Ik zag hem over de straat zwalken in het vroege ochtendlicht. Ziel onder de arm en aan het eind van zijn andere zijn hand met daarin de riem van zijn hond. Iets van wat ooit een vrolijke tekkel geweest moest zijn en nu futloos een meter achter “de baas” aansukkelde. De heer Sjaak Jansen, buurtgenoot.
Sinds een paar maand was deze Sjaak weduwnaar. Zij, Hannie, had het leven gelaten zoals wij dat eigenlijk ooit onszelf zouden wensen: plotseling. Om klokslag tien hield ze het na een kleine tachtig jaar voor gezien. Nét op het moment dat je doorgaans een koffiemomentje beleeft.
De buurt sprak van een “mooie dood”. Sjaak niet. Niet dat Sjaak haar een zwaarder einde had toegewenst, maar wel één waarbij hij op waardige wijze afscheid had kunnen nemen. Zelfs een simpel “tot ziens” was uitgebleven en hem niet meer gegund.
De buurt heeft hem liefdevol opgevangen maar zoals dat gaat, ook weer losgelaten omdat het leven nu eenmaal zijn beloop moet hebben.
‘Gaat het een beetje, Sjaak?’, vroeg ik hem terwijl ik de bezem stilhield. Hij keek me aan met een meewarige blik.
‘Ja hoor Bart, het gaat prima.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten