Kaas
‘Als er niks meer is, dan is het op.’
‘Vreemd, ik zou toch zweren dat er gisteren nog een stukje in de kaasbak lag.’
Ik kreeg het gevoel dat er doordringend naar mij werd gekeken.
‘Gisteren?’
‘Ja, gisteren. Direct na onze lunch heb ik de bak met dat resterende stukje in de koelkast gelegd.’
‘Kan de koelkastdeur ook van binnen uit open, denk je?’
‘Wat is dat nou voor een vraag!’
‘Ik bedoel, stel dat je in de koelkast zit, kun je er dan ook uit?’
‘Bart, sorry hoor. Wat moet ik hiermee? Heb je je pillen wel ingenomen?’
‘Jazeker. Hoezo?’
‘Omdat je zo raar zwetst.’
‘Zwetsen? Omdat ik vraag of de koelkastdeur van binnenuit open kan?’
‘Bart, even voor de duidelijkheid: de kaas kan niet uit eigen beweging de koelkastdeur openen.’
‘Oké, dan is het probleem opgelost.’
‘Wat nou opgelost?’
‘Lijkt me simpel. Dan moet hij van iemand hulp hebben gehad.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten