‘Wist jij dat de moeder van Carla hier bij ons in de straat woont? Maar dan aan de andere kant?’, vroeg ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Heb je haar gesproken?’
‘Ach ja, ze kwam langslopen en stopte voor een kletspraatje.’
‘Kletspraatje? Jij met Carla van die Porsche?’
‘Ja, een andere Carla woont hier niet. Wel een Karin, maar die heet geen Carla, rijdt met een koelkast en met haar praat ik niet.’
‘Koelkast?’
‘Ja, er staat “ignis” op de achterklep van haar auto. Dat is een koelkastmerk. Eén of ander Japans dingetje.’
‘Dus de moeder van Carla woont ook hier in de straat. Dat wist ik niet.’
‘Mooi dat ik jou ook eens een nieuwtje kan vertellen’, zei ik met een gevoel van tevredenheid.
‘Nou ja, nieuwtje. Onder een “nieuwtje” versta ik toch iets anders, Bart.’
‘O, is dat zo? Je wist het toch niet? Dan is het toch een nieuwtje?’
‘Jawel, maar het is niet erg spectaculair.’
‘Moet het spectaculair zijn, dan?’
‘Ja, dit was niet meer dan een mededeling.’
‘Wat had jij dan verwacht?’
‘Nou ja, dat ze misschien een verhouding heeft met één van de mannelijke bewoners hier in de straat?’
‘O, dat. Maar dan heb ik ook nog een spectaculair nieuwtje voor je: ik ben de enige mannelijke bewoner hier in de straat waarbij ze bot vangt.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten