens?’
‘Ik heb geen dingetje. Vertel, wat heb je uitgevreten?’
'Ach, eigenlijk niks bijzonders. Gewoon, grapje. Moet kunnen toch?'
'Bart, jouw grapjes kunnen nooit. Dus ook nu niet. Kom op. Welke ramp staat ons te wachten?'
'Ach, ik heb haar in vertrouwen verteld dat onze buurt zondag wordt verrast met een straatprijs in de Postcodeloterij. Inclusief die kale neet.'
'Hahaha, wat grappig. Ik rol van mijn stoel.'
'Nu al?', vroeg ik.
'Hoezo nu al?'
'Omdat je het grappige nog niet hebt gehoord. Die kale komt niet zondag, maar maandag.'
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten