Totaal aantal pageviews

maandag 30 december 2024

Wachttijd

Wachttijd

‘Nou, daar zitten we dan’, zuchtte ik. We zaten in het ziekenhuis waar ik voor twee afzonderlijke gesprekjes was uitgenodigd. Op zich geen probleem ware het niet dat er twee uur wachttijd zat tussen gesprekje één en gesprekje twee. 

‘Ja, hou je nou maar rustig want mopperen helpt niet. Bovendien ben je met pensioen dus tijd zat!’
‘Daar gaat het niet om, Truus. Ik baal gewoon van dat zinloos wachten.’
‘Je zit naast mij, dus hoezo zinloos?’ 
Ik keek haar aan. ‘Wat bedoel je?’
‘Nou ja, we hebben nu gewoon even tijd voor onszelf. Voor een goed gesprek.’
‘Hm, een goed gesprek. Wat eten we vanavond?’

‘Duurt zo wel heel erg lang’, stelde ik na vijf minuten vast. ‘En let op, loopt het spreekuur ook nog uit….’
Ik stond op, ging wat over de reling hangen en had zicht over de hal beneden ons.

‘Verrek, er staat hier beneden een piano in de hal. Wat leuk!’, riep ik enthousiast.
‘Daar kunnen bezoekers vrij op spelen’, wist Truus.
‘Kijk, ik zie mogelijkheden’, lachte ik.
‘Wat dan? Ga jij spelen? Man, je bent totaal a-muzikaal. Je weet niet eens hoe je die toetsen moet indrukken.’
‘Dat bedoel ik’, lachte ik. ‘Laat mij twee minuten spelen. Dan ben ik meteen aan de beurt.’

Bart


Zoektocht

Zoektocht

Soms krijg je de vraag voorgeschoteld waar “iets” in de loop de jaren toch gebleven is. Meestal laat ik de vraag even doodbloeden waarna hij vanzelf in de vergetelheid raakt. 

Dit keer lukte dat niet en bleef Truus doorzeuren. Het ging over een vaasje wat ze ooit van mijn schoonmoeder had gekregen.
Toen ik wat later dus tevergeefs over de zolder kroop, ontdekte ik wel een verloren gewaande doos met mijn ooit tot favoriet verklaarde spel Stratego. 

‘Niet gevonden zeker?’, vroeg Truus waarop ik de doos op tafel legde. ‘Nee, maar wel dit spel.’
‘Heb je wel goed gezocht?’
‘Ja hoor, heel goed zelfs. Kijk, dit speelde ik vroeger’, lachte ik trots. 

‘Stratego? Waar gaat dat over?’
‘O, dat is voor mensen met strategisch inzicht. Een spel waarin je bij je tegenstander op zoek moet naar zijn vlag en die moet veroveren.’
‘Zoeken?’, vroeg ze.
‘Ja, en die vlag staat dan vaak strategisch omgeven door bommen zodat het allemaal niet zo gemakkelijk is, Truus. Je hebt daar wel doorzettingsvermogen voor nodig.’

‘Zeker vaak verloren’, sneerde ze.
‘Verloren? Hoezo verloren? Ik heb vaak gewonnen.’

‘Dat lijkt me sterk, strateeg. Je kan wel de vlag van je tegenstander vinden, maar een simpel vaasje van mijn moeder lukt je niet.’

Bart

zondag 29 december 2024

Zaklamp

Zaklamp

‘En Bart, ga je ook vuurwerk afsteken?’, hoorde ik een bekende stem vragen.
Een stem waar ik altijd de rillingen van krijg en automatisch het slechtste in mij naar boven haalt.

‘Wat is er, Karin?’ vroeg ik zo kort mogelijk af.
‘Of je worst lust’, lachte ze.
‘Jawel, maar niet van de Super, ik ga liever naar de Appie.’
‘Zijn ze daar goedkoper?’
‘Nee, maar daar kan ik probleemloos afrekenen.’

‘Dat kan bij ons ook hoor. Wij hebben ook een zelfscan.’
‘Ja, heb ik gemerkt. Je kunt onmogelijk ongezien dat zelfscan-laantje inschuiven.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Jullie van de kassa kunnen elke klant in de gaten houden. En er zijn caissières…

‘Wist je trouwens al dat ik vanaf januari vijf dagen per week bij de super achter de kassa zit?’, vroeg ze.
‘Was het op het nieuws?’ Gebrek aan personeel?’
‘Nee joh, het wordt er steeds drukker. En aangezien ik een ervaren caissière ben… Die moet je tegenwoordig met een zaklamp zoeken.’

‘Verkopen ze geen batterijen bij jouw Super?’
‘Jawel? Hoezo?’
‘Omdat de batterij van die zaklamp wel heel snel leeg geweest moet zijn.’

Bart

vrijdag 27 december 2024

Een noodpakket

Een noodpakket 

‘Ik sprak net buuf Agnes’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 
‘O? Had je nog iets met haar te bespreken dan?’
‘O, wat klink je weer ambtelijk. Alsof je altijd iets te bespreken moet hebben.’
‘Ja, jij begint erover’, ketste ze terug.

‘Ging over het noodpakket. Voor als de Russen binnen vallen. Zij werkt bij de gemeente, dus zou je zeggen dat ze er alles over weet.’
‘En?’
‘Not, ze weet er weinig van.’

‘Wat weet ze niet?’
‘Pffft, het domme ding wist niet eens wat een knijpkat was.’
‘Een knijpkat? Wat is dat dan?’
‘Truus, dit meen je toch niet serieus?’
‘Ik heb ook geen idee.’

‘Dat is een zaklantaarn die je, door er in te knijpen, licht geeft. Er zit een soort dynamo in.’
‘O? Nooit van gehoord.’
‘Nee, Agnes dus ook niet. Ze heeft geen kat, zei ze. Ze heeft een poes. En volgens haar kun je daar in knijpen tot je een ons weegt, maar die geeft echt geen licht.’

Bart

donderdag 26 december 2024

Vuurwerk

Vuurwerk

‘Heb je mijn vuurwerk al gezien, Opa?’, vroeg mijn kleinzoon terwijl hij een bestellijst op internet liet zien. 

‘Zo, ga je dat allemaal kopen?’
‘Nee, niet alles. Weet je hoe duur dat is?’, vroeg hij terwijl hij mij verwachtingsvol aankeek.
‘Wat kost dat dan?’
‘Als je alles wil kopen dan ben je misschien wel duizend euries kwijt.’

‘Dat klopt’, beaamde ik.
‘Heeft u het al geteld dan?’
‘Nee, je zei dat je het dan kwijt bent. En dat klopt want je laat het ontploffen, toch?’
‘Ja, daar koop je het toch voor?’

‘Vuurwerk is heel gevaarlijk’, probeerde mijn aanwezige schoonmoeder nog een goedkope duit in het zakje je mikken.
‘Valt best mee Oma. Dit is heel veilig vuurwerk’, wist hij met zekerheid te melden.
‘Hoezo veilig? Er gebeuren zoveel ongelukken mee.’

Ik lanceerde maar een troostende knipoog in zijn richting. Hij snapte het.

‘Weet u Oma, ik ga er altijd heel ver vanaf staan. Dan gebeurt er niks.’
‘Ik snap niet dat je vader en moeder dat goed vinden.’
‘Die zijn een stuk jonger’, liet ik mij ontvallen.

‘Ik vind het onverantwoord. Je moet het toch ook aansteken?’
‘Klopt Oma, maar ook dat gebeurt tegenwoordig heel veilig’, probeerde hij haar te overtuigen.
‘Onzin, vuur is vuur.’

‘Nee hoor’, bemoeide ik mij ermee. ‘Dat aansteken gaat met een App op de telefoon.’
‘Een App op de telefoon? Heb ik die ook?’
‘Dat denk ik wel’, jokte ik. Ze opende met een ruk haar tasje, griste haar telefoon en smeet hem voor mij op tafel.
‘Wil je dat levensgevaarlijke ding er dan nu meteen afhalen?’

Bart

woensdag 25 december 2024

Kees

Kees

‘Was een lekker kerstontbijtje, schat’, zuchtte ik tevreden nadat ik het laatste croissantje had laten verdwijnen.

‘Kan ik zien’, lachte Truus. ‘Je trui is één en al kruimel.’ 
‘Valt mee’, zei ik terwijl ik de kruimels wegveegde.
‘Ja, nu ligt het op de grond. Lekker dan.’
‘Ach, stofzuigertje er overheen en klaar is Kees.’ Ik snapte het probleem niet zo.
‘Klaar is Bart en voordat je het bent vergeten: ik ben Truus.’

‘Ik heb geen idee hoe dat ding werkt.’ We hadden pas een nieuwe.
‘Ding uit de standaard, knop indrukken en gaan met de banaan. Elke sukkel kan dat dus ook die zogenaamde Kees van jou.’

‘Eerst nog een bak koffie, Truus.’
‘Ja, lekker. Moet je eerst kijken of er nog genoeg water in het reservoirtje zit.’
‘Wie, ik?’
‘Ja, jij wil toch koffie?’
‘Jij toch ook? Ik zit hier met die kruimels. Dat zei je zelf.’

‘Hallo, ik heb het ontbijt ook al verzorgd. Misschien dat je het Kees kan vragen?’, lachte ze.
‘Kees?’
‘Ja, als hij klaar is met zuigen.’

Bart

dinsdag 24 december 2024

Gezwijmel

Gezwijmel…

In deze periode van het jaar zwijmel ik altijd terug naar de tijden van weleer. Naar de tijden dat ik in mijn mooiste kleding werd gehesen, mijn haren in de brylcreme werd gezet, schoenen werden gepoetst, kortom: klaar werd gemaakt om de eerste en als toetje de tweede kerstdag te gaan beleven.

Al zwijmelend zie ik mijn vader op eerste kerstdag voor de kolenkachel aan sigaret trekken. Aan een Miss Blanche, zijn favoriet uit het gele doosje, waarvan de opstijgende rook zich geruisloos mixt met de aroma van de pas gevulde dampende kolenhaard…

Moeder brengt op zulke dagen het grootste deel van haar dagtijd door in de keuken en samen met mijn broer spelen we een spelletje “pesten”.

Klokslag twaalf staat mijn vader op en loopt naar de keuken om mijn moeder uit te leggen dat het tijd wordt voor een lunch. Zij gehoorzaamd zoals het trouwboekje voorschrijft, opent de oven om er vervolgens vier pasteibakjes in te plaatsen. Mijn vader opent geheel volgens traditie de blikjes ragout waarna hij ons opdraagt de tafel te dekken.

Er wordt aan tafel niet gebeden. Het ontbreekt ons aan voldoende kerkelijke overtuiging. Bovendien vloekt mijn vader teveel om dit überhaupt met een gebed goed te kunnen maken.

Nadat de pasteitjes zijn verdwenen, verdwijnt ook mijn vader. Onder een dekentje op de bank. Moeder spoedt zich naar de keuken om de bordjes af te wassen en de kip alvast voor te bereiden voor zijn avontuur. Ze duwt een kluit boter in zijn kont en dekt hem af met de theedoek.

Ondertussen tikt de staartklok langs het tijdpad en zijn mijn broer en ik uit pure verveling weer aan het pesten geslagen. Nu de variant zonder kaarten.

Rond drie uur gaat de televisie aan waarna er na een incubatietijd van ruim vijf minuten een dame verschijnt. Ze kondigt de aanvang van het traditionele kerstcircus aan waarna iedereen met open mond de verrichtingen gade slaat.

Nadat de laatste salto is uitgevoerd, stapt moeder naar de keuken om de kip te braden, aardappels te bakken en het kropje sla te wassen. Mijn vader steekt nog maar eens een sigaret op en wij dekken de tafel. 

Na het eten mogen wij nog een uurtje opblijven waarna wij rond acht naar bed worden gestuurd. 

Als ik later die avond wat kersterige geluiden uit de aanpalende slaapkamer van onze ouders hoor, weet ik dat ook deze kerst weer op traditionele wijze wordt afgesloten…. 

Allemaal een fijne kerstherinnering gewenscht.

Bart


maandag 23 december 2024

Slijtage

Slijtage

‘Morgen Bart,’
‘Morgen mevrouw Derksen.’
‘Mevrouw zit thuis. Trees loopt hier’, lachte ze.
‘Woont ze bij jullie in?’
‘Wie?’
‘Mevrouw. Dat zeg je net!’
‘Grapjas.’

‘Aan het vegen?’
‘Nou, eigenlijk ben ik bezig met de jaarlijkse controle.’
‘Controle? Waarvan?’
‘Van de tegels. Op slijtplekken.’
‘Vanwege het veelvuldig vegen?’
‘Nee, vanwege oneigenlijk gebruik.’

‘Oneigenlijk gebruik?’
‘Ja, Truus gebruikt hem oneigenlijk.’
‘Zwam niet. Hoezo “oneigenlijk”.’
‘Dat betekent zoveel als dat ze hem illegaal gebruikt. Er is zelfs sprake van misbruik!’
‘Wat doet ze dan?’
‘Ze gebruikt hem als landingsbaan.’

‘Hoe dan? landingsbaan?’
‘Ja, ze komt dan aangefietst, rijdt hier in volle vaart de oprit op en remt schurend met haar schoenzool over de tegels.’
‘O? Heeft ze geen normale remmen?’
‘Jawel, maar die gebruikt ze niet.’

‘Niet?’
‘Nee. Enig idee hoeveel nieuwe remblokjes tegenwoordig kosten?’

Bart


zaterdag 21 december 2024

De kerststol

De kerststol

‘Goedemorgen meneer, waar kan ik u mee helpen?’, vroeg de Super informatiebalie medewerkster vriendelijk.’

‘Ook goedemorgen, ik heb een klacht. Kan ik daarvoor bij u terecht?’
‘Jazeker, daar ben ik voor.’
‘Kijk, hebben jullie zoveel klachten dat er een speciale klachtenbehandelaar is aangesteld?’
‘Nee hoor, ik ben er ook voor andere vragen. Maar u heeft een klacht?’

‘Ja, gaat over de kerststol die vorige week in de aanbieding was.’
‘U bedoelt onze kanjerstol?’
‘Sifan Hassan is inderdaad een kanjer.’
‘Sifan Hassan? Ik begrijp u niet? Dat is toch die sportvrouw?’
‘Klopt inderdaad. Mijn Truus en ik hebben haar naam verbonden aan deze stol. De zogenaamde Sifan kerststol.’

Ze keek me aan alsof ze water zag branden. Ik deponeerde daarop de stol op de balie.

‘Meneer, ik snap er niets meer van. U heeft een klacht? Wat is er nou precies aan de hand?’
‘Kijk mevrouw, onze Sifan is een marathonloopster.’
‘Klopt, ze heeft goud gewonnen met de Olympische spelen. Is wel een hele eer hoor dat u onze stol naar haar heeft vernoemd.’ Ze lachte kuiltjes in haar wangen. 

‘Dat zien mijn Truus en ik toch iets anders.’
‘Hoe ziet u dat dan?’
‘Dat zal ik even uitleggen. Onze Sifan staat symbool voor de kwaliteit van uw kerststol.’

‘De kwaliteit?’
 ‘Ja, de kwaliteit. Je moet namelijk een hele marathon afleggen om van de ene rozijn naar de andere te komen. En je moet het traject nog snel afleggen ook, anders is die stol van u inmiddels veranderd in een brok beton.’

Bart


vrijdag 20 december 2024

Lenen

Lenen

‘Hoi Bart, mag mijn Joop even jouw hamer lenen?’, vroeg Annie van der Heuvel. Ze stond aan de voordeur.
‘Ja hoor, dat mag. Stuur hem zo maar langs.’

Ik wilde de deur dichtgooien maar dat vond ze niet goed. 

‘Je kunt hem mij toch meegeven?’
‘Dat zou kunnen. Maar je vroeg of Joop hem mocht lenen.’
‘Ja? Dat vroeg ik.’
‘Kijk Annie, hier gaat het dus fout. Je vraagt of Joop hem mag lenen en wil hem zelf meenemen. Zo krijg je verwarring. Hoe moet ik nu nog controleren of hij zijn bestemming bereikt en ook weer terugkomt?’

‘Man, zwam toch niet zo. Joop moet een spijker in de muur timmeren. Hij heeft de plek uitgemeten en staat nu die spijker met het puntje op zijn plek te houden. Dus alsjeblieft, geef me nou die hamer maar mee, dan kan Joop verder.’

‘Zo werkt het niet Annie. Ik heb er ervaring mee.’
‘Hij heeft er ervaring mee. Nou laat maar, ik vraag het wel aan Agnes. Die is zo te zien thuis.’

Ik keek uit de deuropening.
‘Klopt. Maar ik denk dat zij hetzelfde probleem heeft als jouw Joop.’
‘Als mijn Joop?’
‘Ja. Ze had volgens haar vriendje ook iets met een puntje, een spijker en een muur. Maar volgens mij staat ze er nog, ik heb de hamer nooit meer teruggezien.’

Bart

Stress

 Stress

'Morgen meneer Bart, ook al in de stress?', vroeg een buurtgenootje die ik tegenkwam bij de zuivel koeling in de Appie.

'Stress?', vroeg ik.
'Ja, vanwege de kerst?'
'Nee hoor. Truus heeft alles onder controle. Die is met Pasen al begonnen met hamsteren. Ze hoeft nu alleen nog maar wat boodschappen te halen ter vervanging van het spul wat inmiddels over de datum is.'

'Kerstboodschappen met Pasen?', vroeg ze vol ongeloof.
'Ja, dat is heel handig. Scheelt enorm met kerst. Dus nee, wij hebben geen kerststress.'

'Bart, je meent dit toch niet serieus?'
'Hallo Suus, zie ik eruit alsof ik iemand zou willen belazeren? Moi?'

'Ik geloof er geen snars van.'
'Dat hoeft ook niet. Hoe gaat het trouwens met jouw Arend? Weer opgeknapt?'
'Ja hoor, die doet het weer.' 

Ze keek onderhand vol interesse naar mijn volle kar.

'Wat kijk je?'
'Je hebt wel een afgeladen kar. Ik zie zelfs een kerststol!'
'Ja, klopt. Deze boodschappen zijn namelijk voor Pasen.'
'En die kerststol dan?'
'O, die? Die is alvast voor Pinksteren.'

Bart

dinsdag 17 december 2024

Kritisch

Kritisch 

Volgens mijn Truus ben ik tegenwoordig “vaak” te kritisch. 
Ik meld dit vanwege de discussie rond de felrode laarsjes die mevrouw Boerstoel die ochtend droeg. Ze liet haar hondje uit en ik stelde de normale vraag wat het hondje, wat zich op haar baasjes laarsjes-hoogte bewoog, nou van haar laarsjes zou vinden. Ik adviseerde zelfs nog een zonnebrilletje voor het beestje opdat zijn oogjes niet zouden beschadigen. 
Vraag: wat is daar mis mee?

Truus had daar wel een mening over en die stak ze niet onder onze stoelen of bankstel…

‘Je moet eens ophouden om overal kritiek op te leveren’, riep ze nadat ik tijdens ons tien uur koffiemomentje over mijn ontmoeting had gerept. ‘Je hebt werkelijk overal commentaar op. Of het nou Agnes is, Annie van der Heuvel, Karin Krul, Hans Vruggink…’
‘Je vergeet Carla van de Porsche’, hielp ik haar ter ondersteuning.
‘Ja, die… mijn moeder, noem maar op. Je moet daar eens mee stoppen.’

‘Ik ventileer gewoon mijn mening, schatje.’
‘Hou die dan voor jezelf. Ik wil het niet meer horen. Bovendien schaam ik mij dood als ik weer eens iemand tegen kom waar jij tegen hebt lopen zwammen.’

‘Over wie heb je het dan?’, vroeg ik vol onschuld.
‘Mevrouw Hutjes? Van de slagerij? Gaat er al een belletje rinkelen?’
‘Mevrouw Hutjes is scheel. Die kijkt met links naar rechts en met rechts naar links.’

‘Verder niks gebeurd daar?’, zeurde ze door.
‘Je bedoelt met dat schijfje worst?’
‘Ja? Dat bedoel ik?’
‘Ze vroeg of hij een schijfje worst lustte en keek mij daarbij aan. En toen moest dat knulletje naast mij huilen. Maar op slager Hutjes had ik verder geen commentaar hoor. De worst was heerlijk.’

Bart







maandag 16 december 2024

Zaad

Zaad

‘Dus jullie hebben er een kleindochter bij’, hoorde ik Truus beppen. Gefeliciteerd! En hoe heet ze?’
‘Ze heet Annelies. Vernoemd naar haar oma’s. Naar mij, Annie, en naar Lies, haar schoonmoeder.’ 

‘En jij moest voorop?’, bemoeide ik mij met het blabla-koffietafelgesprek tussen Annie en Truus.
‘Hoe bedoel je, Bart?’
‘Nou ja, ze had ook Liesannie genoemd kunnen worden, toch?’
‘Bart, ga even vegen of zo’, stelde Truus voor.

‘En ze ruikt zo lekker’, ging Annie verder. ‘Echt zo’n babygeur.’
‘Die van ons stonken naar poep’, kon ik mij herinneren.
‘Laat hem maar zwammen hoor, Annie.’ 

‘Jullie hebben toch twee meiden?’, vroeg ik om maar iets positiefs in te brengen.
‘Ja, eigenlijk wilden we nog een derde maar dat lukte niet. Lag trouwens aan Joop.’

‘Viel hij steeds in slaap?’
‘Ik hoor de bezem om aandacht gillen’, onderbrak Truus.
‘Nee, iets met zijn zaad.’
‘Konden ze niet zwemmen?’
‘Jawel hoor. Diploma A en B.’
‘Kijk, daar heb je het probleem al. Diploma B is met kleren aan. Dan wordt het ook niks.’

‘Heeft hij soms traag zaad?’, vroeg Truus.
‘Nee, niet traag maar tragisch. Het bleek zo dood als een pier.’

Bart

zondag 15 december 2024

Streng

Streng

Ze viel mij op op het moment dat wij de ontbijtzaal betraden en ik ons kamernummer kenbaar moest maken. ‘Zimmer elfhunderdsieben’, meldde ik waarop de dame in kwestie een pen pakte en ons nummer op een klembord geklemd papier doorkraste. 

Ze knikte dat ze het eens was met onze komst waarop wij plaats mochten nemen.

‘Beetje arrogant type’, vond mijn Truus.
‘Hm, valt mee’, vond ik hardop.
‘Omdat ze blond is?’
‘Omdat ze niet arrogant is. Ze is streng. Niet arrogant.’

‘Bart, hou toch op. Zie haar nou staan in die strakke leren broek.’
‘Ik denk dat die leren broek in haar kerstpakket zat.’
‘In haar kerstpakket? Hoe kom je dáár nou bij.’
‘Vindt haar baas prettig, denk ik.’
‘Nou, als dat die oude vent achter haar moet zijn…’

‘Truus, ik vind haar een keurige statige dame die de ontbijtzaal-regie volledig in handen heeft.’
‘O mijn God, Bart, heb je haar laarzen al gezien? Vreselijk!’

‘Ze rijdt ook paard’, veronderstelde ik.
‘Paard? Ik krijg steeds meer het idee dat ze naast haar werk ook nog de strenge meesteres uithangt. Er ontbreekt alleen nog een zweep.’

‘Die krijgt ze ook nog van haar baas.’
‘Krijgt ze nog?’
‘Ja, in haar kerstpakket van volgend jaar.’

Bart

donderdag 12 december 2024

De schoonmaak

De schoonmaak.

December is voor mij de maand waarin mijn hersens steevast smeken om een algemene opschoonactie. Het heeft wat weg van een verlangen naar een algehele reset, maar een reset gaat meer in de richting van het totaal legen van een geheugen. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Nee, het gaat specifiek om dingetjes die niet zo heel erg belangrijk zijn, maar desondanks een goed functioneren van mijn hersens in de weg zitten. Rijst de vraag welke dingetjes dat dan precies zijn.

Als je het Truus vraagt, kan ze er zo driehonderd opdreunen. Maar ik hoef het Truus niet te vragen, ik ken ze zelf veel te goed.
Vaak gaat het dan om kromme opvattingen, rare uitspraken en meer. Dingen waar ik zelf in principe wel achter sta, maar mijn hersens moeite mee hebben. 

Omdat ik het niet te hoog wil laten oplopen, een jaartje verzamelen is genoeg, neem ik de maand December om de boel op te schonen. En daar is de kerstperiode bij uitstek voor geschikt.

Uiteraard heb ik er wat attributen bij nodig. En dan niet de mij zo bekende bezem of een stoffertje. Nee, een kaars, een soft muziekje, kerstboom, doosje tissues en wat zachte lampjes zijn meer dan voldoende. 

En hoe gaat dat dan? Wel….. ik schraap mijn keel, neem een slokje water… en…

‘Beste buurtgenoten. Van alles wat ik afgelopen jaar over jullie heb geschreven heb ik nul spijt. En tot slot een woordje richting mijn schoonmoeder: Mam, je bent echt mijn favoriete schoonmoeder. Ik hoop dat ik komend jaar in woord weer dankbaar gebruik van je kan maken.’ 

Zo, mijn hersens zijn weer schoon.

Bart

woensdag 11 december 2024

Spek

Spek

‘Dus als ik het goed heb begrepen, dan wordt de rummikub uitgesteld vanwege de buurtkerstborrel’, vatte Truus samen. Ze zat met Annie van der Heuvel aan de eetkamertafel. Ik lag diep weggedoken op de bank. Buiten zicht.

‘Juist, Truus. Zeg Bart, als jij dan…’ 

Ik wist het, ik kon het op afstand ruiken. Die buurttrut kwam niet voor niks. Ik moest hoe dan ook met de “gezelligheid” worden meegesleurd en het liefst met een rugzak vol bijkomende klusjes. 

‘Ik ben dan op vakantie’, blaatte ik vanuit het controlecentrum. Ze reageerde niet.

‘Als jij dan samen met Joop de drankinkoop regelt…’
‘Kan Joop dat niet alleen dan?’
‘Bart, je moet mijn Joop nooit alleen met drank bezig laten zijn. Ken je dat? “De kat op het spek binden”?’
‘Dus omdat je de kat geen spek gunt, moet ik aan de bak. Dierenbeul!’ Ik vond dat ik er ook iets over mocht roepen.

‘En hoe gaat het dan met de financiën?’, vroeg Truus. ‘Met het halen van de drank, bedoel ik’
‘O, geen punt Carla gaat ook mee.’
‘Carla?’
‘Ja, van de Porsche. Dat is toch de penningmeester?’

Ah, Carla, misschien wordt het dan toch gezellig, bedacht ik mij.

‘Dan is het te hopen dat ze voldoende spek aan boord heeft’, lachte Truus. 
‘Die vat ik niet’, riep Annie. 
‘Nou ja, daar moeten dan wel twee katers op worden vastgeknoopt.’

Bart


dinsdag 10 december 2024

Het cadeau

Het cadeau

‘Help even Bart’, klonk de noodkreet van Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Moet je plassen?’
‘Ik ben bezig met een lijstje voor kerst.’
‘Ja? En? Je hebt hulp nodig?’
‘Ja, verzin eens iets voor Mama. Iets leuks.’

‘Hoe leuk moet het worden?’ Ik probeerde niet te enthousiast te klinken, want ik zag een overvloed aan mogelijkheden.
‘En geen flauwe dingen zoals vuurwerk, lullige columns of iets dergelijks.’
Mijn enthousiasme slonk abrupt met dik negentig procent.

‘Iets met bloemen of zo?’, hoorde ik de overkant voorstellen.
‘Distels zijn er niet in de winter, Truus.’
‘Vervelende vent! Je regelt maar iets.’ 
Ze klonk boos en dan is het oppassen geblazen.

Ik besloot even goed na te denken. Een kerstcadeautje voor mijn schoonmoeder. Een vakantie naar Timboektoe was niet haalbaar, dat kon ook van mijn “overvloedslijstje” af. Tja…

‘Heb je al iets?’, vroeg Truus bij de tweede bak koffie.
‘Ja, ik dacht zelf aan iets van een tijdelijk gebiedsverbod, maar dat krijgen we op deze korte termijn niet meer voor elkaar.’

‘Ik zou niet weten waarom niet’, riep Truus nèt iets te enthousiast.
‘Is dat een goed idee dan?’, vroeg ik verbaasd.
‘Ja hoor, daar is ze vast heel blij mee. Kan ze lekker rustig met haar dochter kerst vieren.’

Bart

maandag 9 december 2024

Ziekte

Ziekte 

‘Je kunt nu bij de Super ook bij de zelfscan afrekenen’, vertelde Truus als aanvulling op de opdrachten die ik moest gaan vervullen.

‘O? Dat is mooi. Vandaag zit die van Krul aan de kassa en die kan ik dan mooi ontlopen’, stelde ik tot mijn tevredenheid vast. 
‘Als je maar snel met de boodschappen terugkomt want ik heb ze nodig.’

Zo liep ik door de Super, werkte voortvarend mijn lijstje af, legde onderweg nog een buurtgenootje uit dat ik geen tijd had voor ouwewijvenpraat, lachte één keer op zijn smerigst lnaar dat ding van Krul achter de kassa en schoot toen het zelfscanlaantje in.

‘Fijn dat er nu een zelfscan is, hé?’, hoorde ik Krul op afstand roepen. Ik ging er niet op in. Ik pakte het pak zelfrijzende bakmeel en probeerde het te scannen. Geen reactie van het apparaat. Poging twee gaf ook geen resultaat.

‘Lukt het niet?’, gilde Krul. ‘Moet ik helpen?’
Voordat ik nee kon roepen stond ze al naast me.
‘Ik had Annie van der Heuvel hier ook al staan. Het is net of de hele buurt plotseling aan de  zelfscan moet’, zeurde ze. Tja dat snapte ik wel.

‘Kijk Bart, je moet eerst hierop duwen.’ Ze tikte op het scherm. Er gebeurde niets. Bij haar tweede poging verscheen de boodschap ‘Storing. Vraag om hulp.’

‘Kijk, dat heb je met dit soort nieuwe apparaten. Je kunt beter bij mij aan de kassa afrekenen.’
‘Hoezo?’, vroeg ik.
‘Nou ja, hij staat er net en heeft nog veel last van kinderziektes.’

‘Nou Karin, ik weet niet of je al eens goed om je heen hebt gekeken?’
‘Wat dan?’
‘Er valt in de hele Super geen kind te bekennen dus zo ziek zal hij echt niet zijn.’ 

Bart

donderdag 5 december 2024

De check

De check

‘Goh Carla, wat kijk je vrolijk’, merkte ik op toen ik haar bij de Appie tegen het lijf liep. Nou ja, niet letterlijk natuurlijk. Ik kwam haar tegen. Zij kwam de drankengang van de tegenovergestelde richting binnengewandeld.  Ik liep er al en was op zoek naar een fles zoete witte wijn voor mijn schoonmoeder. Voor een aanstaand gezellig avondje.

‘Ha die Bart. Ja, ik heb vandaag de jaarlijkse bodycheck ondergaan en ben blijkbaar erg gezond.’
‘Fijn, was die check bij de huisarts?’
‘Ja. Ik ben even goed nagekeken. Bloed was goed, bloeddruk geweldig en mijn longen zijn nog als nieuw’, lachte ze. 

‘Heb jij ook al eens zo’n check gehad?’, vroeg ze.
‘Ja, altijd rond mijn verjaardag.’
‘En, jij ook gezond bevonden?’
‘Ja hoor, maar wat zei je? Hebben ze je longen ook nagekeken?’
‘Ja, ik heb altijd gerookt. Dus was een extra check wel op zijn plaats.’

‘Heb jij ook gerookt?’
‘Ja, schaamhaar van de Weduwe. Zware shag’, verbeterde ik. 
‘O, ik dacht al’, lachte ze. ‘Ook een extra check gehad?’
‘Neu, dat was niet nodig.’

‘O? Moesten ze je longinhoud dan niet meten?’
‘Nee, die is al jaren bekend.’
‘O? Hoe dan? Hebben ze in het verleden al eens een meting gedaan?’
‘Ja, en die was volgens de kraamhulp  bovengemiddeld. Mijn vader heeft het resultaat indertijd op mijn geboortekaartje laten drukken.’

Bart


Het goede doel

Het goede doel

‘Goh, die ballen gehakt hebben het geweldig naar hun zin’, stelde ik tot mijn tevredenheid vast. Ik stond bij het fornuis en keek in de braadpan.
‘Je blijft eraf!’, klonk de kamer.
‘Ik doe niks!’

‘Juist. Daarom. Ik ken jou. Snel een bal wegkanen en dan met een tronie vól onschuld weglopen.’
‘Nou ja, meestal biecht ik het op.’
‘Heb ik niks aan, Bart. Tegen de tijd van de biecht ligt hij al in de pot.’

‘Waarom draai je voortaan niet een paar reserveballen?’, bedacht ik mij hardop.
‘Waarvoor? Voor als de originele gejat worden?’, veronderstelde ze.
‘Ja, er wordt tegenwoordig veel gestolen. Kijk alleen maar eens naar “opsporing verzocht”. Eén en al zware criminaliteit.’

‘Misschien moet je voordat de verleiding te groot wordt, mijn keuken maar verlaten.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Zoals ik het zeg: opzouten en een beetje snel!’

‘En hoe gaat het dan verder met de ballen?’
‘Die gaan naar een goed doel!’ Ze stak haar tong uit.
‘Gelukkig’, zuchtte ik.
‘Hoezo prijs je je gelukkig, Bartje?’
‘Het goede doel hier in huis ben ik.’

Bart

woensdag 4 december 2024

Een lesje

Een lesje

‘Wat heb je een mooi kerstboompje in de tuin’, merkte de passerende mevrouw Stroesman op. Ik stond net buiten te vegen. 
Even voor de leg-uit: Mevrouw Stroesman valt onder de categorie “buurtgenoten” en heeft “iets” met alles wat met de kerst te maken heeft. Truus noemt het passie, ik een afwijking.

‘Dat is geen kerstboompje hoor, mevrouw Stroesman.’
‘Dat is het wel, Bart. Leer mij hoe een kerstboom eruit ziet.’
‘Daar ben ik nu mee bezig.’

‘Les één: een kerstboom is een versierde naaldboom.’
‘Ja, en?’
‘Hij is niet versierd.’
‘Beetje flauw, meneer Bart. Je kunt hem versieren, toch?’

‘Les twee: een kerstboom hoort naar een kerstboom te ruiken.’
‘Ruikt hij niet?’
‘Jawel, hij ruikt naar de pis van de kat van buuf Agnes. 
‘Gadsieeee, wat vies!’

‘En tot slot les drie: een kerstboom, het woord zegt het al, is bedoeld voor de kerst’, onderwees ik verder.
‘Het is toch bijna kerst?’

‘Dat wel, maar deze door u bezongen “kerstboom” staat er met Pasen nóg.’

Bart

dinsdag 3 december 2024

Een project

Een project. 

‘Eh, we moeten het ook nog over de kerstboom hebben’, merkte Truus op tijdens ons tien uur koffie momentje. Het was onderwerp nummer drie wat ter sprake kwam. We hadden het al over het weer gehad en daarna over mijn schoonmoeder. Dus, eigenlijk niet zo’n geweldig moment om met mij over een boom te beginnen.

‘Ik wil dit jaar niet zo’n grote.’
‘Hoezo moet er een boom komen?’, vroeg ik.
‘Bart, beginnen we weer? Het is elk jaar hetzelfde geleuter.’

‘Truus, eerste kerstdag zijn we bij de kinderen, tweede kerstdag bij Dick en Sophie, de dagen ervoor zijn we druk met druk zijn en na de kerst hebben we tijd voor onszelf nodig. Dus…’

‘Ik wil hem op het tafeltje zetten. Dus die plant moet verkassen en die luidsprekers van jou verhuizen we naar achter de bank.’ Ze keek alsof ze in twee seconden alle wereldproblemen had opgelost.

‘Mijn luidsprekers gaan niet achter de bank!’, riep ik met een lading vol opgelopen frustraties. 
‘Ik zou niet weten waarom dat niet kan! Ik heb ruimte nodig.’
‘Ruimte? Waarvoor?’
‘Mama heeft nog een antieke kerststal op zolder gevonden. Daar heb ik nog een actieve herinnering aan. Die wil ik daar dus neerzetten.’

‘wacht even. Dat gaat niet gebeuren, Truus. Echt niet!’ 
Dit was voor mij de limiet.’
‘Ik zou niet weten waarom niet!’

‘Dat leg ik je wel even uit. Hoezo herinnering? Circus Toni Boltini is al jaren failliet en met zo’n kerststal krijg ik je moeder erbij.’
‘Mama?’

‘Ja, als ster van Bethlehem. Nou, die is bij mij al lang geleden gedoofd!’

Bart



maandag 2 december 2024

Suiker

Suiker

‘Morgen Bart, wat een pokke weer hè?’ Ik keek van onder mijn capuchon op en ontdekte een buurtgenoot die zich beschermde met een plu.

‘Morgen Annie, ja echt rotweer. Ben jij bij de super geweest?’
‘Ja, de boodschappen komen niet vanzelf’, lachte ze. De regen drupte van haar paraplu op de straat.

‘Moet jij ook boodschappen doen?’
‘Ja, wij moeten ook.’
‘’Stoer hoor, zo in de regen.’
‘Ja wij doen dit vanwege het project “wij zijn niet van suiker”’

‘Zo? Een project?’
‘Ja, wij zijn vanuit de gemeente gevraagd om mee te doen.’
‘O? En wat behelst dat dan?’
‘Hm, we moeten veel in de regen lopen en daarna een vragenlijst invullen.’
‘Nooit van gehoord.’
‘Nee, wij ook niet. Agnes kwam ermee. Zij werkt bij de gemeente.’

‘Bijzonder. Maar je hebt het over “wij”?’
‘Ja, Truus doet ook mee.’
‘Maar vandaag dan niet’, stelde ze vast.
‘Jawel hoor, zij is ook mee.’
‘Waar is ze dan?’
‘Ze ligt een eindje verder in de berm.’

‘Truus? In de berm?’ 
‘Ja, ze bleek toch van suiker te zijn en is gesmolten.’

Bart

zondag 1 december 2024

Gevalletje “Op”

Gevalletje “op”

Kan het zijn dat het beschuit op is?’, vroeg ik onderaan de trap naar boven waar mijn Truus doende was zich op te leuken.

‘Hebben we niet meer dan?’ Typisch de reactie van een vrouw. Jij vraagt of het misschien “op” is, krijg je als antwoord een wedervraag “hebben we niet meer dan”?’ Zo vermoeiend!

‘O jawel hoor. We hebben nog achtentwintig rollen op voorraad’, riep ik terug.
‘Waarom vraag je het dan?’
‘Omdat ik negenentwintig rollen nodig heb voor het ontbijt!’
‘Nare vent!’

‘Waarom denk je dat ik het vraag?’, riep ik geïrriteerd.
‘Omdat je weer eens iets iets niet kunt vinden!’
‘Het ligt niet in de kast.’
‘Dat moet! Ik heb vorige week nog twee rollen gekocht.’

‘Waar heb je die dan gelaten?’
‘In de klerenkast op zolder! Bart, denk even na. Waar zouden ze kunnen liggen?’ 
‘Ja, in de kast in de keuken.’
‘Precies. Waarom vraag je het dan?’
‘Omdat daar niks ligt!’, riep ik trapopwaarts.’
‘Oké, dan zijn ze naar alle waarschijnlijkheid toch op.’

Bart

vrijdag 29 november 2024

Examen

Examen

‘Wanneer is het examen?’, vroeg ik aan de dame die al een poosje met haar bovenlichaam in de geopende koeling hing en blijkbaar een geschikt yoghurtje zocht. Ze boog terug, strekte haar rug en keek mij vragend aan. ‘Examen? Wie, ik?’

‘Ja, u hangt nu al dik vijf minuten tussen de toetjes dus moet u ze nu zo langzamerhand wel in uw hoofd hebben gestampt.’
‘Waar bemoeit u zich mee!’, riep ze nijdig.
‘Ik bemoei me nergens mee, maar ik wil ook een keer.’

‘Wat wilt u?’
‘Ik wil de inhoud van de koeling ook bestuderen. En het liefst vandaag nog.’ 
Ze schudde haar hoofd. ‘Dan heeft u pech.’
‘Pech? Hoezo pech?’, vroeg ik nijdig.

‘Het examen was een uurtje geleden. Ik ben examinator en kijk ze nu allemaal na.’

Bart

De Bevers

De Bevers

‘Ik denk dat de Bevers gaan verhuizen’, hoorde ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje blaten. Ik hing aan mijn tablet een wordfeudje te leggen.

‘Kijk, dat is mooi. Ze veroorzaakten alleen maar schade. Die horen hier ook niet thuis.’
‘Hoezo horen ze hier niet? Het is een alleraardigst stel.’
‘Jaja. Bomen vernielen, in de rivieren kloten, Truus: één en al ellende. Nee, goed dat ze worden verplaatst.’

‘Gaat het wel goed met je?’
‘Hoezo? Wat is dat nou weer voor een rare vraag?’
‘Ik heb het over Liesje en Anton Bever.’
‘Dat is bijzonder: Bevers met een voornaam. Dat hoor je tegenwoordig niet veel meer.’

‘Man, wat zwam je toch allemaal?’
‘Hoezo zwammen? ik kan me allleen de broertjes Bever herinneren. Ed en Willem, maar die waren nep.’

Bart

dinsdag 26 november 2024

Chagrijnig

Chagrijnig

‘Ik weet niet wat er met mijn moeder aan de hand is: ze keek gisteren zo chagrijnig’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Ik zie geen verschil’, antwoordde ik.
‘Verschil met wat?’
‘Met vijftig jaar geleden.’ 
‘Praat toch niet altijd zo negatief over Mama.’
‘Ik ben niet negatief. Ik hou mij aan de feiten.’

‘Zou ze soms wat mankeren?’
‘Dat vraag ik mij al die vijftig jaren al af.’ 
‘Dat ze ons dat niet wil vertellen.’
‘Als je moeder wat mankeert, dan heb je binnen vijf minuten een belletje of een Appje.’
‘Waar is trouwens mijn mobiel?’, vroeg ze.
‘Zal wel in je tas zitten.’

Ze stond op om even later met het apparaat terug te keren.

‘En?’, vroeg ik quasi nieuwsgierig.
‘Wat “en”?’
‘Heeft ze geappt?’
‘Ach ja, ik ben haar vergeten te vragen voor vijf december’, riep ze terwijl ze druk aan het typen was.
‘Wat typ je nou?’
‘Dat ze welkom is, natuurlijk. Ik dacht al, er moest iets aan de hand zijn.’

‘Moeten we dat niet eerst overleggen?’
‘Overleggen? Hoezo?’
‘Nou ja, wat heb je liever: Een chagrijnige moeder of een chagrijnige vent in huis.’

Bart

maandag 25 november 2024

5 December

5 December

‘Hé Bart, mag ik jou wat vragen?’, vroeg mevrouw Boerstoel die ik bij de Super tegen het lijf liep. ‘Ik wilde eigenlijk even bij jullie aanbellen maar nu ik je tegenkom kan het natuurlijk ook nu.’
‘Brandt los, Ruth’, nodigde ik haar uit terwijl ik op mijn horloge keek. 
‘Heb je haast?’, vroeg ze. ‘Dan laat maar hoor.’
‘Nee hoor, maar het is half tien en Karin Krul zit vanaf tien uur achter de kassa.’
‘Ahhh, ik snap hem al.’ Ze gaf een knipoog.

‘Maar stel je vraag’, nodigde ik haar uit.
‘We zitten met een probleempje, Bart. Onze kleinkinderen komen op 5 december sinterklaas vieren en we hadden daarvoor de Sint uitgenodigd. Maar die belde af. Zijn vrouw ken je wel. Dat is Roos van de straat hierachter. Ze is hoogzwanger en kan elk moment bevallen.’

‘Weet de Paus daarvan?’, lachte ik.
‘Geen idee, maar we zitten nu zonder. En we kunnen niet zo snel een ander krijgen.’
‘En nu wil je vragen of ik voor Sint wil spelen?’
‘Nou nee, dat lijkt me geen optie. Jij bent niet bepaald de persoon die wij als Sint voor ons zien.’
‘O? Ik heb anders jarenlang voor Sint gespeeld. Zelfs op scholen.’
‘Klopt, onze zoon heeft jou meegemaakt. Hij heeft het er nóg over. Vandaar.’

‘Maar wat is nu concreet de vraag?’, vroeg ik.
‘Tja, wil jij als de vliezen breken, de zwangere een lift naar het ziekenhuis geven? Dan kan de Sint gewoon komen.’

Bart

zondag 24 november 2024

De belofte

De belofte

‘Heb jij nog aan Agnes gedacht?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Ik denk constant aan Agnes. Het is een leuke dame, dus waarom niet?’

‘Dat bedoel ik niet. Ze heeft je gevraagd of je misschien een keer haar plafond zou willen sauzen. En aangezien je ja hebt gezegd, moet je er wel een keer mee aan de gang.’

Had ik weer. Het was een vraag van een half jaar geleden op een verjaardag waar ik weinig meer van weet. Het was toen erg gezellig.
‘Belofte maakt schuld’, wreef Truus er nog even fijntjes in.

‘Ze heeft nu een Pim’, bedacht ik mij hardop.
‘Pim is onhandig. Die kan niks met een kwast.’
‘Nou, daar denkt onze Ag vast anders over’

‘Misschien moet je even een afspraak maken?’
‘Om een klus te doen waar ik helemaal geen zin in heb? Volgens mij is ze het vergeten en dat wil ik graag zo houden.’ 
Gewoon tactisch je mond houden Bartje…

‘Maar waarom begin je hierover?’, vroeg ik.
‘Omdat ze gisteren hier met wat kleurenstaaltjes aan de deur stond. Ze vroeg om mijn advies.’
‘En toen?’
‘Ze vertelde dat ze een schildersbedrijf ging inhuren.’
‘Ah, kijk, opgelost’, lachte ik opgelucht.

‘Inderdaad opgelost. Ik heb haar nog even aan jullie afspraak helpen herinneren.’
‘Truus, waarom heb je dat in Godsnaam gedaan?’ 
‘Omdat ze het blijkbaar ook vergeten was.’

Bart

zaterdag 23 november 2024

Avondje uit

Avondje uit

‘Ik ga vanavond naar de stad’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Naar de stad? Jij?’
‘Ja, Joop Heuvel vroeg of ik meeging. Hij durft niet alleen.’
‘Joop mág niet alleen’, riep ze streng.
‘Waarom zou hij niet mogen?’
‘Omdat Joop geen maat kent.’

‘Dat klopt, hij heeft weinig maten. Daarom mag ik mee.’
‘Ik bedoel drank. Hij zuipt. En als hij dronken is, weet hij niet meer waar hij woont en dat hij getrouwd is.’
‘O, maar Annie zal hem daar bij thuiskomst ongetwijfeld aan helpen herinneren.’

‘En hoe moet dat dan met jou?’
‘Met mij? Ik ben volstrekt monogaam schat.’
‘Dat is je geraden ook. Nee, ik bedoel omdat we geen hond meer hebben.’
‘Geen hond meer. Leg even uit wat dát er mee te maken heeft.’

‘Alles. Toen je de vorige keer thuiskwam stond Bobby aan mijn bedkant te klagen en te jammeren.’
‘Heb ik geen actieve herinnering aan.’ 
‘Dat klopt. Jij hebt dat ook niet meer meegemaakt. Je lag toen al opgerold te snurken in Bobby’s mand.’

Bart


vrijdag 22 november 2024

Sneeuw

Sneeuw

‘Het heeft gesneeuwd!’, hoorde ik Truus met enig enthousiasme roepen nadat ze de slaapkamergordijnen had opengeschoven.

‘Ja, ik zag het al op het nieuws’, beaamde ik.
‘Dat heb ik dan even gemist’, lachte ze.
‘Ja, jij lag nog zwaar te slapen. De weerman van SBS sprong bijna van enthousiasme door de beeldbuis hier de slaapkamer binnen. De sukkel!’

‘Hoezo nou weer “sukkel”? Sneeuw is toch leuk? En al zo lang geleden!’
‘Mij ontgaat de leuk, maar goed: je hebt recht op je eigen gevoel.’

‘Bart, het is toch geweldig voor de kleinkinderen? En dat in combinatie met de Sinterklaas!’
‘Dat die klojo op zijn knol door de sneeuw over het dak huppelt, bedoel je? Dat geloof je toch zeker zelf niet?’

‘Man, doe even normaal. Ben je ochtendziek?’ 
‘Dat word ik van dat overdreven blije geleuter op TV.’
‘Mopperkont!’, schold ze.
‘Dat zal, maar ik heb je wel gered.’
‘Gered?’

‘Ja, dat ik de TV op tijd heb uitgezet. Voor hetzelfde geld was die weerman door de beeldbuis gebroken en met zijn blije sneeuwkop en ijshanden bij jou in je warme bed beland!’

Bart

donderdag 21 november 2024

Buurtoverleg

Buurtoverleg

‘Morgen meneer Bart’, hoorde ik een bekende stem pal achter mij. En dan niet zomaar bekend, maar heel erg bekend. Krul. Karin Krul, onze buurtroddelaarster. Ik had helemaal geen zin om mij om te draaien maar omdat ze bleef staan en ik geen verdere gehoorschade wilde oplopen, deed ik dat toch maar.’

‘Wat is er?’, vroeg ik met mijn schakelaar op de hoogste nors-stand.
‘Je kunt ook vragen “wat mot je?”, reageerde ze.
‘Wat mot je?’, echode ik.
‘Ik wil binnenkort een buurtoverlegje organiseren.’

‘Mooi, en wat moet ik daarmee?’
‘Nou ja, jij hoort toch ook bij de buurt?’
‘Jawel, maar niet bij jouw buurt. En wat wil je daarmee?’
‘Ik wil graag over de omgangsvormen in de buurt praten.’

‘Zijn die niet goed dan?’
‘Nee, ik vind van niet.’
‘Wat mankeert er dan aan?’
‘Ik vind dat er ontzettend veel wordt geroddeld.’

‘Dat klopt, Karin. Dat klopt.’
‘O, kijk. Dus jij herkent het ook?’
‘Ja, daar moet inderdaad iets aan gebeuren.’
‘Mooi, vandaar dat overleg.’

‘Maar daar heb je helemaal geen overleg voor nodig hoor’, zei ik.
‘Hoezo niet?’
‘Nou ja, ik vind het best wel vreemd dat de buurt bij elkaar moet komen om voor jou een andere woning te zoeken.’

Bart

woensdag 20 november 2024

Trek

Trek

‘Heb je al trek?’, hoorde ik Truus vanuit de keuken vragen.
‘Trek? Hoe bedoel je?’
‘Of je maag rammelt!’
‘Ik hoor niks’, zei ik.

‘Kun je ook niet horen’, klonk de conclusie.
‘Hoezo niet?’
‘Een vetlaag is net een geluidswal. Ik vraag of je honger hebt!’
‘Volgens mijn moeder kunnen wij geen honger hebben. Dus…’
‘Dus wat?’
‘Dus heb ik geen honger.’
‘Mooi. Ik ook niet.’

‘Maar ik heb wel zin in iets.’
‘Ja, wat wil je nou? Wees eens duidelijk!!’
‘Ik lust wel een gebakken eitje. Met plakjes kaas, ham, bovenop een tweetal boterhammen. En dat alles geserveerd met een beker melk.’ 

‘Eieren zijn op, ham is op, en de kaas heb je gisteravond in blokjes gesneden. Dus…’
‘Wat “dus”?’
‘Dus, verzin iets anders.’

‘Hm, misschien heb ik dan toch wel trek!’

Bart

Het hulpje

Het hulpje

‘Bart, kun je me even helpen? Ik krijg het deksel er niet af.’ Ze stond in de keuken met een glazen pot in haar hand. 
In de kamer zat mijn schoonmoeder die meende hier op in te moeten gaan door een tactische vraag te stellen. 

‘Kun je dat wel, Bart?’
Ik besloot geen antwoord te geven en het deksel met een zwaar aangezette kreun van de pot te draaien.
‘Bart is zó handig Mam. Die kan dat echt wel.’
‘Jaja’, klonk de kamer vol ongeloof.

‘O schat, wacht even. Kun je ook nog dit blikje losmaken?’ Ik kreeg een blikje tomatenpuree in mijn handen gedrukt. 
‘Dat deksel kun je er zo aftrekken. Lipje hoog en trekken’, riep het orakel. 
‘O, ik hoor net dat je moeder het ook kan’, sneerde ik.

‘Niks ervan Bartje. Je bent mijn ultieme keukenhulpje’, lachte Truus. ‘Jij gaat mij helpen.’

‘Hm, ik heb mijn keukenhulpjes in de keuken hangen’, zeurde mijn schoonmoeder. ‘Maar misschien kun je dat ook met Bart. Hang je hem tussen de pannenlapjes en de deegroller aan het rekje. Heb je hem altijd voor het grijpen.’

Bart



dinsdag 19 november 2024

De cake

De cake

‘Lukt het?’, vroeg Truus toen ik opgevouwen in een keukenkastje probeerde een cake bakblik te pakken.
‘Nee. Waarom gooi je dat ding gloeiende gloeiende achter in dat kastje?’
‘Omdat jij je stoorde aan dat blik. Het lag eerst vooraan.’
‘Ja, pal voor de borden. Lekker handig.’

‘Heb je hem nou of niet?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Niet? Moet ik bijlichten?’
‘Bijlichten? Mijn armen zijn te kort. Kom hier!! Kloteblik!’

‘Rustig, denk aan je hart.’
‘Had dat vooraf bedacht!’
‘Krijg het heen en weer. Ik probeer je te helpen!’
‘Ja, van de wal in de sloot. Ik zie hem wel liggen maar kan niet ver genoeg…’

‘Ik zei nog tegen je, je moet nodig afvallen. Je buik zit in de weg!’
‘Waarom moet je zo nodig nu dat bakblik hebben!’
‘Mama komt vanavond op de koffie.’
‘Ook dat nog’, mopperde ik in een uiterste poging.
‘Ja, ook dat nog! Heb je hem nou of niet?’ 

Ik trok mijzelf moeizaam terug uit het kastje.
‘En wat nu?’, vroeg ze.
‘Ik neem je advies over.’
‘Wat voor een advies?’, vroeg ze nijdig.
‘Dat van dat afvallen.’

‘En mijn bakblik dan?’
‘Die hebben we niet meer nodig!’ 
‘Bepaal jij dat?’
‘Ja, ík moet toch afvallen?’

Bart

maandag 18 november 2024

Speklapjes

Speklapjes

‘Morgen mevrouw, mag ik u iets vragen?’, vroeg ik een vrouwelijke Appiër. Ze stond voorover gebogen over een karretje wat was afgeladen met bakjes vlees en wat in de koeling gedeponeerd moest worden.

‘Wat wilt u?’, vroeg ze ietwat gestoord.
‘Weet u misschien waar ik de speklapjes kan vinden?’
‘Liggen die niet in de koeling?’, vroeg ze terwijl ze met de rug van haar hand het zweet van haar voorhoofd wiste.
‘Nee, want anders zou ik het niet vragen’, lachte ik.

‘De speklapjes liggen echt in de koeling meneer.’
‘Hoe weet u dat zo zeker?’
‘Omdat ze daar moeten liggen.’
‘Maar ik zie ze niet.’
‘Ze liggen achter het rechter deurtje.’
‘Ik heb netjes bij het rechterdeurtje aangeklopt, deur geopend maar geen speklapjes aangetroffen.’

Ze keek me aan, slaakte een diepe zucht, liep naar de koeling en keerde terug met het gezochte bakje. ‘Kijk meneer’, riep ze triomfantelijk terwijl ze mij het bakje overhandigde.

‘Hoe kan dat nou?’, vroeg ik.
‘Meneer, laat ik het zo zeggen: ik heb ruime ervaring met mannen die iets moeten zoeken en het niet kunnen vinden.’

‘Kijk mevrouw,’, lachte ik. ‘Dan was ik bij u toch aan het juiste adres.’

Bart

zaterdag 16 november 2024

Kassaroddel

Kassaroddel

‘Ik denk dat ik het bij Karin Krul voorgoed heb verpest’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Dat heb je jaren geleden al’, grinnikte Truus.
‘Wat heb je nu weer verzonnen?’
‘O, niks bijzonders. Ze zat bij de super achter de kassa en probeerde mij deelgenoot te maken.’

‘Deelgenoot waarvan?’
‘Van een ordinaire burenruzie. Ze heeft heibel met Annie van der Heuvel.’
‘Met Annie? Hoe kan dát nou? Daar kan je onmogelijk ruzie mee krijgen.’
‘Dat zei ik ook.’

‘En waar ging het dan over?’
‘Heb ik niet gevraagd.’
‘O? Dat vraag je dan toch?’
‘Ben ik niet aan toegekomen.’
‘Niet aan toegekomen?’
‘Nee, haar chef kwam er bij staan.’

‘Hoezo heb je het dan voorgoed bij haar verpest?’
‘Omdat ik hem in haar bijzijn verzocht zo snel mogelijk roddelvrije scankassa’s te plaatsen.’

Bart

vrijdag 15 november 2024

De Toornstra’s

De Toornstra’s


‘Ik hoorde van Joop van der Heuvel dat die van Toornstra uit elkaar gaan’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘O? Ik wist niet eens dat ze bij elkaar waren. Sterker nog: ik weet niet eens wie dat zijn?’

‘Ach jawel, dat zijn die lui die laatst onderling ruzie hadden bij de rummikub.’
‘Ik was daar niet bij, Truus, en ik heb niks uit het roddelcircuit gehoord.’

‘Ik heb het je in geuren en kleuren verteld. Dat zij met Vruggink zat te flikflooien en hij met Carla Boerema.’
‘Carla van de Porsche bedoel je?’
‘Ja, die wulpse trut.’
‘Oké, kan ik mij niks van herinneren.’

‘Wanneer was dat precies?’ Ik tikte ondertussen op het scherm van mijn tablet.
‘Wat zit je nou te doen?’
‘Ik pak mijn tablet.’
‘Terwijl ik tegen je praat?’
‘Ja, ik heb de agenda geopend. Even kijken of ik iets over dit akkefietje heb genoteerd.’

‘Hoezo genoteerd?’
‘O kijk, hier staat het. Exact drie weken geleden. “Truus roddelt over de Toornstra’s. Wordt vast over drie weken vervolgd.’

Bart

donderdag 14 november 2024

Een gaatje

Een gaatje

‘Hé Bart, mag ik misschien jouw boor even lenen? Ik moet een gaatje in de muur maken voor een schroef.’ 
Ik stond net buiten te bezemen. 

‘Morgen Agnes. Ga jij een gaatje boren?’
‘Ja, in de slaapkamer. Ik wil een haak aan de muur.’
‘En dat moet geboord worden?’
‘Ja, ik heb geprobeerd de schroef erin te timmeren, maar volgens Pim moet het geboord worden en dan met een plug? Heet dat zo? Een plug?’

‘Ja, klopt. Een plug. Die duw je in het gat en daarna haakje er tegen en de schroef erin.’
‘Goh, klinkt toch niet echt simpel.’
‘Ik snap hem al’, lachte ik. 

Even later stond ik gewapend met gereedschap voor de deur toen ons aller buurtroddelaarster Krul mij ontdekte.

‘Morgen Bart, aan de klus bij Agnes? Is er iets stuk?’
‘Hoezo stuk?’
‘Nou ja, vanwege die boor.’
‘Nee hoor, ik moet een microfoon op haar slaapkamer ophangen.’

‘Een microfoon? Op haar slaapkamer?’
‘Ja, die koppelen we dan aan jouw WiFi.’
‘Mijn wifi?’
‘Ja, dan hoef je dat glas niet meer aan je oor te houden. Kun je de belevenissen voortaan life op je radio volgen.’

Bart

woensdag 13 november 2024

Het peentje

Het peentje

‘Ik heb hier een peentje en die is niet goed’, meldde ik terwijl ik hem ter ondersteuning van mijn betoog hoog hield.
Ik hoorde haar zuchten.

‘Wat is er mis met het peentje?’
‘Dat ga ik je uitleggen. Kijk, een peentje hoort een beetje knapperig te zijn. Dat heeft deze niet. De bite is niet goed. Hij is te zacht.’

‘Te zacht. En zijn broertje?’
‘Je bedoelt deze?’, vroeg ik terwijl ik naar het naastgelegen peentje wees.
‘Ja? Is die wel goed?’
‘Dat is zijn zusje. Niet zijn broertje.’

‘Bart, hou op met dat domme gezwam. Er is niks mis met de peentjes. Het ligt aan jou.’
‘Hoezo aan mij? Hier, neem dan een hapje.’ Ik hield hem haar voor.
‘Hoepel op met dat dingetje. Als je hem niet lust leg je hem op de rand van je bord.’

‘Maar hoe kan dat dan?’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat hij te zacht is.’
‘Hij was waarschijnlijk over de datum. Tjonge jonge Bart. Dat ik dat een zeventig jarige nog moet uitleggen.'

Bart

maandag 11 november 2024

Dokterbezoek

Dokterbezoek.


‘En, wat zei de dokter?', vroeg Truus na mijn thuiskomst. 

‘Hij vroeg hoe het met mij ging. Of ik wel voldoende at, voldoende dronk. Hoe mijn stoelgang eruit zag, of jij nog een beetje gezellig was…’


‘En wat zei hij over je klacht?’

‘Die was terecht. Geen discussie.’

‘Hoe bedoel je terecht?’

‘Nou ja, hij was het met mij eens.’

‘Waar mee eens?’

‘Dat ik verkouden ben.’


‘En toen?’

‘Er was geen toen. Gewoon goed snuiten, af en toe een molletje innemen en doorgaan met mijn leven.’

‘Dat was alles?’


 'O nee. Er was ook nog sfeerverlichting, op de achtergrond klonk het prachtige  "Waarheen, Waarvoor" van Mieke Telkamp en er was natte cake bij de koffie. Kortom: ik kan op een leuke manier op mijn bezoekje terugkijken.’


Bart





zondag 10 november 2024

Knallen

Knallen

‘Ik hoorde vannacht vuurwerk’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘En het kwam van daarachter.’ Ze wees met haar arm.

‘Ik heb niks gehoord. Was het soms in je droom?’
‘Nee, ik werd er wakker van. Het leek wel zo’n duizenklapper.’
‘Heb je ze geteld?’
‘Bart, even serieus. Ik schrok enorm.’
‘Kan ik me voorstellen. Goh, ik heb echt niks gehoord!’

‘En toen?’
‘Hoezo “toen”?’
‘Nou ja, meestal zijn het van die groepjes die al schreeuwend over straat gaan.’
‘Nee, het bleef beperkt tot die knallen.’

‘Had mij maar wakker gemaakt.’
‘Waarom? Dan had ik twee problemen.’
‘Hoezo twee?’
‘Vuurwerk en gemopper van jou. Eigenlijk drie want ik kon ook niet meer in slaap komen.’

‘O, maar dan had ik je kunnen helpen?’
‘Ik zie nu iets van een wal en een sloot. Hoezo helpen!’
‘Nou ja, dan hadden we samen de klappers kunnen tellen. Tegen die tijd dat we de achthonderd-knallen-grens hadden gepasseerd, waren we in slaap gevallen.’

‘Wat is dat nou weer voor onzin’, riep ze nijdig.
‘Hoezo onzin? Bij schapen tellen lukt dat ook.’

Bart

zaterdag 9 november 2024

Een hond

Een hond

‘Mogguh’, riep hij in het voorbijgaan. De “hij” was een onbekende, die met een grote hond langsliep. Ik stond nog wat met een struik te overleggen of ik hem zou knippen of niet.

‘Ook goede morgen’, echode ik terug. De hond hield in, draaide een kwartslag en wilde in mijn richting afslaan. De lijn hield hem tegen. 

‘Bijtertje?’, vroeg ik terwijl hij de arm van de man bijna uit zijn kom schoot.
‘Nee hoor, hij is alleen maar nieuwsgierig.’
‘Dat is mijn schoonmoeder ook, maar die trekt niet zo hard aan de riem’, lachte ik.

‘Wat voor een ras is het?’
‘Een Duitser. Ik denk een mix van een staander en een vleugje herder.’
‘Hij ziet er wel uit als een hond’, merkte ik na een vluchtige bestudering op.
‘Ja hè. Ja, het is ook een echte werker. Ik denk dat hij wel geschikt is voor politiehond.’

‘Waaruit blijkt dat dan?’
‘Hij kan heel goed zoeken en apporteren.’
‘Dat is handig.’
‘Dat is het zeker. Maar helaas heb ik er geen papieren bij.’

‘Geen papieren? Het gaat er toch om dat hij zijn werk goed doet?’
‘Jawel, maar zo kan hij nooit bij de politie.’
‘Wat een onzin. Ik heb bij mijn schoonmoeder ook geen papieren, maar die kan zo bij de ME.’

Bart

vrijdag 8 november 2024

Een wond

Een wond

‘Morgen meneer Bart’, hoorde ik een stem achter mij. Ik liep op dat moment achter een blauw Appie-karretje boodschappen te doen. Ik draaide mij om en herkende een buurtgenootje.

‘Morgen mevrouw Hoevers, ook aan de boodschap?’ 
‘Jazeker, dat moet wel. Niemand anders die het voor mij doet’, lachte ze. ‘Maar hoe gaat het met u?’
‘Met mij? Prima hoor, ik mag niet klagen.’

‘Ik vraag dat omdat u wat eigenaardig loopt.’
‘Wie, ik? Eigenaardig?’
‘Ja, ik zie dat u zich wat moeizaam en scheef achter dat karretje beweegt. Last van uw rug?’
‘Nou ja, ik kan nu gaan klagen over een oude oorlogswond, maar dat doe ik niet.’

‘Een oude oorlogswond? U?’
‘Hoort u mij klagen dan?’, vroeg ik.
‘Nee, dat niet.’
‘Dat komt omdat ik helemaal geen oorlogswond heb’, lachte ik. Ze schudde afkeurend haar hoofd. ‘U heeft altijd van die rare opmerkingen.’

‘Hoezo raar? Er zijn hier echt sporen van geweld zichtbaar, mevrouw Hoevers. Waarom denkt u dat ik zo moeizaam achter die kar loop?’
‘Geen idee, meneer Bart. Daarom stelde ik juist mijn vraag.’ Ze slaakte een diepe zucht.

‘Mijn karretje heeft een oorlogswond opgelopen. Het zwenkwieltje is door grof stoeprandgeweld scheef gebogen. Hij spoort niet.’ 
Ze keek me wederom hoofdschuddend aan.

‘Ik heb toch sterk de indruk meneer Bart, dat uw karretje niet het enige is wat hier niet helemaal spoort. Fijne dag nog.’

Bart


donderdag 7 november 2024

Het testje

Het testje

Ik verbaas mij er altijd weer over hoe een jury bij een jurering tot een getal achter de komma kan komen. Zo ook gisteren bij het perfecte plaatje. Daar staan ze dan een beetje interessant over een foto gebogen om vast te stellen dat het een zeven komma drie moet worden. Mij bekruipt dan al snel het gevoel dat er achter de schermen met een dobbelsteen wordt gegooid en de uitkomst wordt gebruikt om het gat achter de komma te vullen. 

Mijn Truus vindt dat onzin en roept dat ik altijd wat te zeuren heb. Ik besloot tot een praktijktestje.

‘Broodjes zijn heerlijk, schat’, meldde ik tijdens het ontbijt. Ik had zojuist een hap van het vers gebakken pistoletje genomen.
‘Ja hè, dat vond ik nou ook.’
‘Fijn, zijn we het een keertje eens.’ Ze keek triomfantelijk.

‘Ik zou ze willen jureren op een acht komma zes.’
Ze keek me aan alsof de broodjes spontaan ontploften.’
‘Hoe bedoel je een acht komma zes?’
‘Nou, eigenlijk scoorden ze een negen, maar ik moet wat aftrekpunten toepassen.’

‘Man, wat klets je nou allemaal?’
‘Ja Truusje, de korst van mijn pistoletje was nét niet egaal. Dat zijn twee aftrekpunten en ik proefde een scherp dingetje. Dus nog twee. Kom ik aan acht komma zes. Maar, al met al toch nog een prima score hoor’, stelde ik haar gerust.

‘Sorry Bart, dit vind ik echt ongelooflijk gezwam. Waardeloze jurering.’

Tja, laat ik het zo concluderen: praktijktestje geslaagd.

Bart

woensdag 6 november 2024

Een brief

Een brief

‘Volgens mij heeft Agnes nu twee vriendjes’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Twee?’, lachte Truus.
‘Ja, die jongen die zich Pim noemt en nu ook een knul die ze achter de balie van burgerzaken heeft geplukt. Ik herken hem.’

‘Herken hem? Waarvan?’
‘Toen ik vorige maand voor mijn paspoort langs moest lag hij daar uit te slapen.’
‘Het zal, Bart. Al heeft ze er drie. Zolang wij er geen last van hebben.’ 

‘Truus, het begint daar echt een zoete inval van gemeenteambtenaren te worden.’
‘Onzin. Misschien heeft ze ‘s avonds werkoverleg. Dat kan toch?’
‘O ja hoor, dat kan. Tegen die tijd zijn ze ook wel een keer wakker.’

‘Misschien moet je de oprit wat minder vaak vegen?’
‘Waar slaat dat nou weer op?’
‘Dan zie minder. Je krijgt teveel prikkels.’
‘Teveel prikkels van Agnes?’
‘Ja, jij begint toch steeds over haar te klagen.’

‘Ik ga een brief schrijven’, besloot ik.
‘Een brief?’
‘Ja, aan de rijdende rechter.’
‘Over Agnes?’, lachte ze.
‘Nee, over jou. Rijdende rechter, ik eis dat mijn vrouw mij voortaan serieus neemt.’

Bart



dinsdag 5 november 2024

De trui

De trui

‘Ik moet eens zien dat ik een andere trui krijg, Truus.’
‘Hoezo? Wat mankeert eraan?’, vroeg ze.
‘Hij truit niet goed meer.’
‘Truit?’
‘Hij wordt niet goed warm meer.’

‘Schat, een trui wordt niet warm, een trui isoleert.’
‘Dan is de isolatie stuk. Komt misschien wel omdat je dat goedkope wasmiddel gebruikt.’
‘Omdat jij dat beter voor de huishoudpot vindt’, ketste ze terug.

Soms zou je toch spontaan wensen dat het laatste woord wordt afschaft. 

‘Hoe dan ook, ik ga voor een nieuwe trui.’
‘Al eens boven in de kast gekeken? Daar liggen stapels truien. Sommigen nog met het prijskaartje eraan.’
‘Onzin Truus. Die zijn allemaal te klein. Gekrompen door goedkoop wasmiddel.’ 

‘Man, zwam niet. Je bent te dik geworden.’
‘Komt doordat ik verkeerd eten krijg’, concludeerde ik.
‘Wacht even, nu krijg ik de schuld?’, riep ze nijdig.
‘Ja, je kookt veel te lekker.’

Bart

maandag 4 november 2024

Bloed prikken

Bloed prikken

'Graag uw linkerarm vrij maken’, gaf ze mij als opdracht. Ik zat bij de afdeling bloedzuigerij van de huisartsenpost.

‘Vrijmaken?’, vroeg ik zuinigjes. Ik heb het niet op dit soort gedoe.
‘Ja, even mouw opstropen’, klonk het door ervaring doorspekte advies. Ze lachte vriendelijk.

‘Dat gaat niet’, blaatte ik. ‘Mouw is te nauw.’
‘Dan moet de trui even uit.’ 
‘Maar dan zit ik in mijn hemd.’
‘U kunt beter in uw hemd zitten dan in uw hemd staan’, humorde ze door. Ik trok zuchtend mijn trui uit.

‘Zo, dan nu even een vuist maken, dan ga ik op zoek naar een vrijwilliger.’
‘Kunt u het niet alleen af?’ Ik kreeg het bij het idee al benauwd. Twee medewerkers voor een buisje bloed.

‘Ik bedoel een bloedvat.’
‘O, een vrijwillig bloedvat. Ik weet niet of ze allemaal vrijwillig in de rij liggen voor een naaldbezoek.’
‘Nee, dat weet ik wel zeker.’ 

Ze klopte nu op mijn arm.
‘Ze slapen nog’, grapte ze. 'Maar ik prik ze wel even wakker.'
'Nou nee, laat maar. Ik kom morgenvroeg wel terug. Tegen die tijd  zijn ze wel uitgeslapen.'

Bart

zondag 3 november 2024

Een trol

Een trol

‘Die trol van de tennisclub kwam net ook weer voorbij’, bracht ik tijdens ons tien uur koffiemomentje als onderwerp in.

‘Trol? Je bedoelt waar ze afgelopen week Halloween vierden? Was ze geschminkt als Trol?’ 
‘Nee, als spook. Dit gezicht werd na het afschminken zichtbaar.’

‘En nu kwam ze op weg naar de tennisbaan, voorbij fietsen?’
‘Ja, de arrogante trut.’
‘Hoezo arrogant? Ze is best aardig.’
‘Truus, ik stond te vegen en blijkbaar had ze daar last van.’

‘Last van de stofwolken?’
‘Nee, ze vond dat ik onzinnig bezig was.’
‘Hoezo onzinnig?’
‘Ik kon beter op de tennisbaan aan het werk gaan.’
‘Om te vegen?’
‘Nee, om ballen te rapen.’ 

Bart

zaterdag 2 november 2024

Ome Jan

Oké Jan

‘Ome Jan was mijn grote voorbeeld’, zuchtte ik terwijl ik door het op zolder gevonden familiealbum bladerde.

‘Die heb ik nooit gekend’, reageerde Truus.
‘Klopt, jij was toen nog niet in beeld. Sterker nog, jij lag nog ergens op de ontwerptafel.’
‘Ik ben niet ontworpen’, lachte ze. Ik ben van de toeval.’

‘Ome Jan was een broer van mijn vader.’
‘O? Ik dacht dat hij alleen een zus had?’
‘Welnee, mijn vader had geen zus. Hoe kom je daar nou bij?’

‘Sorry schat, jouw familie is zo’n ondoorgrondelijke wirwar van ooms, tantes, neven en nichten, daar prik ik niet doorheen.’
‘Dat moet ook niet. Zolang je mij maar in beeld hebt, mag je de rest vergeten.’

‘Behalve dan die Ome Jan van jou.’
‘Ja, die naam moet je onthouden. Was voor mij een voorbeeld van hoe je nuttig kan zijn.’
‘Nuttig?’
‘Ja Truus, elke dag als ik onze oprit veeg, draag ik hem in mijn gedachten bij mij.’

‘Jonge jonge, wat overdrijven we weer. Alsof het een halve God was.’
‘Geen halve God, hij was straatverger bij de gemeente Den Haag.’

Bart

Telefoongesprek

Telefoongesprek

Ik moest onlangs een telefoongesprekje voeren met een nutsbedrijf. Tenminste, ze vinden zichzelf enorm nuttig, ik vind dat minder. 

Om zo’n gesprek te kunnen voeren moet je eerst de nodige voorbereidingen treffen. Zo moet je, behalve de betreffende papieren, een volle kop koffie en een heleboel geduld voor je hebben liggen.

Het begon met de stem van een dame die me op voorhand al meldde dat het gesprek voor opleidingsdoeleinden opgenomen kon worden. Tja, ik heb geen opleiding nodig maar dat kun je haar niet uitleggen. Snapt ze niet.

Vervolgens moet je aan een digitale muts uitleggen wat je komt doen om uiteindelijk in een concertzaal geplaatst te worden waar je de meest afgrijselijke deun die je kunt verzinnen verplicht aan moet horen. 

Af en toe word het gekrijs onderbroken door een stem die meldt dat je nog een ogenblik geduld moet opbrengen omdat alle medewerkers nog in gesprek zijn. 

En daar begint bij mij de twijfel. Ik heb namelijk sterk de indruk dat ze niet in gesprek zijn maar met zijn allen in het orkest zitten met maar één doel: zo vals mogelijk spelen zodat dat je uit pure ellende ophangt.

Bart





donderdag 31 oktober 2024

De jacuzzi

De jacuzzi 

‘Morgen Bart. Alles goed?’, vroeg buuf Agnes. Ze kwam in volle vaart de voordeur uitgestuitert. Ik lag net op mijn knieën om het leven te redden van een afrikaantje.

‘Morgen Ag, ja ik had nul fout.’
‘Haha, wat flauw!’, riep ze lachend. ‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik reanimeer dit afrikaantje. Het is net als bij hem thuis op het continent: structurele uitdroging. Ik geef hem nu extra water.’

‘Goed bezig. Trouwens over water gesproken: ik krijg vanmiddag een jacuzzi.’
‘Een jacuzzi? Wat moet je met een jacuzzi?’
‘Wat dacht je?’
‘Je hebt toch al een bad?’
‘Jawel, maar de jacuzzi staat dan buiten. Kan ik ‘s avonds na een dag hard werken lekker relaxen.’

‘Nou lekker dan’, zei ik terwijl ik naar het afsterfproces van mijn afrikaantje keek en me zorgen maakte over het kabaal wat zo’n jacuzzi maakt.

‘Pim komt vanavond en dan gaan we er lekker samen in. We zullen stil zijn hoor!’
‘Nou ja, zolang jullie baantjes trekken vind ik het prima. Maar als je gaat spelen heb ik liever dat je naar binnen gaat.’

Bart


woensdag 30 oktober 2024

Kliko

Kliko

‘Ze hebben de kliko niet geleegd’, meldde ik na binnenkomst. ‘Heb jij er iets van gehoord?’
‘Ik? Wat moet ik hebben gehoord?’, vroeg ze.
‘Dat het onweerde. Waar heb ik het nou over?’

‘Je riep iets over de kliko, toch?’
‘Ja, ze hebben hem niet geleegd.’
‘O? Waarom niet?’
‘Dat vroeg ik net aan jou.’

‘Hoe moet ik dat weten?’
‘Misschien had je iets gehoord?’
‘Wat moet ik hebben gehoord dan?’
‘Dat er iets aan de hand was?’
‘Zoals?’
‘Vrachtauto stuk.. Chauffeur ziek.. Straat afgesloten…’

‘Ik denk dat je nog één mogelijke oorzaak bent vergeten.’
‘Wat ben ik vergeten dan?’
‘De “eigen-schuld” optie?’
‘Eigen schuld?’
‘Ja, het ding te laat aan de weg zetten.’

Bart

dinsdag 29 oktober 2024

De bladblazer

De bladblazer

‘Ik ben klaar met die gozer van hierachter’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Wat is er met “die gozer van hierachter”?’, vroeg de andere kant van de tafel.
‘Die deugt voor geen meter.’
‘Wat mankeert er aan zijn “deugt”?’
‘Het is een asociale blaaskaak.’

‘Bart, leg eerst even uit. Een blaaskaak?’
‘Ja, hij blaast het blad uit zijn tuin over onze schutting.’
‘Met zijn kaak?’
‘Nee, met een bladblazer.’

‘En wat ga je eraan doen?’
‘Ik ga het terugblazen’
‘Je hebt helemaal geen bladblazer.’
‘Vanaf vanmiddag wel.’

‘Ga je er één kopen?’
‘Nee, ik bel straks bij hem aan en vraag of ik zijn blazer een uurtje mag lenen.’

Bart

maandag 28 oktober 2024

IJskoud

IJskoud

Ik moest van Truus een brood halen en was in de winkel getuige van een geanimeerd gesprekje tussen een klant en de verkoopster…

‘Nee, een witte kerst zit er zeker niet in’, hoorde ik haar met overtuiging vertellen.  Het woord “zeker” rolde daarbij met nadruk uit haar mond.

‘Jammer, ik verlang er echt naar’, antwoordde het meisje van het brood. 
‘Ja, vroeger waren de winters héél anders. Wekenlang vorst en sneeuw. We hadden thuis de ijspegels aan de dekens hangen.’
‘Ohhh, heerlijk’, bepte het wicht.

In gedachten zag ik de vrouw in bed liggen. Borstrok opgetrokken tot onder de kin, dikke dubbel gestikte onderbroek en gebreide geitenharen sokken. Ze brak een ijspegel van haar deken en likte hem op.

‘Wanneer was dat dan?’, vroeg het meisje.
‘O, ik denk jaren vijftig. toen had je nog van die winters.’

Het meisje keek haar met glanzende ogen aan.
‘Mijn vriendje wil volgende winter met mij naar de Noordpool. Naar Lapland. En ik denk dat hij mij dan ten huwelijk vraagt.’

‘Oh, wat romantisch! In de sneeuw en dan samen in een slee, eland ervoor, rood dekentje over de benen…’
‘Ja, zoiets. Kan haast niet wachten’, giechelde ze.

‘Mijn Simon heeft mij indertijd ook in de sneeuw ten huwelijk gevraagd. Ook heel romantisch. Helaas is het niks geworden. Zijn na vijfentwintig jaar huwelijk gescheiden.’

‘Nou, ik hoop niet dat het ons gaat overkomen. Lijkt me vreselijk’, antwoordde ze.

In gedachten kwam wederom het bedtafereeltje voorbij. Nu met Simon naast haar in de ijskoude slaapkamer. Ze likten samen aan de ijspegel. 

Bart

zondag 27 oktober 2024

Grasprobleem

Grasprobleem

‘Er zit een kale plek in je gras’, waarschuwde Truus mij toen ze vanachter het raam de tuin aanschouwde.
‘Jé gras? Ons gras!’, verbeterde ik haar.
‘Nee schat, grasonderhoud is een typisch mannelijke aangelegenheid. Zowel in goede als in slechte tijden.’

‘Goede en slechte tijden?’
‘Ja, als we in de zomer worden geroemd om ons mooie veldje, dan sta jij altijd vooraan om uit te leggen wat jíj́ allemaal doet om het zo mooi te krijgen.’
‘Omdat jij er geen poot naar uitsteekt, Truus. Ik zaai, ik maai, ik verticudinges, strooi mest…’
‘Ja, daar ben je zeker een uurtje per week mee bezig’, hoorde ik haar schamperen.

‘Uurtje? Je hebt geen idee.’
‘Bart, het grasveldje is vijf bij vijf. Vijfentwintig vierkante meter. Dan is een uurtje werk ruim bemeten.’
‘O, maar het kan best sneller hoor’, reageerde ik ietwat gepikeerd.’
‘O, nu kan het ineens wel?’
‘Ja, vraag ik met kerst toch maar die robotmaaier.’

Bart


zaterdag 26 oktober 2024

Zuurpruimen

Zuurpruimen 

‘Heb je die twee zuurpruimen daar zien zitten?’, vroeg ik Truus. We zaten op een terrasje te genieten van het mooie herfstweer. Zij aan een groene ijsthee, ik een colaatje zero.

‘Je bedoelt die twee dames daar links?’
‘Ja, die. Zegt de ene zuurpruim tegen de ander: wat kijk je toch vrolijk?’, lachte ik. ‘Zegt de andere zuurpruim: je steekt me aan’, reageerde Truus. Ik denk trouwens dat het twee zussen zijn.’

‘Zitten ze aan de azijn?’, vroeg ik.
‘Lijkt er wel op. Het zit in een wijnglas’, stelde Truus vast.
‘Gezellig als je zoiets in huis rond hebt lopen.’
‘Geeft ook voordelen, Bart: heb je nooit last van ongedierte.’

‘O kijk, ze krijgen bezoek. Zijn vast de echtgenoten.’
‘Zouden ze getrouwd zijn?’, vroeg ik.
‘Heeft er alle schijn van, schat. Kijk, die linker pruim wordt gekust. En nu ook die andere.’
‘En, worden ze er wat vrolijker van?’, vroeg ik.

‘Ja hoor,  ze veranderen nu in geel-groene gifkikkers.’

Bart




vrijdag 25 oktober 2024

Vermoeid

Vermoeid

‘Wat kijk jij lelijk', riep mijn schoonmoeder nadat ik binnenkwam met twee zware tassen boodschappen.
'Ik ben lelijk.'
'Heb ík nooit gezegd', reageerde ze als door een wesp gestoken.
‘Dat zou mij ook niets uitmaken.’
‘Niet?’
‘Nee. Ik ben zoals ik ben. Lelijk dus.’

‘Wat kom je eigenlijk doen?’
‘Ik moest van Truus je boodschappen achter de deur schuiven. Heeft ze voor je gedaan.’
‘Mooi, zet ze maar op het aanrecht. Ik ruim het zelf wel op.’

‘En waar hangt Truus uit?’
‘Truus moet schoonmaken.’
‘Schoonmaken? Moet zij dat doen? Mankeert er soms iets aan jouw handjes?’
‘Ja, inderdaad. Er mankeert iets aan mijn handjes.’
‘En wat mankeert er dan aan?’
‘Ze zijn enorm vermoeid.’

‘Wat is dát nou weer voor een opmerking?!’
‘Ma, het is erg jammer dat je zelf geen schoonmoeder meer hebt’, zei ik.
‘Hoezo?’

‘Dan had je zelf kunnen ervaren hoe vermoeiend dat is.’

Bart

donderdag 24 oktober 2024

Herfst

Herfst

‘Maar weer aan het vegen, Bart?’, vroeg een passerende buurtgenote.
‘Jazeker Betsie. Het is herfst dus ik kan mijn hart weer ophalen.’

Betsie woont een eindje verderop in de straat. Ik vind het altijd een schatje. Gewoon een lieve vrouw die je graag als schoonmoeder zou hebben. Maar ja, schoonmoeders worden nu eenmaal niet gekozen. Die krijg je er ongezien bij. Net als surprises die je rond vijf december in je mik geschoven krijgt. Kan meevallen maar soms ook trauma’s veroorzaken. Zoiets.

‘Jij kunt altijd zo netjes vegen. Ik zeg wel eens tegen mijn Ron: je kunt een puntje aan die tuin van Bart zuigen.’ 
Ze lachte kuiltjes in haar wangen.

‘Ja Bets, de tuin is mijn lust en mijn leven’, overdreef ik.
‘Dat kun je goed zien Bart. Wat doe jij altijd met die vlinderstruik?’
‘Vlinderstruik?’, vroeg ik. Eh.. vlinderstruik? Ik had geen idee welke dat zou moeten zijn.
‘Snoei je die helemaal af?’
‘Nou nee, dat lijkt mij niet.’

‘Goh, ik dacht echt dat hij gesnoeid moest worden.’
‘Dan hebben de vlinders er niks meer aan Bets.’
‘Er zijn toch geen vlinders in de winter?’

Had ik weer: gezwam over vlinders.
‘Jawel, de wintervlinder ook wel de kerstvlinder genaamd. In het latijn heet hij de Vlinderia Christianus. Heel bijzonder.’

‘O, kijk. Dat is inderdaad bijzonder. Ik vind die bijbehorende Latijnse benaming altijd zo mooi. Ik heb ooit Latijn gestudeerd, vandaar.’
‘O, kijk. Ja, die Latijnen hadden overal namen voor.’

‘Klopt. Ik denk zelfs ook voor jou.’
‘Voor mij? Eh.. Bartolomeüs of zoiets?’
‘Nee, een kletskousius enormus.’

Bart


woensdag 23 oktober 2024

Anita

Anita

‘Volgens mij heeft Anita een hondje. Ik zag haar net voorbij lopen’, meldde Truus vanuit de keuken. 

Daar moest ik even over nadenken. Niet vanwege de melding over de hond, maar de naam Anita. Ergens heel ver zei het mij iets, maar om nu weer te roepen dat ik geen idee had wie het precies betrof koos ik voor de enige juiste strategie: opstaan, naar de keuken rennen en kijken of ik nog iets kon ontdekken.

‘Waar dan?’, vroeg ik.
‘Ja, je bent nu te laat. Ze blijft niet wachten. Het is een tekkeltje. Lijkt me zooooo leuk!’
‘Wat is er leuk?’, vroeg ik bezorgd terwijl ik nogmaals over het aanrecht gebogen een glimp probeerde op te vangen.
‘Zo’n tekkel. Zo heerlijk eigenwijs en gezellig. Ik heb er al vaker over nagedacht. Lijkt mij echt wat.’

‘Wacht even, je bedoelt een hond?’
‘Ja, daar heb ik het toch over?’
‘Nou, half. Je had het ook over Anita.’
‘Ja, die heeft die hond.’
‘Truus, ik moet geen hond. Klaar. Zo’n ding geeft alleen maar overlast.’

‘Hoor jij die hond van Anita wel eens blaffen?’
‘Nee, maar dat komt omdat onze huizen goed geïsoleerd zijn.’
‘Onzin, Als Agnes een vriendje op bezoek heeft rammelt het fotolijstje van Mama van de slaapkamermuur. Anita woont daarnaast…’

Kijk, bingo. Wat ben ik toch slim. Deze Anita betrof dus Anita Meijer. Natuurlijk niet dé Anita Meijer van de zang, gelukkig niet. Maar die heeft ook geen hond. 

Bart

dinsdag 22 oktober 2024

Ene Pim

Ene Pim

‘Ik zag vanochtend Pim weer voorbij rennen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ik slaakte een lichte zucht. Ik ken namelijk geen Pim. Ja, ik ken er wel één, een oude dienstmakker, maar die rent niet meer. Die draait zich alleen af en toe nog om in zijn graf.’

‘Pim?’, vroeg ik.
‘Ja, de man van Roosje Jansen van de slager.’
‘Ik heb geen idee maar vertel verder.’
‘Hoezo verder?’ 
‘Nou ja, hij rende van de linkerkant van het raam naar de rechterkant. En toen?’

‘Wat toen? Wat zit je nou te drammen?’
‘Ik dram niet. Jij begint over ene Pim die rent. Zeer waardevolle informatie. En ik vis gewoon naar het vervolg.’

‘Er is helemaal geen vervolg.’
‘Dus hij is gestopt?’
‘Man, krijg het heen en weer. Ik zal je nog eens wat vertellen.’ Ze werd nijdig.
‘Graag, als het net zo zinvol is?’

‘Bart, soms denk ik wel eens bij mijzelf: wat moet ik met zo’n vent.’
‘Gezellig kletsen’, antwoordde ik lachend.
‘Wat je gezellig noemt. Je kletst maar door. Ik word er soms doodmoe van.’
‘Pim waarschijnlijk ook.’

‘Hou op over Pim’, riep ze. ‘En bovendien klopte jouw reactie helemaal niet!’
‘Hoe bedoel je? “Je reactie”?’
‘Hij rende niet van links naar rechts maar van rechts naar links.’

Bart


maandag 21 oktober 2024

Margarine

Margarine

Ik moest even snel voor een kuipje margarine naar de Super. Snelheid was geboden omdat Truus aan de gedekte ontbijttafel met haar mes in de aanslag klaar zat en er toen achter kwam dat het kuipje leeg was. Ik kreeg overigens de schuld omdat ik het vergeten was te kopen.

Dat kwam omdat ik afgelopen zaterdag drie boodschappen tegelijk moest scoren en dat bleek er één teveel. De margarine was dus afgevallen. 

Om te voorkomen dat de margarine opnieuw slachtoffer zou worden, koos ik vanwege de haast voor slechts één enkele boodschap. 
Nu was dit allemaal niet zo’n ramp, ware het niet dat onze Karin Krul achter de kassa zat. Dat wist ik, maar ruzie met Truus was ook zo’n dingetje.

‘Is dit alles, Bart?’, vroeg ze verbaasd toen ik hijgend bij de kassa stond en het kuipje op de band kwakte.
‘Nee, maar dat komt nog wel’, verklaarde ik.
‘Snap ik niet. Wanneer komt dat dan?’
‘Eind van de week.’

‘Eind van de week?’
‘Ja, dat zeg ik toch? Hoeveel is het?’ Ik stond met mijn pinpas in de hand.
‘Maar je andere boodschappen dan? Heb je geen karretje?’
‘Joh, ik zeg toch eind van de week? Ik heb hem achterin de zaak gevuld klaargezet. Bij de flessenautomaat.’

Ze keek me hoofdschuddend aan..
‘Je bent niet wijs Bart’, klonk haar conclusie.
‘Dat moet jou een fijn gevoel bezorgen’, schamperde ik.
‘Wat bedoel je?’
‘Hm, dan ben jij hier in ieder geval niet meer de enige.’

Bart




zondag 20 oktober 2024

Een project

Een project

‘Je moet vanavond de auto in de zijstraat parkeren’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ze hield een papieren brief in haar hand.

‘Van wie moet dat?’, vroeg ik. Ik ben niet zo van het moeten. 
‘Gemeente. Wie anders?’
‘En waarom?’
‘Eh… ze gaan strepen trekken. Lijnen, op de keien’, verduidelijkte ze toen ze mij wat verwonderd zag kijken.

‘Wat voor lijnen dan?’
‘Een lijn om een fietspad te creëren. Een halve meter van de erfgrens.’
‘Waarom een fietspad? Er komt hier amper een auto voorbij.’ Typisch gemeente. Ik zei het.
‘Typisch de gemeente. Onzinnige projecten.’

‘Het is een onderdeel van het fietsproject “Veilig fietsen”.’
‘Dus je trekt een streepje en dan is het veilig?’
‘Niet voor jou natuurlijk. Maar er staat een telefoonnummer bij.’

‘Hoezo niet voor mij?’
‘Ik zou toch even bellen of ze voor jou nog budget hebben voor rubberen keien.’ 

Bart

vrijdag 18 oktober 2024

De televizier-ring

De televizier-ring

‘Zo, het is weer klaar’, merkte ik met een diepe zucht op. 
‘Wat zucht je?’, vroeg Truus. Ze zat met een breiwerkje op schoot. 
‘Dat gedoe over die televisieringen. Waar zaten we nou net naar te kijken?’ 
Soms kan ik vrouwen in het algemeen en Truus in het bijzonder niet volgen.

‘Ja joh, ik ben bezig.’
‘We hebben toch al waslappen genoeg? Kun je toch wel even opletten?’
‘Bart, de manier waarop jij over dat programma begint, zegt mij al genoeg.’

‘Is dat zo?’
‘Ja, dat is zo.’
‘Oké, dan hoef ik niks meer te zeggen, toch?’
‘Nee, dat hoeft niet.’
‘Maar mag wel?’

‘Wat wil je nog toevoegen aan het verhaal dat je je hebt lopen ergeren aan al die B artiesten, dat ze hun outfit morgen weer terugsturen, dat het doorgestoken kaart is, steekpenningen zijn betaald, dat het merendeel uit jambekken bestaat die over het paard zijn gesmeten… wat vergeet ik?’ Ze keek me vragend aan.

‘Dat André van Duyn, de enige normale van het zootje, de oeuvre-prijs dik heeft verdiend.’

Bart


donderdag 17 oktober 2024

De bestelling

De bestelling 

‘Ik zag hem nét voorbij fietsen’, antwoordde Truus op mijn vraag of de postbode al was geweest.
‘Voorbij fietsen? Wat is dat voor een gedrag? Hij moet hier stoppen. Ik verwacht een pakket.’

Ik kon hier zo van balen, bestel je iets op internet en dan komt het niet.

‘Dan is het nog onderweg’, klonk de simpele verklaring uit de keuken.
‘Ja, in zijn fietstas.’
‘Bart, dat is onzin. Als hij het bij zich heeft, bezorgt hij het ook.’

‘Truus, de post is niet meer wat het geweest is. Vroeger vochten ze zich een weg door weer en wind om jouw pakketje op tijd te bezorgen. ‘
‘Dat doen ze nu ook nog, Jantje ongeduld.’
‘Jajaja, geef mij maar weer de schuld. Ik baal echt.’

‘Ik denk dat ik ga bellen met het postkantoor.’
‘Er is geen kantoor meer, Bart. Alles komt uit de fabriek.’ 
‘Truus, ik wil een klacht indienen.’
‘Kan alleen via internet’, wist ze.

‘Maar over wat voor een pakketje gaat het eigenlijk? Je bestelt zoveel.’
‘Schat, ik bestel helemaal niet veel.’
‘Man, je bestelt zoveel bij die Chinese shop dat je binnenkort van Li Ping een taalcursus krijgt aangeboden. Maar waar gaat het nu over? Waar zit je zo met smart op te wachten?’

‘Op dat Chinese schoenenkastje wat ik voor jou moest bestellen.’

Bart