‘Zat ie in de bak?’, vroeg ik zonder ook maar enig idee te hebben wie of die Harmsen zou moeten zijn.
‘Nee joh, hij werkt op een booreiland. Hij is drie maanden weggeweest. Ik sprak zijn vriendin gisteren.’
‘Wie is dat dan? Die vriendin?’
‘Janine. Ach die ken je wel. Zij is de dochter van de kaasboer. Ze staat wel eens in de winkel.’
‘Kom ik nooit.’
‘Waar wonen ze?’
‘Aan de dijk. In dat witte boerderijtje. Dat hebben ze vorig jaar gekocht.’
‘En wat moet ik eigenlijk met die informatie?’, vroeg ik. Het interesseerde me geen dropje.
‘Kun je gebruiken als je straks weer gaat vegen.’
‘Hoezo ga ik straks vegen?’, vroeg ik.
‘Omdat ik dat verwacht.’
‘Hoezo verwacht je dat?’
‘Omdat je dan met voorbijgangers een nieuwtje kunt delen.’
‘Een nieuwtje?’
‘Ja, dat Harmsen terug is.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten