‘Ik bekeek mijzelf vanochtend in de spiegel en dat was toch wel even schrikken hoor’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Kan ik mij alles bij voorstellen’, reageerde de overkant van de tafel met een kleine afsluitende glimlach.
‘Wat kun je je erbij voorstellen?’
‘Dat je schrok.’
Weer dat irritante glimlachje.
‘En waarom denkt mevrouw dat ik schrok?’
‘Nou ja Bart, laten we eerlijk zijn: de tand des tijds is behoorlijk bezig.’
‘En wie is volgens jou dan wel die zogenaamde “tand des tijds”?’
‘Ja, huhuh, de sloophamer. Wat dacht je dan?’
‘Goh Truus, wat ben je toch weer sensitief. De sloophamer.’
‘Ja schat, de waarheid is hard, keihard.’
‘Oké, dan is dit onderwerp klaar’, besloot ik.
‘Hoezo? Wilde je er nog wat over kwijt?’
‘Nou ja, jij vult voor mij in dat ik vanwege de sloophamer schrok.’
‘Ja, of wilde je zeggen van niet?’
‘Inderdaad. Ik wilde iets anders zeggen maar dat is nu niet meer van belang. Ik lig al met mijn gezicht plat op het beton.’
‘Nou ja zeg, nu stel je je wel heel erg aan. Zielig tiep. Vooruit, waarom schrok je nou zó erg dat je er hier zo’n enorm punt van maakt?’
‘Kun je het wel aan?’, vroeg ik.
‘Nou ja, ga je het nou nog vertellen? Anders ga ik soppen.’ Ze maakte aanstalten om op te staan.
‘Carla-van-de-Porsche vond vorige week dat ik er voor mijn leeftijd nog enorm goed uitzie. Toen ik vanmorgen in de spiegel keek schrok ik me dus rot: ze heeft namelijk hartstikke gelijk.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten