Hoi Bart, zijn jullie thuis vandaag?’ Voor mij stond Agnes, onze buurvrouw. Ze zag er wat gehaast uit: half opgemaakt, haren wat warrig, kortom, die kwam net uit bed.
‘Verwacht je iets?’
‘Ja, een pakketje. Ik heb alvast een voorschotje genomen en gemeld dat ze het bij jullie af moesten geven maar natuurlijk helemaal vergeten het jullie te vragen.’
‘Dus kom je het nu vragen’, lachte ik.
‘Ja, en? Zijn jullie thuis?’
‘Nou, dat ligt eraan.’
‘Waaraan? Het weer zeker. Wilden jullie gaan fietsen? Natuurlijk, stom, niet aan gedacht.’
‘Nee hoor, het ligt aan het soort pakket.’
‘Aan het soort pakket? Hoe bedoel je. De inhoud?’
‘Nee, het gewicht. Is het zwaar?’
‘Nee, denk het niet.’
‘Ik hoor enige twijfel?’
‘Ach nee joh, wat weegt zo’n dingetje. Alhoewel, er zitten wel oplaadbare batterijen in.’
‘Zijn die vol of leeg’, vroeg ik. ‘Vanwege het gewicht.’
Truus verscheen ten tonele.
‘Morgen Agnes, is Bart weer moeilijk aan het doen?’
‘Nee hoor, ik vroeg of jullie thuis zijn voor het aannemen van een pakketje. Bart vroeg naar het gewicht.’
‘Gewicht? Hoezo gewicht?’ Ze keek mij aan.
‘Nou ja, ik mag met drie hernia’s niet te zwaar tillen.’
‘Hoe zwaar is het?’, vroeg ze.
‘Geen idee. Het is een nieuwe satisfyer. Wat weegt zo’n ding?’
‘O, die weegt vast minder dan een kilo. Die kan Bart prima tillen.’
Bart
