Zal ik vanavond eens koken?', vroeg ik Truus in een poging mijn sociaal huiselijke kant te laten zien. Met een vleugje voorbedachte rade natuurlijk, want ik verwachtte zoals gebruikelijk een "Nee". Die kwam dus niet. Tja…
'Hoe lang moeten die jongens eigenlijk koken?', vroeg ik wat later nadat ik na een stevige worsteling de aardappels in bad had gekregen.
'Staat geen vaste tijd voor. Je moet prikken', riep de kamer.
'Je moet prikken', mompelde ik de herhaling.
'En dan?'
'Dan kun je voelen of ze gaar zijn.'
'Met hoeveel kracht moet ik ze prikken?'
'Je moet iets weerstand voelen.'
'Waar moet ik dat voelen?'
'In de aardappel.'
'En waarmee moet ik prikken?'
'Met je vinger!', klonk het zuchtend.
'in het kokende water?'
'Nee Bart, met een vork.'
'Oké. Ik heb drie keer geprikt. De aardappel is nu stuk. Bedoel je dat?'
'Nee, je prikt in een aardappel en dan moet hij er zo doorheen gaan.'
'Jawel, maar je moet weerstand voelen, toch?'
'Ja, een beetje weerstand.'
'Heb je al weerstand?'
'Van jou!', grinnikte ik. 'Moet ik nu een ander slachtoffer prikken?'
'Heb je de boontjes al opgezet?', vroeg ze.
'Moet ik die ook prikken?'
'Nee, proeven.'
'Hoe dan?'
'Met je mond. Denk je ook nog aan het vlees?'
'Constant schat.'
'Wil je even mijn telefoon brengen?'
'Hoe dan?', vroeg ze. 'Ga je een hulplijn bellen?'
'Nee, de chinees. Want zoals gezegd: Ik kook vanavond.'
Bart
