Totaal aantal pageviews

vrijdag 31 juli 2026

Een parkeerkaartje

Ik zag het meteen: het moet een volledige mislukking zijn geweest. Ik heb het over een ordinaire schreeuwerige dame die vermoedelijk met een doe-het-zelfpakketje haar lippen iets meer volume had willen geven. 

Ik stond naast haar pal voor zo'n automaat waar je je parkeerkaartje in één van de aanwezige gleuven moet duwen om het verschuldigde bedrag op een scherm te toveren en af te rekenen. Ik heb altijd ruzie met die apparaten want ik snap ze niet. Volgens Truus ligt dat aan mij. 

'Je moet hem in die gleuf drukken', riepen de lippen.'
'Gebeurt niks', zei ik. 'Hij komt zelfs terug.' 
'Moet je hem omdraaien', schreeuwde ze. De lippen vermorzelden de aanwijzing.
'Zo?', vroeg ik terwijl ik hem omdraaide.'
'Nee, andersom!'
'Dat heb ik net geprobeerd.'
'Nee, doe nou maar. En opschieten ik heb haast.' 

'Je mag wel eerst', stelde ik voor.
'Schuif hem er nou maar in.' 

Ze draaide zich om richting parkeerplaats. 
'Piet!!! Pietjeeeee!!!! Rij de wagen hierheen. Duurt nog!!!'
'Kijk dan, het werkt niet hoor.'
'Hoe sta je hem nou om te draaien dan?'
Ik deed het voor.

'Ik zei toch omdraaien. Je draait hem niet om.' Ze beet bijna haar lippen stuk.'
'Nou ja', probeerde ik.
'Geef hier!', riep ze terwijl ze het kaartje uit mijn handen trok.
'Kijk, zo moet hij erin.' Ze duwde hem er op haar manier in. 

We keken verwachtingsvol naar het scherm. De hatelijke nul bleef nul. Het kaartje werd weer uitgespuugd.
'Kloteding.' Ze balde haar vuist en sloeg tegen het apparaat. De lippen trilden van de dreun.

'Doet ie het niet Bart?', hoorde ik Truus achter mij. Ze kwam polshoogte nemen.
'Apparaat is naar de klote!', riep hotlips boos.
'Hij blijft op nul staan', riep ik wanhopig.
'Dat zal ook wel zo blijven', lachte Truus.

'Vind jij het leuk of zo?', vroeg het lippending.
'Ja, want parkeren is tijdens feestdagen gratis.'

Bart


Vive la France (serie 2026-4) Het hondje

Ze hadden het constant over hun hondje wat aan het eind van de lijn er maar bij was gaan liggen.Blijkbaar had het in de loop der tijd voldoende ervaring opgedaan en was hij wel klaar met de veren die steeds weer in zijn achterste werden gepropt.

‘Hij ligt dan in de caravan, in zijn mandje tussen onze bedden in. Zo lief!’, vertelde het “vrouwtje”. ‘En je hoort hem ook helemaal niet, de schat.’ De heer des caravans vond het nodig deze toevoeging te plegen.

‘En als je ‘s nachts naar de WC moet? Ligt hij dan niet vreselijk in de weg?’, vroeg ik.
‘O nee, echt niet. Hij schuift zelfs een stukje op. Alsof hij het aanvoelt.’ 

‘Het is ook wel een schatje’, vond mijn Truus met een voor mij gevaarlijke blik in haar ogen.
‘Dus jullie hebben er eigenlijk niks mee te doen?’, vroeg ze.
‘Helemaaal niks, één brok gezelligheid’, bepte het vrouwtje.

‘Hoor je dat Bart?’
Ik hoorde het en had hem meteen door: kinderen de deur uit, hond de deur in. Dat ging niet gebeuren.

‘Ja hoor’, antwoordde ik zuinigjes. ‘Ik heb het helemaal gehoord.’

Die nacht werden we om een uurtje of vier ruw gewekt. Uit de caravan naast ons, die van het hondje, klonk een enorm gevloek en gescheld, gevolg door geblaf.
‘Wat was dat dan?’, vroeg mijn Truus.
‘Hm, ik denk dat de buurman naar het toilet moest en het hondje niet voldoende is opgeschoven.’

We hebben het niet meer over een hond gehad.

Bart





donderdag 30 juli 2026

Irritatie

‘Wanneer we de caravan weer naar de stalling brengen.’ Ik stelde deze vraag tijdens ons ochtend koffiemomentje.
‘Van der Heuvel vroeg dat’, voegde ik eraan toe.

‘Joop of Annie?’, vroeg Truus.

‘Annie was de woordvoerster. Ze hebben er de hele nacht over vergaderd. Ze zag er vermoeid uit.’

‘Hebben ze er last van dan?’
‘Geen idee schat. Joop is oud gemeente ambtenaar en loopt de hele dag met het gemeentelijk verordeningsboek rond om te kijken of hij iemand op de valreep nog een gemeentelijke oor aan kan naaien.’

‘Zo is Joop niet.’
‘Zo is Joop wel.’

‘In het voorjaar maakte hij nog een opmerking over de berm.’
‘Kan ik mij niet herinneren. Wat was dat dan?’

‘Ik wilde wat zand in de berm vegen en toen riep hij met het boekje in de hand, een veto uit. Ik hielp zogenaamd de biodiversiteit naar de barrebiertjes.’

‘Dat klopt toch ook? Je moet het met stoffer en blik opvegen en in de kliko deponeren.’

‘Maar goed, wanneer brengen we hem nu weg?’
‘Voorlopig nog niet’, antwoordde ik.

‘Waarom niet?'
'Omdat Joop zich nog niet genoeg geërgerd heeft. Dat loopt nog wel een weekje of twee aan.'



Bart



woensdag 29 juli 2026

Het bankje

‘Zullen we hier dan maar even gaan zitten?', stelde ik mijn echtgenote voor. Ik wachtte het antwoord niet af, liep het betegelde paadje op en nam plaats op het bankje aan het oude-ijsselhaventje wat recent door de gemeente moest zijn geplaatst.

'Is dat wel veilig?', vroeg ze, wijzend op een laagje geel zand wat rond de twee zwart geschilderde stalen poten uit moeder aarde kruimelde.

'Stevig als een huis', zei ik nadat ik als test wat heen en weer had geschud. Ze knikte goedkeurend en nam naast mij plaats.

'Goed plan van de gemeente’
'Wat bedoel je?', vroeg ze.
'Dat ze hier een bankje hebben geplaatst.’
'Ja, inderdaad een goed plan. Het is prachtig hier.’
'En ook nog op een handige plek, zo op de route.’

'Ja, echt handig, zeker voor jou.’
'Hoezo voor mij?', vroeg ik.
'Nou ja, ik merk aan jou dat je af en toe moeite hebt om naar de stad te lopen.’
'Wie, ik?'
'Ja, jij. Dat is toch zo?'
'Ik niet hoor. Ik weet niet wat je hiermee wilt zeggen.’
'Nou ja, Bart, laten we eerlijk zijn.’
'Ja, laten we eerlijk zijn. Jij had het toch over "effe zitten", of ben ik nou gek?’
'Effe zitten voor jou.’
'Wat een onzin zeg.’
'Onzin? Je bent het alweer vergeten. Je loopt hier op de weg en roept "effe zitten".’
'Dat zei ik juist voor jou', zei ik.
'Laat maar', reageerde ze.
'Hoezo?', vroeg ik. Ik wilde het er nog even over hebben.

'Joh, ik heb geen zin in discussie over zo'n dom onderwerp. Trouwens, ik heb binnenkort een paar nieuwe wandelschoenen nodig.’
'O?, je hebt toch nog een paar in de berging staan?'
'Heb je die al eens goed bekeken?', vroeg ze ietwat geïrriteerd.

Nee, natuurlijk had ik ze niet bekeken. Ik ga echt niet elk paar schoenen onderzoeken of ze al dan niet vervangen moeten worden. Ik zei het.

'Nee, wat is daar dan mee?’
'Zolen versleten. Ik loop helemaal scheef.’
'Oké, en een paar nieuwe zolen?’
'Dat helpt niet.’
'Snap ik niet.’
'Ze zijn ook helemaal uitgelopen. Daar wordt je doodmoe van in je voeten.’
'Dan moet je nieuwe kopen', vond ik.
'Deze zijn trouwens ook niet best meer.’ Ze zette haar voeten tegen elkaar en keek naar beneden. 'Zie maar', nodigde ze uit.

Ik keek, maar ontdekte niks bijzonders.

'Ik zie niks. Wat is er dan mee?', vroeg ik.
'Ze gapen aan de zijkant. Daar heb ik geen stevigheid meer van.’
'En dan krijg je vermoeide voeten', vulde ik aan. 
'Ja, zoiets.’

We bleven nog een minuutje of drie stilletjes zitten.

'Ik krijg pijn in mijn kont van die stalen bank', zei ze.
'We gaan', besloot ik terwijl ik opstond. Even later liepen we weer.

'Toch een mooi bankje', vond ik.
'Ja, handig. Kun je effe zitten.’

Ik keek haar aan en lachte. 'Voor als je vermoeide voeten hebt.’
'Precies', zei ze.

Tja....

Bart

Copyright Brompot juli 2017

Vive la France (serie 2026-3) Afwassen

De man die op de camping naast mij aan de afwas stond, had volgens mij weinig tot geen ervaring. Er zat geen enkele structuur in. Hij spoelde niets af, begon met een pan en spetterde met zijn kwast alle kanten op. Niet alleen in mijn richting maar ook een dame links van hem ontving een stevige spetterdouche. En daar was ze niet van gediend.

‘Kan dat niet wat minder?’, vroeg ze.
‘Ik heb geen idee’, antwoordde hij.
‘Hoezo geen idee? Je bent zo wild aan het afwassen dat ik helemaal nat word.’ 

Ze stapte iets naar achteren en showde een natte plek op haar Tshirt.

‘Vervelend. Maar ik kan er niks aan doen’, reageerde hij, stak de borstel terug in de bak en ging al spattend verder.

‘Nou ja zeg, wat is dit?’
‘Dit is afwassen anno tweeduizend zesentwintig oftewel “het nieuwe afwassen”, mevrouw.’
‘Het nieuwe afwassen?’
‘Ja, u heeft thuis toch ook een afwasmachine?’
‘Ik? Ja, hoezo? We staan hier op een camping hoor.’
‘Dat klopt, wij ook.’
‘En wat heeft dat gespetter in vredesnaam met een afwasmachine te maken?’
‘Alles, de machine thuis doet niet anders, en alles wordt snel en prachtig schoon.’
‘Dit is toch niet te geloven’, riep ze ontzet.
‘Nee hè? En dit is nog maar het korte programma. Kunt u nagaan als ik het lange draai.’

Bart

dinsdag 28 juli 2026

Vive la France (Serie 2026-2) Van stand.

Ze kwamen aan op het moment dat ik net de armleuninkjes van mijn campingstoel optrok met het doel achterover de luie stand in te schieten: een dame en heer van, zoals dat in de volksmond heet, van stand. Tenminste, als mijn ooghoeken mij niet bedrogen. 

Hij, gekleed in een merk-polo-outfit met opgezet kraagje, korte broek en een paar schoenen uit een beroemd Brabants schoenenatelier. De “zij” van het setje droeg een jurkje wat ook niet bepaald uit de tweedehandswinkel was geplukt. Ook het collier wat in de Franse zon schitterde zei meer dan genoeg.

De Mercedes waarin het stel aankwam was er één uit de hogere klasse evenals de caravan wat het voiture voorttrok. 

Ze stonden wat te overleggen, nou ja, overleggen, laten we het op niveau houden: ze stonden te delibereren over de plek waar het één en ander moest gaan plaatsvinden. 
Het gesprekje verliep nagenoeg geluidloos. Af en toe produceerde hij een kort kuchje in zijn vuist en zij streek met enige regelmaat over haar rok. 

Op een gegeven moment draaiden ze zich een kwartslag om, richting onze plek. 

Hij knikte kort in mijn richting. 
Ik knikte kort terug. 

Zij hield ondertussen haar blik op onze waslijn gericht, waar de onderbroeken van Truus en die van mij gezellig wapperend hun levenservaringen deelden. Toen ik goed keek meende ik bij haar een mondtrekje te zien die ik herkende als een trekje bij Truus wanneer ze het had over de zomerse maaien in de kliko. 

De dame mompelde vervolgens iets waarna beide terug de auto instapten. De deuren gingen dicht, de motor gestart en langzaam trokken ze op. 

Terwijl ze mij passeerden knikte de man nogmaals. Ik knikte terug waarna ik wederom de armleuningen optrok, mij in volle tevredenheid achterover liet zakken en in een diepe slaap viel.

Bart


Vive la France (serie 2026-1) De Kip

Ze stelden zich netjes voor: Ans en Willie, wat oudere kampeerders die zich naast ons hadden genesteld. 

Het “nest” betrof een oude Kip met klapdak die na enig gepruts en gemopper werd opgeklapt. Truus vond het een “poepig” dingetje. Ik een kruiphok voor pas verliefde stelletjes die de hele dag op elkaars lip wensen te hangen. 

Nu wil ik Kip-liefhebbers niet in een verdomhoekje plaatsen, maar je moet toch wel heel erg van kamperen of van je vriendin houden als je in zo’n dingetje je vakantie door wil brengen. 

Het voortentje werd met behulp van drie dozijn mikado-stokken en evenveel haringen aan de aarde vastgeklonken. Maar volgens de mannelijke helft van het setje stond hij dan ook als een huis. Een Tiny-house wel te verstaan. 

Toen we een paar dagen later werden uitgenodigd voor een drankje, mocht ik de ingewanden van de kip bekijken. Dat begon met een schaafwond op mijn hoofd vanwege de lage deur, maar de pijn maakte al snel plaats voor een prettige verbazing.

De Kip bleek een prachtig compleet caravannetje met stel lengte-bedden die bij menigeen thuis niet zouden misstaan.

‘Wat een prachtig compleet wagentje. Alleen wel wat klein’, merkte ik op. ‘Hebben jullie hem al lang?’
‘Nee, sinds dit jaar. Dit is de eerste vakantie. En wat de ruimte betreft, wij hebben nog niet veel nodig.’
‘Nog niet?’
‘Nee, ik ken Ans nog maar kort, wij genieten nog volop van elkaars lip.’
Tja…

Bart


maandag 27 juli 2026

Verjaardag

‘Agnes is zaterdag jarig. Wat moeten we haar geven?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Een nieuwe vriend. Zal rondkijken.’
‘Ze heeft net een nieuwe. André. Even serieus graag.’

‘Geen idee. Vraag maar aan Annie Heuvel of die van Krul’, adviseerde ik.
‘Hoezo?’
‘Kun je met hun afstemmen. Jullie vrouwen hebben namelijk het fatale talent allemaal met hetzelfde cadeau aan te komen zakken.’
‘Karin en Annie zijn helemaal niet uitgenodigd.’

‘Iets van een bloemetje doen?’
‘Of een doos bonbons. Heb ik er ook wat aan.’
‘Jij krijgt een uitdeelzakje chips. Meer niet.’

‘Abonnementje op Tinder? Kan ze zelf iets uitzoeken.’
‘Ik zeg net dat ze al een nieuw vriendje heeft.’
‘Jawel, maar die slaapt er inmiddels twee weken.’
‘En wat wil dat zeggen? Twee weken?’
‘Dat de houdbaarheidsdatum in haar geval al minstens een week verlopen is.’

Bart


vrijdag 24 juli 2026

Een eikel

‘Die van de Hoek hebben een caravan gekocht’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Boerstoel?’, vroeg ik.
‘Boerstoel? Nee, van de Hoek.’

‘Boerstoel woont toch op de hoek?’
‘Ik bedoel de familie van de Hoek. Jonas en Rietje. Hij heeft een kale kop. Die ken je toch wel?’
‘O, je bedoelt die eikel.’
‘Eikel? Wat heeft ie uitgevreten dan?’
‘Mij een eikel genoemd.’

‘O? En wat was de aanleiding?’
‘Hij liet zijn hond hier loslopen.’
‘Stroefje?’
‘Zijn hond.’
‘Ja, dat is stroefje. Dat is toch geen probleem?’
‘Geen probleem? Hoezo geen probleem?’
‘Stroefje luistert goed. Het is een scheet van een hond.’

‘Klopt, hij liet een scheet en toen kwam er iets mee.’
‘En toen?’
‘Toen ontstond er een kleine woordenwisseling met die eikel.’
‘Kan Stroefje toch niks aan doen? Trouwens, het is jou ook al eens overkomen.’
‘Truus, even voor de duidelijkheid: ik ben geen hond.’
‘Klopt, maar je loopt wel los.’

Bart

woensdag 22 juli 2026

Een pakketje

Hoi Bart, zijn jullie thuis vandaag?’ Voor mij stond Agnes, onze buurvrouw. Ze zag er wat gehaast uit: half opgemaakt, haren wat warrig, kortom, die kwam net uit bed.

‘Verwacht je iets?’
‘Ja, een pakketje. Ik heb alvast een voorschotje genomen en gemeld dat ze het bij jullie af moesten geven maar natuurlijk helemaal vergeten het jullie te vragen.’
‘Dus kom je het nu vragen’, lachte ik.

‘Ja, en? Zijn jullie thuis?’
‘Nou, dat ligt eraan.’
‘Waaraan? Het weer zeker. Wilden jullie gaan fietsen? Natuurlijk, stom, niet aan gedacht.’
‘Nee hoor, het ligt aan het soort pakket.’

‘Aan het soort pakket? Hoe bedoel je. De inhoud?’
‘Nee, het gewicht. Is het zwaar?’
‘Nee, denk het niet.’
‘Ik hoor enige twijfel?’
‘Ach nee joh, wat weegt zo’n dingetje. Alhoewel, er zitten wel oplaadbare batterijen in.’
‘Zijn die vol of leeg’, vroeg ik. ‘Vanwege het gewicht.’

Truus verscheen ten tonele. 

‘Morgen Agnes, is Bart weer moeilijk aan het doen?’
‘Nee hoor, ik vroeg of jullie thuis zijn voor het aannemen van een pakketje. Bart vroeg naar het gewicht.’
‘Gewicht? Hoezo gewicht?’ Ze keek mij aan.
‘Nou ja, ik mag met drie hernia’s niet te zwaar tillen.’

‘Hoe zwaar is het?’, vroeg ze.
‘Geen idee. Het is een nieuwe satisfyer. Wat weegt zo’n ding?’
‘O, die weegt vast minder dan een kilo. Die kan Bart prima tillen.’

Bart


dinsdag 21 juli 2026

Tevredenheid

‘Morgen Bart, weer lekker aan het vegen?’ Ik draaide mij om: mevrouw Putman, buurtgenote. 

De putmannen, of liever gezegd de Putman en Putvrouw wonen om de hoek. Je ziet ze niet zo vaak, zeker niet sinds hun hondje is overleden. Dat was zo’n dingetje waarbij de voor en achterkant niet goed te onderscheiden waren. Of daarmee iets mis is gegaan, is niet bekend gemaakt. Wel dat het hondje door een noodlottig ongevalletje is overleden. 

Mevrouw Putman dus.

‘Bart, wat heb jij je oprit toch altijd netjes schoon. Je ziet geen stofje liggen.’
‘Dank u, mevrouw Putman. Het is natuurlijk altijd hard werken, maar dan heb je ook wat.’ 
‘Ja, een schone oprit’, lachte ze.

‘Niet alleen een schone oprit.’
‘O? Wat nog meer?’
‘Een tevreden gevoel, mevrouw Putman. Dat komt door een stofje in de hersens. Dat wordt door mijn veegwerk geactiveerd.’ 

‘Een geluksgevoel bedoel je?’
‘Nou, dat gaat mij dan weer te ver. Nee, volgens universitair onderzoek ligt er een duidelijke relatie tussen het vegen van de oprit en het activeren van het tevredenheidsgevoel in de hersenen.’

‘En dat komt door dat stof?’
‘Jazeker mevrouw Putman.’
‘Kijk, als je volgende keer weer gaat vegen, geef mij dan ook wat van je stof? 
Ik kan nog wel wat tevredensheidsgevoel gebruiken.’

Bart

zondag 19 juli 2026

Een retourtje

‘Goedemiddag mevrouw, meneer, zegt u het maar', nodigde de ikea-dame ons uit.
'Hej', riep ik blij. Mijn echtgenote gaf me een por.
'Hahaha, ook Hej', lachte ze vriendelijk. 'Wat kan ik voor u doen?'
'Dat zal ik u uitleggen', zei Truus.

'Wij hebben hier namelijk gisteren een hapjespan aangeschaft, maar die doet het niet', legde ze uit.
'Doet het niet?', vroeg de dame.
'Nee, voldoet niet aan de verwachting.'
'En wat was uw verwachting dan?', wilde ze weten.
'Nou, dat ik iets kon braden zonder aanbak. Maar eh...'
'De ballen plakten vast aan de bodem. Muur en muurvast. En weet u hoezeer ik daarvan baalde??', vulde ik aan.
'Ja, dat is vervelend', erkende ze.

'Vervelend? We hebben het niet over een stukje spek!! Het gaat hier over ballen gehakt! Met liefde gedraaid, in de pan gelegd en toen...'
'Plakten ze vast', riep de dame. 'Inderdaad heel, heel, héél vervelend.'
'En nu willen we hem retourneren. Ik heb gebeld en het kon. Dus...'
'O ja hoor, dat kan inderdaad. We nemen hem gewoon terug', lachte ze.

'Even kijken, ja, kijk, u krijgt het aankoopbedrag als tegoedbon. Daarmee kunt u hier weer andere spullen kopen.'
'Krijgen we geen geld terug?', vroeg Truus.
'Nee, de pan is gebruikt en zit niet meer in de verpakking', legde ze uit.
'Snap ik', vond Truus.

'Ik snap dat niet', sputterde ik tegen. 'Er bracht net iemand een matras terug en die kreeg wél geld.'
'Dat is toch héél wat anders!', vond Truus.
'Hoezo "héél wat anders"?', vroeg ik.
'Nou ja, je slaapt toch niet op een hapjespan!'

Bart

Entre Nous

‘Carla is met vakantie’, bracht ik tijdens de rondvraag van ons tien uur koffiemomentje in. 

‘Carla? Je bedoelt die Hittepetit van de zwarte snollenbak aan het begin van de straat?’, vroeg Truus.
‘Als je daarmee Carla bedoelt die in het bezit is van een prachtige zwarte Porsche, wonend op nummer zestien, dan hebben we het over dezelfde persoon.’

‘Mooi, denk jij nog aan de kliko? Vandaag komt plastic.’

‘Oké, je zou ook kunnen vragen waar Carla naar toe gaat, en misschien wil je ook nog weten met wie?’, stelde ik.

‘En jij zou misschien kunnen vragen of de bak met plastic onder het aanrecht nog in de kliko geleegd moet worden.’

‘Carla is samen met een collega naar Mexico, Truus.’
‘De bak onder het aanrecht is inmiddels leeg, Bart.’

‘Collega van de club?’, ging ze verder.
‘Club? Wat bedoel je met de club?’
‘Ze staat toch achter de bar van die louche tent aan de provinciale weg?’
‘Je bedoelt de Entre Nous?’ 
‘Ja, precies. Onder Ons. Volgens mij een nogal onfris clubje.’

‘Daar werkt ze inderdaad, maar niet achter de bar.’
‘O nee, dat zal ook vast niet. Wat doet ze daar dan? Laat me raden.’

‘O, dat hoeft niet want ze heeft het beheer over het gebouw.’
‘Over het gebouw?’
‘Ja, ze zet net zoals ik wekelijks de kliko’s aan de weg.’

Bart



vrijdag 17 juli 2026

Inspectie

Soms heb je de nijging om een poosje voor de spiegel plaats te nemen om jezelf eens goed te beschouwen. Vraag daarbij: wat vind je nou van jezelf. En dan zowel intern als extern. 

Dat klinkt raar, intern, maar als je intern rust voelt, toont dat aan de buitenkant. Voel je je niet lekker, dan is dat ook direct zichtbaar.
Ik voelde me kiplekker, dus ging ik op zoek naar positieve signalen.

Ik begon maar eens met het tellen van de rimpels. Kwam ik niet goed uit. Het vermoeden borrelde op dat ik tijdens het tellen mijn voorhoofd van verbazing ietwat optrok waardoor de telling niet klopte. 

Tja, dan mijn neus. Behalve wat blauwe aders, vanwege het feit dat ik in mijn jonge jaren in een bierketel was gevallen, zag het er allemaal toch nog redelijk uit…

‘Wat zit jij nou te doen?’, hoorde ik de stem van Truus achter mij. Ik schrok.
‘O, ik ben mijzelf aan het inspecteren. Ik voel me goed en wil bewijs zien op mijn gezicht.  Mijn moeder vertelde namelijk ooit dat je gemoedstoestand zichtbaar is op je gezicht.’
‘O? Echt? Laat eens kijken?’ 

Ze pakte mijn hoofd en gaf er een ruk aan.

‘Ik zie een aankomende vet-vulkaan op je wang.’ Ze wreef er overheen.
‘Een puist?’
‘Ja, en er komen ook nog wat broertjes aan.’
‘Hoe kan dat nou? Ik voel me juist zo goed.’
‘Dat kan ik je wel vertellen, schat.’
‘Nou? Leg uit?’, vroeg ik ongerust.

‘Ik mis namelijk drie stukken mars uit de snoeppot in de keuken.’

Bart





donderdag 16 juli 2026

Bemoeienis

Wie het fenomeen “schoonmoeder” kent, heeft het ongetwijfeld al wel eens meegemaakt: De ongekende als “zorg” verpakte bemoeienis met jouw interne familiezaken. 

Ik kom erop doordat ik onlangs weer eens geconfronteerd werd met zo’n gevalletje “zorg”. 
Het ging erover dat mijn Truus in haar beleving teveel hooi op haar vork nam, daardoor te druk was, en als gevolg daarvan te weinig tijd had voor “andere zaken”.

Toen ik naar die “andere zaken” vroeg kwam als antwoord dat ze Truus zo weinig zag. En toen wist ik alweer genoeg. 

Ze zit hele dagen op haar krent, voert geen bal uit, en zit maar naar de deur te staren of er niet toevallig een familielid binnenkomt. En dan bedoel ik specifiek op woensdag want de andere zes dagen zijn voorzien. En dan bijna altijd door mijzelf want er staat een enorme klussenpot op tafel. En mocht die leeg raken dan weet ze altijd wel iets te verzinnen waardoor hij weer vol stroomt. 

En dan niet alleen fysieke klussen, nee, het gaat vaak om het oplossen van probleempjes. Zoals met de buurvrouw, de supermarkt, de Belastingdienst, de bank, de fietsenmaker en zoals laatst, met de rollatordealer die naar haar opvatting een te hoge rekening had ingediend.
Zo is er elke keer wel wat. 

Maar het ergste vind ik toch de bemoeienis met onze interne familiezaken. Vorige week vond ze dat ik veel te dik werd waarop Truus, grappig als altijd, opperde dat ik wat meer in beweging zou moeten komen. Daarop volgde een enorm onzedelijk voorstel: 'Je mag bij mij de tuin omspitten.' 

Ik dacht het niet.

Bart


dinsdag 14 juli 2026

Groenvoorziening

Morgen meneer, mag ik vragen wat u gaat doen?', vroeg ik een man die gestoken in een oranje hesje bezig was met het opstarten van een omploeg-ploeg. Ik was net naar buiten gelopen om de kliko met een emmertje afvalgroen te vullen.

'De gemeente heeft besloten dat er struiken moeten worden gepoot. En dan moet het gras eruit', verklaarde hij.
'Struiken?', vroeg ik.
'Klopt helemaal.'
'En waarom? Wat is er mis met gras?'
'Honden poepen op het gras meneer.'
'Er geldt toch een opruimplicht?', vroeg ik ontzet.
'Die wordt niet nageleefd. Vandaar.'

'En wanneer halen jullie van de gemeente de straatkeien weg?', discussieerde ik verder.
'Dat doen we niet. Hoezo?'
'Automobilisten rijden hier te hard. Die regels worden ook niet nageleefd. Dus, eruit met die keien.'

'Meneer, maak u niet druk. U krijgt een mooie struikenpartij voor uw deur. Dat is heel wat beter dan gras', probeerde hij.
'Mag ik zelf bepalen of ik dat mooier vind?'
'O ja hoor. Er komen trouwens ook paaltjes met ijzerdraad. Dat houdt het volk tegen.'
'Hoezo het volk tegen? Wie zou er behoefte hebben aan een wandeling tussen het struikgewas?', vroeg ik. 'Ik wil gras.'
Hij keek mij aan: 'het is net als de op het gras poepende honden. Je zou ze de kost moeten geven, meneer.'

'Hm, dan geef ze maar "de kost". Dat is goedkoper dan gras weghalen en struiken poten.'

Bart

zondag 12 juli 2026

Het onderzoek

‘Goh, wat worden er tegenwoordig toch veel onderzoeken gedaan', meldde Truus vanachter de tablet.
'Onderzoeken? Hoe bedoel je?', vroeg ik vanachter mijn tablet.
'Wetenschappelijke onderzoeken. Door van die promoverende universitaire piefjes.'

'O, je bedoelt van die onderzoeken over het aantal met groene zeep ingesmeerde dakpannen en in relatie tot geboortebeperking?', vroeg ik.
'Dat onderzoek ken ik niet', zei ze.
'De relatie is dat ooievaars daar moeilijk kunnen landen en doorvliegen.' 

'Nee, er is onderzoek gedaan naar het hebben van seks in relatie tot leeftijd.'
'Ook interessant. En wat was de uitkomst? Dat er meer groene zeep gebruikt moet worden?'
'Nee, het blijkt dat jongeren minder en ouderen vaker seks hebben.'
'Hm, dat herken ik niet', zei ik.

'Toch wel goed dat de jeugd het nog even uitstelt', ging ze onverstooorbaar verder.
'Kom op Truus, je hoeft toch niet eerst op de verjaardagskalender te kijken alvorens samen het bed in te duiken?'
'Daar gaat het niet om. Het gaat om de trent. Die is onderzocht. En die geeft dit als conclusie.'

'En wat was nou precies de uitkomst over de ouderen?'
'De conclusie is dat ouderen boven de vijfenzeventig vaker seks hebben dan vroeger.'
'Is dat dan ook meteen een advies?', vroeg ik mij met enig enthousiasme af.
'Eh.. ik weet niet wat je nu allemaal in je hoofd haalt, Bart...'
'Nou ja, het biedt wel perspectief' vond ik.
'Dat kun je voorlopig wel op je buik schrijven', lachte ze. 'Je bent nog lang geen vijfenzeventig.'

Bart
 

zaterdag 11 juli 2026

Vergeten

‘Heb jij nog aan Annie gedacht?’
‘Annie?’, vroeg ik terwijl ik mijn hersens als de gesmeerde bliksem aan het werk zette. 

Het schijnt dat ik nog wel eens wat vergeet. Is niet zo, maar in de beleving van anderen. Zoals mijn Truus. Ik verwijt haar op mijn beurt wel eens dat ze is vergeten mij iets te vertellen. Dat leidt dan weer tot enorme discussies. En daar had ik nu geen zin in. Vandaar.’

‘Annie Heuvel bedoel je toch?’, vroeg ik om wat extra tijd te kopen.
‘Hebben wij nog een andere Annie in de buurt?’ 

Goh weer zo’n vraag waarbij ik mijn hersens aan het werk moest zetten. Ik besloot tot een aanvallende gok.

‘Ja, Annie de Groot.’ 
‘Annie de Groot? Wie is Annie de Groot?’
‘Ken je die niet?’
‘Nee, wie is dat dan? Waar woont ze?’
‘Hier in de buurt geloof ik.’

‘Geloof ik?’
‘Ja, maar ze kan natuurlijk inmiddels ook elders wonen’, blaatte ik.

‘Annie de Groot, Annie de Groot… is die niet getrouwd met Joris de Groot?’, vroeg ze bedachtzaam.
‘Precies! De vrouw van Joris. Klopt Truus, zie je wel!’
‘Nou, dat klopt helemaal niet. Ik ken geen Joris die met een Annie is getrouwd.’
‘Niet?’
‘Nee. En dat is zeker geen Annie waar je in de slaapkamer moet helpen om het nieuwe bed op te bouwen. Of was je dat soms vergeten?’

Bart



vrijdag 10 juli 2026

Puber

We krijgen er in de rol van Opa en Oma allemaal mee te maken: opgroeiende kleinkinderen die zich door deze als lastig bestempelde puber-periode heenworstelen. Uiteraard zien ze dat zelf heel anders. Hoezo worstelen? Je doet gewoon de dingen die je goeddunkt. En verder niks…

‘Hoe is het met de proefwerkweek gegaan?’, vroeg ik aan ons puistenhoofd.
‘Goed Opa.’ 
Stilte
‘En wat is goed?’
‘Gewoon, goed.’
‘Cijfers?’
‘Ja.’

‘Ik bedoel goede cijfers?’
‘Goede cijfers? Ik ga over, Opa.’
‘Ja, maar ik ben benieuwd naar je cijfers.’
‘Die zijn goed. Hebben jullie nog koekjes in de trommel?’
‘Moet je niks drinken?’
‘Nee, te vroeg voor bier.’
‘Bier?’
‘Grapje.’

‘Nou, vertel. Hoe zagen de cijfers eruit?’
‘Staan in mijn telefoon.’
‘Pak je die toch?’
‘Batterij leeg.’
‘Oké, geen onvoldoendes?’
‘Neu, viel mee.’
‘Wat is dat? Viel mee?’
‘Ja joh, ik ga toch over!’

‘Wie zegt dat?’
‘Heb ik berekend. Ik voldoe aan de norm.’
‘Wat is de norm?’
‘Opa, ik heb hier niet zo’n zin in!’
‘Ik wel. Hoe was je Nederlands?’
‘Spreek het vloeiend, toch?’
‘Cijfer?’
‘Eh, onderkant gemiddeld.’

‘Hoe kan dat?’
‘De wekker Opa.’
‘De wekker?’
‘Ja, op mijn telefoon. Die deed het niet.’
‘Wat heeft dat met je cijfer Nederlands te maken?’
‘Alles, ik was te laat voor het proefwerk.’
‘Hoe kan dat dan?’
‘Ach, niks bijzonders. De batterij was leeg.’
‘En toen?’
‘Toen niks. Ik voldoe aan de norm. Heb je nou nog koekjes in de trommel of niet?’

Bart




woensdag 8 juli 2026

Opdrachten

Ik zag haar voor mij schuiven: een wat stevig gebouwde dame waar aan weerszijden van haar hoofd een paar op oorwarmers lijkende knalrode doppen waren gemonteerd. We liepen beide in de Super. Zij met een winkelmand op wielen, ik met een officiële Super boodschappenkar. 

Ze stond blijkbaar in directe verbinding met haar opdrachtgever want ze pakte met enige regelmaat een artikel uit een schap, las de tekst hardop voor waarna het artikel of werd terug gezet werd dan wel in de kar werd gemikt. 

‘Dat is toch ook wat’, hoorde ik een bekende stem achter mij opmerken. Ik draaide mij om en ontdekte buurtgenootje Meijer.

‘Ik bedoel dat mens, met die koptelefoon daar.’
Ik keek naar het aangewezen mens en moest toegeven dat het inderdaad “toch ook wat” was.

‘Ik loop hier met een briefje en zij krijgt opdrachten via de telefoon. Het moet toch niet gekker worden!’, klaagde ze.
‘Ik denk dat ze in verbinding staat met haar relatie’, merkte ik op.
‘Haar relatie? Zou ze een relatie hebben?’
‘Dat denk ik wel’, zei ik. ‘Met wie zou ze anders in contact staan?’
‘Nou dat kunnen er veel zijn, Bart.’

‘Misschien wel haar moeder? Of een buurvrouw’, ging ze verder.
‘Dat lijkt mij stug, mevrouw Meijer.’
‘Stug? Hoezo stug? Dat kan toch?’
‘In theorie wel, maar het lijkt mij toch wel beetje vreemd als je van je moeder een opdracht doorkrijgt en vervolgens een voordeeldoos condooms in je mandje gooit.’

Bart

dinsdag 7 juli 2026

Zegels

‘Hoi, mag ik jou iets vragen’, vroeg ik aan het meisje van het brood. Ik stond in de buurtsuper.

‘Jazeker meneer, zegt u het maar’, antwoordde ze vriendelijk.
‘Oké, ik heb hier vorige week krentenbrood gekocht en ik ben de spaarzegeltjes vergeten.’

Ze keek me verwonderd aan.

‘Spaarzegels? Eh.. daarvoor moet u bij de kassa zijn hoor’, blaatte ze.
‘Nee hoor, het moeten speciale krentenbroodzegels zijn’, probeerde ik haar te overtuigen.
‘Ik zou echt niet weten wat u bedoelt.’ Ze keek verontschuldigend. 

‘Misschien dat je het even bij je chef kunt vragen?’, stelde ik voor.
‘Dat is misschien een goed ideetje’, antwoordde ze terwijl ze op een onzichtbaar belletje drukte. Tenminste, dat veronderstelde ik want ik hoorde in de verte iets rinkelen waarna er een grote boosuitziende man naderde die keek alsof hij uit zijn slaap was gehaald.

‘Wat is het probleem?’, vroeg hij.
‘Ik heb hier vorige week krentenbrood gekocht en geen zegeltjes gekregen.’
‘Zegeltjes? Hoezo zegels?’
‘Spaarzegels die je bij jullie krentenbrood hoort te krijgen’, verklaarde ik plechtig.

‘Meneer, u krijgt helemaal geen spaarzegels bij het krentenbrood. Waar zou u voor moeten sparen dan? Gratis krentenbrood of zoiets?’ Hij klonk nog steeds nors.

‘Nee, sparen voor een speciale krentenfiets om de afstand tussen de krenten te kunnen overbruggen.’

Bart

zondag 5 juli 2026

Soepel

‘Kunt u het vinden?’, vroeg het winkelmeisje toen ik op mijn knieën een pak suiker uit het schap probeerde te trekken.’

‘Ik kan het wel vinden, sterker nog, ik heb het gevonden, maar ik kan er niet goed bij.’

‘Zal ik het voor u doen?’, bood ze aan.
‘Dat vind ik heel lief van je maar kun je dan ook met de rest van het lijstje meelopen?’
‘Dat gaat niet lukken meneer, ik moet de vakken vullen.’
‘Dat is inderdaad wat anders.’

‘Moet je soms ook de suiker bijvullen?’
‘O, dat zou zo maar kunnen. Maar laat ik u eerst maar helpen. Zal ik u overeind trekken? Dan kan ik erbij.’
Ze stak een hand uit. 

‘Zo erg is het niet hoor’, lachte ik politiek correct terwijl ik toch haar toegestoken hand pakte en mijzelf overeind trok.
‘Zo, nu jij’, lachte ik.
Ze ging soepeltjes op de knieën, pakte de suiker en stak het omhoog zodat ik het aan kon pakken.

‘Dan ga ik je nu een wederdienst bewijzen’, zei ik terwijl ik haar op mijn beurt een hand toestak.
‘O, maar dat is niet nodig meneer. Ik ben nog soepeltjes.’ Ze veerde overeind en stond in een flits weer naast mij.

‘Zou jij dat op mijn leeftijd ook nog zo soepel kunnen?’, vroeg ik.
‘Vast wel’, zei ze. ‘Maar dat is niet nodig.’
‘Niet? Laat jij het dan ook door een medewerkster doen?’
‘Nee hoor, ik gebruik gewoon geen suiker.’

Bart

zaterdag 4 juli 2026

Een kookpoging

Zal ik vanavond eens koken?', vroeg ik Truus in een poging mijn sociaal huiselijke kant te laten zien. Met een vleugje voorbedachte rade natuurlijk, want ik verwachtte zoals gebruikelijk een "Nee". Die kwam dus niet. Tja…

'Hoe lang moeten die jongens eigenlijk koken?', vroeg ik wat later nadat ik na een stevige worsteling de aardappels in bad had gekregen.
'Staat geen vaste tijd voor. Je moet prikken', riep de kamer.
'Je moet prikken', mompelde ik de herhaling.
'En dan?'
'Dan kun je voelen of ze gaar zijn.'

'Met hoeveel kracht moet ik ze prikken?'
'Je moet iets weerstand voelen.'
'Waar moet ik dat voelen?'
'In de aardappel.'
'En waarmee moet ik prikken?'
'Met je vinger!', klonk het zuchtend.

'in het kokende water?'
'Nee Bart, met een vork.'
'Oké. Ik heb drie keer geprikt. De aardappel is nu stuk. Bedoel je dat?'
'Nee, je prikt in een aardappel en dan moet hij er zo doorheen gaan.'
'Jawel, maar je moet weerstand voelen, toch?'
'Ja, een beetje weerstand.'

'Heb je al weerstand?'
'Van jou!', grinnikte ik. 'Moet ik nu een ander slachtoffer prikken?'
'Heb je de boontjes al opgezet?', vroeg ze.
'Moet ik die ook prikken?'
'Nee, proeven.'
'Hoe dan?'
'Met je mond. Denk je ook nog aan het vlees?'
'Constant schat.'

'Wil je even mijn telefoon brengen?'
'Hoe dan?', vroeg ze. 'Ga je een hulplijn bellen?'
'Nee, de chinees. Want zoals gezegd: Ik kook vanavond.'

Bart


donderdag 2 juli 2026

klokkijken

'Heb jij toevallig nog iets van mijn moeder gehoord?', vroeg Truus. We zaten aan tafel de dag door te nemen ondersteund door een kopje koffie en een speculaasje.
'Nee, het is lekker rustig de laatste tijd. Ze begint het te snappen', zei ik.
'Hoe bedoel je?'
'Nou, dat mijn pensioentijd echt van mij is en ik daar de volledige regie over voer.'
'Hm, volgens mij doen we dat samen', stelde ze. 

'Je moet dat speculaasje niet zo lang in de koffie soppen!', waarschuwde ze. 
'Kijk, dat bedoel ik. Het is mijn tijd.' Ik trok een bijbehorend gezicht.
'Dan sop lekker verder', riep ze.

'Ik snap er niks van.'
'Waar snap je niks van?'
'Van mijn moeder. Daar hadden we het toch over?'
'We hadden het over mijn pensioentijd in combinatie met mijn speculaasje.'

'De ene week loopt ze de deur plat, de andere week zie je haar niet', ging ze verder.
'Gemiddeld toch nog te veel. Uurtje in de week is meer dan genoeg.'
'Dat zei ik indertijd toch ook niet over jouw moeder?'
'Mijn moeder kwam gemiddeld een kwartiertje per week.'
'Hm, je was altijd al slecht in klokkijken.'

'O, nou gaan we het nu daar over hebben?', vroeg ik.
'Ja, je kunt amper tot drie tellen.'
'Slaat helemaal nergens op.'
'O nee?', lachte ze. Kijk dan maar eens in je kopje. Je speculaasje moest te lang wachten en is inmiddels verdronken.'

Bart


woensdag 1 juli 2026

Gevaar

‘Heb je wat te doen vandaag?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

Ik schaarde deze vraag meteen onder de categorie “naderend gevaar” en behandelde hem ook als zodanig. Ik heb namelijk een kleine vijftig jaar ervaring en ben er qua klusjes ontelbare keren met open ogen en bovendien met beide voeten ingetrapt. Voorzichtigheid dus.

‘Ja, ik heb wel wat te doen’, blaatte ik.
‘Zoals?’, vroeg ze. 

Tja, nu oppassen Bartje, oppassen.

‘Eh.. de auto moet een wasbeurt, oprit vegen, misschien nog even de fietsen poetsen. En, o ja, ik denk erover om vandaag ook de garage eens goed schoon te maken. Alle spullen eruit, vegen, soppen kortom een flinke beurt.’
‘En dat ga jij allemaal doen vandaag?’
‘Nou ja, ik weet niet of ik alles ga redden, maar ik ga zo wel aan de gang.’

‘Oké’, zei ze. 
Dat zegt ze meestal als ze een teleurstelling verwerkt. Ik zat dus op koers. 
Wat ben je toch slim Bart, wat ben je toch slim.

‘Ja, volle bak Truus. Weinig ruimte voor andere zaken. Of had jij nog een klus?’
Dat moet je dan natuurlijk nog wel even vragen.

‘Nee hoor, het was gewoon puur uit belangstelling. Ga maar snel aan de gang, anders ga je het niet redden.’

Pffft, ik leer vrouwen nooit begrijpen.

Bart