Zaad
‘Ze heet Annelies. Vernoemd naar haar oma’s. Naar mij, Annie, en naar Lies, haar schoonmoeder.’
‘En jij moest voorop?’, bemoeide ik mij met het blabla-koffietafelgesprek tussen Annie en Truus.
‘Hoe bedoel je, Bart?’
‘Nou ja, ze had ook Liesannie genoemd kunnen worden, toch?’
‘Bart, ga even vegen of zo’, stelde Truus voor.
‘En ze ruikt zo lekker’, ging Annie verder. ‘Echt zo’n babygeur.’
‘Die van ons stonken naar poep’, kon ik mij herinneren.
‘Laat hem maar zwammen hoor, Annie.’
‘Jullie hebben toch twee meiden?’, vroeg ik om maar iets positiefs in te brengen.
‘Ja, eigenlijk wilden we nog een derde maar dat lukte niet. Lag trouwens aan Joop.’
‘Viel hij steeds in slaap?’
‘Ik hoor de bezem om aandacht gillen’, onderbrak Truus.
‘Nee, iets met zijn zaad.’
‘Konden ze niet zwemmen?’
‘Jawel hoor. Diploma A en B.’
‘Kijk, daar heb je het probleem al. Diploma B is met kleren aan. Dan wordt het ook niks.’
‘Heeft hij soms traag zaad?’, vroeg Truus.
‘Nee, niet traag maar tragisch. Het bleek zo dood als een pier.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten