Totaal aantal pageviews

vrijdag 31 juli 2026

Een parkeerkaartje

Ik zag het meteen: het moet een volledige mislukking zijn geweest. Ik heb het over een ordinaire schreeuwerige dame die vermoedelijk met een doe-het-zelfpakketje haar lippen iets meer volume had willen geven. 

Ik stond naast haar pal voor zo'n automaat waar je je parkeerkaartje in één van de aanwezige gleuven moet duwen om het verschuldigde bedrag op een scherm te toveren en af te rekenen. Ik heb altijd ruzie met die apparaten want ik snap ze niet. Volgens Truus ligt dat aan mij. 

'Je moet hem in die gleuf drukken', riepen de lippen.'
'Gebeurt niks', zei ik. 'Hij komt zelfs terug.' 
'Moet je hem omdraaien', schreeuwde ze. De lippen vermorzelden de aanwijzing.
'Zo?', vroeg ik terwijl ik hem omdraaide.'
'Nee, andersom!'
'Dat heb ik net geprobeerd.'
'Nee, doe nou maar. En opschieten ik heb haast.' 

'Je mag wel eerst', stelde ik voor.
'Schuif hem er nou maar in.' 

Ze draaide zich om richting parkeerplaats. 
'Piet!!! Pietjeeeee!!!! Rij de wagen hierheen. Duurt nog!!!'
'Kijk dan, het werkt niet hoor.'
'Hoe sta je hem nou om te draaien dan?'
Ik deed het voor.

'Ik zei toch omdraaien. Je draait hem niet om.' Ze beet bijna haar lippen stuk.'
'Nou ja', probeerde ik.
'Geef hier!', riep ze terwijl ze het kaartje uit mijn handen trok.
'Kijk, zo moet hij erin.' Ze duwde hem er op haar manier in. 

We keken verwachtingsvol naar het scherm. De hatelijke nul bleef nul. Het kaartje werd weer uitgespuugd.
'Kloteding.' Ze balde haar vuist en sloeg tegen het apparaat. De lippen trilden van de dreun.

'Doet ie het niet Bart?', hoorde ik Truus achter mij. Ze kwam polshoogte nemen.
'Apparaat is naar de klote!', riep hotlips boos.
'Hij blijft op nul staan', riep ik wanhopig.
'Dat zal ook wel zo blijven', lachte Truus.

'Vind jij het leuk of zo?', vroeg het lippending.
'Ja, want parkeren is tijdens feestdagen gratis.'

Bart


Vive la France (serie 2026-4) Het hondje

Ze hadden het constant over hun hondje wat aan het eind van de lijn er maar bij was gaan liggen.Blijkbaar had het in de loop der tijd voldoende ervaring opgedaan en was hij wel klaar met de veren die steeds weer in zijn achterste werden gepropt.

‘Hij ligt dan in de caravan, in zijn mandje tussen onze bedden in. Zo lief!’, vertelde het “vrouwtje”. ‘En je hoort hem ook helemaal niet, de schat.’ De heer des caravans vond het nodig deze toevoeging te plegen.

‘En als je ‘s nachts naar de WC moet? Ligt hij dan niet vreselijk in de weg?’, vroeg ik.
‘O nee, echt niet. Hij schuift zelfs een stukje op. Alsof hij het aanvoelt.’ 

‘Het is ook wel een schatje’, vond mijn Truus met een voor mij gevaarlijke blik in haar ogen.
‘Dus jullie hebben er eigenlijk niks mee te doen?’, vroeg ze.
‘Helemaaal niks, één brok gezelligheid’, bepte het vrouwtje.

‘Hoor je dat Bart?’
Ik hoorde het en had hem meteen door: kinderen de deur uit, hond de deur in. Dat ging niet gebeuren.

‘Ja hoor’, antwoordde ik zuinigjes. ‘Ik heb het helemaal gehoord.’

Die nacht werden we om een uurtje of vier ruw gewekt. Uit de caravan naast ons, die van het hondje, klonk een enorm gevloek en gescheld, gevolg door geblaf.
‘Wat was dat dan?’, vroeg mijn Truus.
‘Hm, ik denk dat de buurman naar het toilet moest en het hondje niet voldoende is opgeschoven.’

We hebben het niet meer over een hond gehad.

Bart