Totaal aantal pageviews

donderdag 6 augustus 2026

Gekuch

‘Ik heb wat last van een kriebel', merkte ik op.
'Dan moet je krabben', antwoordde Truus.
'In mijn keel. Een kriebel in mijn keel. Dan kun je niet krabben.'

'Dan moet je wat drinken', klonk haar advies.
'Heb ik net gedaan. Helpt niet.'
'Pak je een dro...' ik kuchte in haar zin.
'Wat zei je? Ik hoorde je half.'
'Een dropje. Neem een dropje.'
'We hebben geen drop.'

'Dan iets anders, een koe...' opnieuw een kuch.
'Ik verstond je niet. Een koe?'
'Koekje. KOEKJE.' Er klonk een lichte irritatie.
'Een kaakje bedoel je. Koekjes zijn op.'
'Dat bestaat n...' dit keer een dubbele droge kuch.
'BESTAAT NIET', riep ze.

'Wat schreeuw je nou?'
'Een voorschot. Omdat je het natuurlijk weer niet verstond. Je ku... ' Ik werd er helemaal gek van. Weer een kuch.
'JE KUCHTE.'
'Ja, blij dat je het nu snapt, schat.'
'Bestaat niet.'
'Wat bestaat niet?'
'Dat die koekjes op zijn.'

Ik kuchte nu een paar keer achter elkaar.

‘Het is net of er iets in mijn keel zit. Kun je eens kijken?'
'Dat heeft geen zin. Wat zou er in moeten zitten dan?'
'Kikker?', opperde ik.
'Dat klinkt anders. Een kikker. Dan moet je kwaken. Jij kucht.

Er kwam opnieuw een kriebel opzetten. Ik werd er moe van.

'Oké, laat ik het gegeven paard dan toch maar eens in de bek kijken. Open die scheur.' 
Ze keek in mijn keel.
'Zie je iets?'
'Ja, ik heb de oorzaak.' 
Ik voelde een sprankje blijdschap.
'De oorzaak van mijn gehoest?'
'Nee, de oorzaak van de lege koekjestrommel.'

Bart

woensdag 5 augustus 2026

knipbeurt

‘Zegt u het maar, meneer. Standje één, twee, drie of liever een verrassingsgetal boven de tien', lachte mijn echtgenote. Ze stond met een electrische tondeuze in de aanslag klaar om mijn hoofd te scheren. Ik zat op een krukje naast de caravan. 
'Niet zo flauw, joh. Gewoon kort. Zoals altijd.'
'Misschien kun je beter je shirt en je bovenbroek uittrekken. Anders loop je straks weer te zeuren over jeuk.' 
'Dat vragen ze bij de kapper toch ook niet? En dan zo hier? buiten?'
'Hallo, ik ben geen kapper. Trek nou maar uit. Niemand die het ziet.'

Ik stond op, trok de spullen uit en ging weer zitten. Zij trapte de tondeuze aan.

'Ik kan merken dat je geen echte kapster bent.'
'Wat mankeert eraan?'
'Je vergeet slap te zwammen.'
'Hoezo?'
'Dat doen al die kappers. Die kletsen je de oren van de kop.  Over het weer, over wanneer je met vakantie gaat.... Allemaal slap geleuter.'
'Klanten kunnen soms ook dom lullen', lachte ze.
'Ja, vind je het gek? Als zo'n kapper onzinnige prietpraat uitkraamt.... Gaat het wel goed op mijn hoofd?'
'Jawel, hoezo?'
'Ik voel die brommer over mijn hoofdhuid slippen. Staat ie wel op standje zeven?' 
'Ja Bart, op zeven.'
'Waarom zeg je niets over mijn haarkleur? Dat het erg grijs is geworden?'
'Dat weet je zelf ook wel.'
'Jawel, maar de kapper roept dat ook altijd. En ik mis het K-woord.'
'Het K-woord?'
'Ja, de K van kleuren. Of ik dan een spoelinkje wil.'
'Dat zou trouwens niet eens zo gek zijn, schat. Zwart maakt je jonger. Vroeger was je ook zwart. In je wilde-haren periode, weet je nog?'
'Ja, dat weet ik nog. Toen kampeerden we ook. Maar dan niet in een caravan, maar in zo'n lekkend hondenhok van twee bij twee. Maar de seks was geweldig!'
'Pffft', siste ze.
'Wat loop je nou te sissen?'

'Tja, het blijkt wel weer: klanten kunnen echt dom lullen.'

Bart

Scharrelen

'En, mevrouw de kok, wat gaan wij vandaag eten?', vroeg ik terwijl ik een deksel van een pan optilde.
'Gekookte wijsneuzen. Opzouten, Bart. Ga jij de tafel maar dekken.'
'Mag ik niet weten wat we eten? Hoezo mag ik dat niet weten? Ik betaal er verdorie wel aan mee.'
'Kom op, staart tussen je benen en wegwezen.' Ze duwde me de keuken uit. 
Ik vond dat het toch niet gekker moest worden.

Toen we even later aan tafel zaten tilde ik de deksels opnieuw op.
'Kijk, andijvie. En waarom mocht ik dat niet weten? Zo bijzonder is dit toch niet?'
'Nee, maar ik wens geen pottekijkers.'
'Ik doe toch niks?'
'Nee, dat is het juist. Je kunt niet koken, je wil niet koken, je wil het ook niet leren maar je hebt wel altijd commentaar.'
'Ik ben ooit door mijn moeder opgeleid als voorproever.'
'En toen heb je een baantje gekregen bij de Heineken?', sneerde ze.

'Wat vind je trouwens van het karbonaadje? Dit is een echt stukje scharrelvlees.'
'En dat is?'
'De varkens lopen vrij in de wei. Ze hebben een goed leven gehad en dat proef je in het vlees.'

Ik sneed een stukje af en stak het in mijn mond. Ze keek me verwachtingsvol aan.
'Lekker?'
'Ehhh laat ik het zo zeggen: ik proef verschil.'
'Mooi. En wat proef je dan?'
'Dat hij flink enthousiast rond de pan heeft gescharreld en compleet vergeten is om zich op tijd bij de kok te melden.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen April 2021