Ik had het meteen door: zijn verhaal over een mogelijke deelname aan de Nijmeegse vierdaagse berustte naar mijn idee meer op een zeepbel dan op realiteit.
Ik sprak hem bij ons voor de oprit waar hij de handrem had aangetrokken omdat het inwendige koelwater met stralen van zijn kale hoofd gutste. Hij vroeg, nee, smeekte om wat fris water omdat hij volledig door zijn voorraad heen was. De bodem van zijn drinkwater was niet alleen bereikt, hij had hem er bijkans ook uitgezogen.
Hij was bezig met de training want vier dagen lang ongetraind de vijftig lopen valt nu eenmaal niet mee. Hij had er inmiddels ruim tien opzitten toen hij uitgeput en leeg op onze oprit landde.
Snel vulde ik met de tuinslang zijn drinkbus en evensnel dronk hij hem leeg waarna de fontein opnieuw begon te spuiten. Het zag er niet uit.
‘U mag wel even op het bankje zitten’, nodigde ik hem uit en wijzend op ons houten bankje bij de voordeur. Hij nam plaats en na het nogmaals wissen van zijn voorhoofd greep hij naar zijn heuptasje en trok zijn telefoon tevoorschijn.
Na een vluchtige blik op ons huisnummer belde hij, gaf het adres door waarna er vijf minuten later een auto stopte. Hij bedankte mij, stapte in waarna de bestuurster de auto de sporen gaf om hem de resterende veertig kilometer in alle rust te laten trainen.
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten