Knutselen
‘Nee, Truus is mijn moeder niet.’
‘Ik bedoel voor je schoonmoeder?’
‘O, die. Nee, niks gekocht. Ik maak altijd zelf dingetjes. Is leuker!’
‘Jij, knutselen?’
‘O ja hoor, je hebt geen idee wat je allemaal met wasknijpers kan doen.’
‘Wasknijpers?’
‘Ja, wasknijpers. En dan bij voorkeur Holleders. Bajeskwaliteit!’
‘En wat knutsel je dan?’
‘O, van alles. Papierbinders, schilderijtjes, kapstokjes…’
‘Zo, dat wist ik niet. Hoor ik Truus nooit over!’
‘Het is één van mijn verborgen talenten. Ik heb er nog meer, maar dat blijft tussen Truus en mij.’
‘O, die heeft mijn Joop ook. Of eh… had ie. Maar je weet maar nooit met Moederdag. Dan word je verwend, toch?’
‘Maar wat heb je voor je schoonmoeder geknutseld?’
‘O, niet veel bijzonders hoor. Ik had vorige week ruzie met haar dus…’
‘Dus krijgt ze niet veel’, lachte ze.
‘Klopt, maar we gaan ook niet met lege handen.’
‘Kijk, dat is dan weer leuk. Ruzies moet je meteen goedmaken.’
‘Klopt Annie, daarom heb ik extra mijn best gedaan. Ik heb van wasknijpers een galgje gemaakt. Voor op het dressoir. Als aandenken.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten