Totaal aantal pageviews

dinsdag 29 september 2026

Zeuren

Ze stond gewoon te zeuren. En dan bedoel ik niet een beetje, nee, echt vol gas te zaniken en dat terwijl ik haast had. En dat zijn twee dingen waar ik slecht tegen kan en er voor zorgt dat mijn remleidingen doorgeknipt raken en ik mijzelf niet helemaal meer in de hand heb.

Het zeurding stond voor de kassa van de bloemist. In haar rechterhand een telefoon en links niks want ze stond te wachten tot de bos klaar was. En dat bleek al snel een ergernisbron.

‘Mag er een papiertje omheen?’, vroeg de bloemist.
‘Het is een cadeautje’, gaf zeurkous aan.
‘Cellofaan?’
‘Misschien.’
‘Met wat sierslingers?’
‘Laat eerst eens zien?’

Er werd een meter sierslinger afgerold.

‘Is dat rood?’
‘Ja.’
‘Heeft u geen blauw?’
‘Ja hoor. Blauw doen?’
‘Laat eens zien?’
‘O, nee, dat is te hard. Heb je rose?’
‘Ja hoor, rose dan maar?’
‘Laat me even kijken. Nee, doe toch maar rood.’

‘Kaartje erbij?’
‘Zijn dit de kaartjes?’
‘Ja, u kunt de standaard draaien.’
‘Is dit alles?’
‘Nee, naast die meneer staat er nog één.’
‘Tja, welke zal het worden…’, mompelde ze. 
‘Wat zou u doen?’, vroeg ze mij.
‘Hoe bedoelt u?’
‘Een kaartje voor bij de bos. Het is voor mijn dochter. Een goedmakertje. We hadden een onenigheidje.’

De bloemist stond te wachten. Ik te balen. 

‘Deze?’, vroeg ze terwijl ze een kaartje met een “sorry” tekstje uit het rek pakte. 
‘Misschien is deze beter.’ Ze pakte een tweede. ‘Of misschien die daar….’

Ik was er klaar mee en richtte mij op de zuchtende bloemist.

‘Eh, geef mij die bos bloemen maar, ik reken het af. Voordat mevrouw hier haar keus heeft gemaakt zijn de bloemen verwelkt en wordt de ruzie met haar dochter alleen maar erger.’

Ik nam de bos over, rekende af en verliet de winkel. 
O ja, een niet onbelangrijk detail: Truus vond mij weer een kanjer.

Bart





zondag 27 september 2026

De experts

‘Ik las net in de krant dat we weer mee gaan doen aan het songfestival’, vertelde Truus tijdens ons 10 uur koffiemomentje.

‘Deden we dat dan niet meer?’, vroeg ik nadat ik mij realiseerde het niet gemist te hebben.
‘Nee, dat weet je toch wel?’
‘O, was dat niet vanwege die geschorste huppelkont met die idiote schoudervullingen?’
‘Dat was twee jaar dáárvoor. Toen móchten we niet meer meedoen. Afgelopen keer wílden we niet meedoen vanwege de deelname van Israël.’
‘Het zal, Truus. Blijkbaar kunnen we prima leven zonder die poppenkast. Nemen we nog een bakkie?’

‘Omdat het op het laatste moment tot deelname is besloten, moeten ze nu nog op zoek naar een artiest en een liedje. Het is de vraag of ze nog op tijd zijn.’
‘Wanneer wordt dat dan gehouden?’
‘In mei 2027.’

‘Schat het is nu september. Het is toch niet veel meer dan iemand van de straat plukken, een liedje van Annie MG Schmidt in laten studeren en klaar? Ik snap het probleem niet.’

‘Annie MG Schmidt?’

‘Ja, iets van haar repertoire. Dikkertje Dap lijkt mij wel geschikt. Compleet met Akkimakkie-dreun.’

‘Zo gemakkelijk gaat dat blijkbaar niet, Bart, want ze moeten volgens de krant eerst nog op zoek naar songfestival-experts.’

‘Kijk, nu snap ik waarom ze zoveel tijd nodig hebben: de zogenaamde experts zijn vanwege de resultaten uit het verleden allemaal het land uitgevlucht.’

Bart


zaterdag 26 september 2026

Een bekende

‘Ken ik u ergens van?', vroeg een dame die naast mij op een bankje in de wachtkamer plaatsnam.
'Die vraag kan ik niet voor u beantwoorden, mevrouw', lachte ik. 
'U kent mij niet?', vroeg ze.
'Nee, u komt mij niet bekent voor. Tenminste, als ik mijn kennissenrijtje de revue laat passeren, niet.'

'Mia, Mia Houtkamp', zei ze. Ze verkeerde blijkbaar in de hoop dat er accuut een belletje zou gaan rinkelen. Er rinkelde niets.
'Zegt mij niets, mevrouw.'
'Woonde u niet aan de Kerkstraat?', ging ze verder.
'Nee hoor, ik heb nooit aan enige Kerkstraat gewoond.'
'Misschien aan de Kerkweg?' Ik schudde mijn hoofd.
'Waspik misschien?'
'Nee hoor, ik heb niks met Waspik.'
'Toch ken ik u', volharde ze. 

Ik pakte een tijdschrift van het tafeltje naast mij en begon mij te verdiepen in de werking van de eierstokken van het neushoornvrouwtje. 

‘Zoals u kijkt. Die blik. Die zit in mijn hoofd gebeiteld. Ik ken u echt!’ In haar enthousiasme spetterde ze wat speeksel. Genoeg voor een geluiddicht mondkapje met een hangslot.
‘Ken jij ome Arie? Van Ans Stekelenburg? Die getrouwd is met Ru...

Ik was er nu klaar mee. ‘Mijn naam is Mark Rutte. Misschien dat u dat iets meer zegt?’, onderbrak ik haar met stalen gezicht. Haar ogen begonnen te fonkelen. 
‘Hahaha, jij kleine schavuit. Zie je wel: Dan woonde je dus tóch aan de kerkweg in Waspik!’

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen, september 2020


vrijdag 25 september 2026

Gratis

‘Bart, jij hebt van de week toch dat kaartje van de postcodeloterij voor mijn moeder geactiveerd?’, hoorde ik Truus vragen. 

Ik zat net in de ruststand te genieten van mijzelf. Dat komt niet vaak voor. Meestal ben ik druk. 

‘Je bedoelt dat groene pasje voor gratis boodschappen?’
‘Die bedoel ik. Heb je die geactiveerd?’
 ‘Ja. Hoezo? Doet ie het niet?’
‘Nou, dat is nog niet bekend.’

‘Hoezo niet bekend?’
‘Mama is vanmorgen helemaal naar de Appie gelopen en daar aangekomen bleek dat ze een week te vroeg was.’
‘Waarom is ze er meteen naar toegegaan?’
‘Weet ik veel’, riep Truus.
‘Ze was zeker bang dat ze te laat zou komen en de Appie al leeggeroofd zou zijn.’

‘Doe toch niet altijd zo negatief, Bart!!’
‘Nou ja, ik ken mijn schoonmoeder…. Het is gratis!’ 
‘Ze heeft zich gewoon vergist. Kan toch?’
‘O ja hoor.’

‘Trouwens, help me even herinneren dat ik straks naar zolder loop.’
‘Naar de zolder? Wat moet je op zolder?’
‘Even zoeken. Misschien dat we er nog één hebben liggen.’
‘Waar heb je het over? Wat “hebben liggen”?’

‘Een slaapzak. Kan je moeder volgende week een nachtje voor de Appie gaan liggen. Is ze zeker op tijd!’

Bart

donderdag 24 september 2026

Ene Joost

‘Ik sprak net Joost’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘Hij heeft een nieuwe baan.’

‘Joost?’ 
‘Ja, zeg ik toch?’
‘Wie is Joost?’
‘Kom op Bart, je weet toch wel wie Joost is?’
‘Geen idee. Maar hij heeft dus een nieuwe baan. Wat gaat Joost doen?’

‘Bart, Joost is de man van Roos. Ze zit bij de rummikub.’
‘Joost ook?’
‘Nee, Joost niet.’

‘Trouwens, bij de naam Roos kan ik mij ook niet veel voorstellen. Of is zij soms de zus van Annie. Die heet toch ook Roos?’
‘Annie?’
‘Ja, Annie Heuvel, buuf van Agnes.’

‘Annie van Joop?’
‘Ja, is Roos soms Annie’s zus?’
‘Nee, Annie heeft alleen een broer. Ronald. Die werkt bij de Appie. Als manager.’

‘En de vrouw van Ronald? Hoe heet die dan?’
‘Francine. Ze is Française. Die heeft die schoonheidssalon in de stad.’
‘En Joop van Annie? Die heeft een zus, dat weet ik zeker.’
‘Klopt, maar die heet Ans en woont in Ede.’

Ik vond dat ik moest zuchten.

‘Wat zucht je nou, Bart?’
‘Ach, ik wilde het net met jou over Joris hebben. Die heeft een nieuwe relatie.’
‘Joris? Wie is in hemelsnaam Joris?’

‘Geen idee Truus, laat ik het maar zo zeggen:  Joost mag het weten.’

Bart


woensdag 23 september 2026

dialoogje

‘Wat zoek je?’
‘Wat denk je?’
‘Je verstand?’
‘Flauw!’

‘Wat zoek je dan? Je bent toch aan het zoeken?’
‘Ik ben niet aan het zoeken.’
‘Wat doe je dan?’
‘Ik ben aan het trainen.’
‘Trainen?’
‘Ja, is dat zo raar?’

‘Hoezo ben je aan het trainen?’
‘Voor later.’
‘Wat bedoel je met “later”?’
‘Voor als ik ooit vergeetachtig word.’
‘En dan ben je nu al aan het trainen?’
‘Ja, lijkt me nuttig.’

‘En wat doe je nu dan als training?’
‘Mijn telefoon zoeken.’

Bart

maandag 21 september 2026

grapje

‘Goh Bart, mag je van Truus weer buitenspelen of heeft ze je buitengezet?’
Hij stond voor onze oprit: Joop van de Heuvel, echtgenoot van buurtgenootje Annie.’

‘Hoi Joop, wat bedoel je met “buitengezet”?’
‘Gewoon, zoals ze vuilnisbakken aan de weg zetten’, lachte hij.

‘Wil je mij vergelijken met een vuilnisbak?’
‘Nou ja, je vult hem daags met je geveeg.’
‘En dan ben ik in jouw beeld een vuilnisbak.’
‘Bart, zo bedoel ik het niet. Natuurlijk ben je geen vuilnisbak. Het was maar een grapje.’

‘Leuk grapje, Joop. Trouwens, waarom loop jij eigenlijk buiten? Hond uitlaten?’
‘Hond uitlaten? Welke hond?’
‘Een hond.’

‘Hoezo een hond?’
‘Je loopt alsof je een hond uitlaat.’
‘Snap ik niet. Hoe loop ik dan?’
‘Je rechterarm steekt een eindje naar voren. De  rest van je lichaam volgt alsof je op de rem staat.’
‘Op de rem? Rechterarm? Hond?’
‘Ja, precies! Met je rechterhand hou je de riem vast. Vandaar die arm.’

‘En wat bedoel je met de rem?’
‘Je hond trekt.’ 

Bart


zondag 20 september 2026

rugpijn

‘Morgen meneer Bart. Ik heb u de laatste tijd gemist. Was de bezem stuk?’

Ik keek op en ontdekte mevrouw Boerstoel, buurtgenootje. Ze stond aan de weg met haar hondje.

‘Morgen mevrouw Boerstoel. Nee, ik had wat last van mijn rug en dan moet ik van Truus binnenblijven.’
‘O? Is ze zo streng?’
‘Nee, zorgzaam. Ik mag dan niet vegen. Volgens haar helpt dat ven ben ik snel weer buiten.’

‘Nou, snel, ik heb je toch zeker twee maanden gemist.’
‘Ik had ook twee maanden rugpijn.’
‘Maar het is nu weer over?’
‘Ja, volgens Truus is het weer klaar.’
‘O? Bepaald Truus dat?’
‘Ja, die beschikt over uitzonderlijke gaves.’

‘O? Wat voor gaves?’ 
Ze keek nieuwsgierig.
‘Daar wil ik het niet over hebben. Privé.’
‘Hahaha, dat zal.’

‘Maar hoe kan Truus nou zien dat je genezen ben?’
‘O, mijn pen glipte gisteren uit mijn vingers, op de grond.’ 
‘En dat is dan voor haar het teken dat je genezen bent?’

‘Dat niet, maar ik bukte nét te snel.’

Bart

bietjes

‘Wat eten we vandaag, schatje?’, vroeg ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Schatje? Moet ik dat zien als een “balletje gehakt” verzoek?’ Ze keek me daarbij met van die pretoogjes aan.
‘Neu, maar dat lijkt me trouwens wel een fantastisch plan.’

‘We eten vandaag bietjes met een speklapje. Heb ik al in huis, dus.’
‘Uit een potje?’
‘Nee, speklapjes hebben ze niet in een pot.’
‘Ik bedoel de bietjes.’
‘Die komen uit de diepvries. Heeft mijn moeder vorig jaar gekookt.’

‘Oude bietjes?’
‘Nee vers.’
‘Vers van je moeder?’
‘Ja! Kan dat niet of zo?’
‘Je roept net nog dat ze uit de diepvries komen.’
‘Ja, dat kan toch?’
‘Geen idee. Je moeder roept wel vaker iets.’

‘Bart, dit heeft niks met Mama te maken maar alles met het diepvriesproces. Ingevroren spullen blijven heel lang goed.’

‘En de speklappen? Ook van je moeder?’
‘Nee, die komen uit de Appie.’
‘En hoe komt je moeder dan aan bieten?’
‘Ook bij de Appie gekocht.’

Ik moest er even over nadenken.

‘Als je moeder ze vorig jaar bij de Appie heeft gekocht, dan had jij dat nu toch ook kunnen doen?’
‘Nee, want dan had ik rode kool gehaald.’
‘Rode kool?’
‘Ja, rode kool en speciaal voor jou een tweetal ballen gehakt.’

Bart





donderdag 17 september 2026

Zuur

Had ik weer: krijg je opdracht voor het aanschaffen van een pot zilveruitjes, loop je naar de Super, pakt een mandje, loopt rechtstreeks naar de zuurgang, staan daar midden op het pad, precies ter hoogte van vak Z, twee buurtganzen met elkaar te gakken. Eén kende ik bij naam, Betsie. De ander van gezicht. Ze zat Truus wel eens in de weg tijdens de rummikub. En het daaruit voortvloeiende gejank moest ik dan na thuiskomst weer aanhoren. 

‘Dames, mag ik er even bij?’, vroeg ik.

Ze richtten zich nu op mij. 

‘Bart! Nou ja zeg, dat is ook toevallig, we hadden het net over jullie!’, riep rummikub.
‘Jullie?’, vroeg ik terwijl ik overdreven omkeek.
‘Ja, Truus en jij. Dat Truus zo’n vriendelijk mens is. Altijd zo positief.’
‘En jij vaak zo mopperig, zo zuurpruimerig’, voegde zij met de naam Betsie eraan toe.

‘Klopt, en mijn zuurgehalte hou ik graag op niveau, dus, dames, als u een stapje aan de kant doet, dan kan ik bij schap Z.’
‘Schap Z?’ 
Rummikub keek mij vragend aan.
‘Ja, ik wil graag een pot zilveruitjes.’ 

‘O! In dat geval, Bart, kun je beter naar vak A lopen.’
‘A?’
‘Ja van Augurken. Eén keer daags een zure bom houdt de zuurgraad beter op niveau dan een hele pot zilveruitjes.’

Bart


woensdag 16 september 2026

Herrie

‘Die van hierachter hebben vanavond een feestje’, bracht Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje in.
‘Die Rotterdammer?’, vroeg ik.
‘Ja, Sjon en Ankie.’

‘Wat voor feestje?’, vroeg ik.
‘Ze zijn vijf jaar getrouwd en dat vieren ze.’
‘Met Rotterdamse herrie!’, voegde ik eraan toe. 

Ik heb zo’n ongelooflijke pesthekel aan schutting-overschrijdend gedrag. 
‘Ach joh, maak je niet druk. Het zijn nette mensen, die weten zich wel te gedragen.’
‘Ja, zolang die eikel zijn muil houdt, maar ik zie het al gebeuren.’

‘Wat zie jij gebeuren?’
‘Dat er herrie komt.’
‘Wat bedoel je met herrie?’
‘Precies zoals ik het zeg: kabaal, herrie.’
‘Zal wel meevallen, Bart.’

‘Truus, eerst gebak, daarna koffie en vervolgens wordt er drank ingegoten.’
‘En dan ontstaat er herrie?’
‘Nee, dat komt pas later.’
‘Wanneer dan? Bij het tweede drankje?’
‘Nee, als de zakken chips op tafel komen. Dat vreselijke gekraak. Kan ik niet tegen.’

Bart

zondag 13 september 2026

Verontrust

‘Hé Arnold’, begroette ik een buurtgenoot die ik bij de Super tegen zijn kar liep.

‘Bart, kerel, hoe is het dan met je? Ik hoorde zulke verontrustende berichten over jou!’
‘Over mij?’, lachte ik.
‘Ja, over jou. Lies had er over.’

‘Wat zou er met mij aan de hand moeten zijn?’, vroeg ik toch ietwat ongerust.
‘Dat weet ik dan niet precies, maar het verhaal zingt rond dat het niet zo goed met jou zou gaan.’
‘In wat voor opzicht dan?’
‘Tja, daarvoor zou je de bron moeten raadplegen.’

‘De bron? Lies?’
‘Nee, mijn Lies is niet de bron. Dat is meer een  doorgeefluik.’
‘Doorgeefluik?’
‘Ja, ze hoort wat en schuift het door.’
‘Raar verhaal. Bij HopSing hebben ze een doorgeefluik, maar ik denk dat de Chinees weinig over mij te vertellen heeft.’
‘Ach nee, natuurlijk niet. Ik bedoel dat ze het aan mij heeft doorverteld.’

‘Oké, de bron?’ Ik begon toch wat ongeduldig te worden.
Hij keek mij aan en wees naar de kassa.

Tja, ik had het kunnen weten: Krul, Karin Krul, buurtroddelaarster. 

Binnen twee tellen stond ik bij de kassa.
‘Waarom vertel jij dat het niet goed met mij zou gaan?’
‘Ik?’, riep ze.
‘Ja, jij.’

‘Beste Bart, dat is niet anders dan het trekken van een conclusie.’
‘Conclusie?’
‘Ja, je bent al een week niet meer op je oprit gesignaleerd. Dus..’

Bart

woensdag 9 september 2026

Gehaktdag

‘Goh, u brengt me op een idee', merkte een dame naast mij op. We stonden naast elkaar bij de vleesafdeling van de Appie.
'Hoezo?', vroeg ik na het plaatsen van een gehakt-order.
'Gehakt. Ik denk dat ik dat vanavond ook eet. Tenminste, als u het goed vindt.' Ze keek me verwachtingsvol aan.
'Moet ik toestemming geven?', vroeg ik verbaasd.
'Nou ja, ik neem zomaar uw idee over. Ik kan mij zo voorstellen dat u dat niet leuk vindt.'
'Ik zou zo geen reden kunnen bedenken waarom ik u geen balletje gehakt zou gunnen.'

'Oké. Dan neem ik ook een bakje. Is dit trouwens half-om-half?', vroeg ze wijzend op een bakje.
'Nee, dit is puur rund. De half-om-half ligt links.'
'Kijk, u bent ervaringsdeskundige. U komt hier vaker?'
'Niet heel vaak. Meestal op donderdag. Dan doen we boodschappen.'
'Ah... kijk.'

'Mijn echtgenote loopt hier ook ergens rond. Ik pak altijd het gehakt', zei ik.
'Omdat u weet waar het ligt', lachte ze.
'Precies. En zij weet weer meer van de kaas. Daar weet ik weinig van. En dan praktisch: zo lopen we elkaar niet in de weg.'
'Ja, dat kan ook een reden zijn.'

'Maar was eigenlijk woensdag niet de landelijke gehaktdag?', informeerde ze.
'Eigenlijk wel, maar op woensdag heeft mijn echtgenote geen tijd voor gehakt.'
'Tja, dat kan natuurlijk. Ik heb dat ook wel eens.'
'Wat heeft u wel eens?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Dat ik geen tijd heb om te koken. Een mens kan zo druk zijn tegenwoordig!'
'Nou dat valt wel mee, mevrouw. Zo druk zijn wij niet hoor.' Ik glimlachte. 'Hoezo zouden wij druk zijn?'
'Nou ja, u zegt net dat uw vrouw op woensdag geen tijd heeft voor gehakt.'

'Dat heeft ze ook niet. Ze is dan druk met het braden van de karbonades.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021

dinsdag 8 september 2026

Buurtganzen

'Heb je dat ook al gezien? Die twee ganzen die hier de laatste tijd regelmatig voorbij waggelen?', vroeg mijn echtgenote. Ze keek uit het keukenraam.
'Je bedoelt Jaap van Annie en Takkie?'
'Waar heb jij het nu weer over?', vroeg ze. 'En wie is Takkie?'
'Dat is dat Takkewijf van veertien.'

'Ik zeg dus net dat er twee ganzen voorbij waggelen.'
'Waar zie jij ganzen?', ik liep naar de keuken. Ze wees.
'Geen idee wat die daar moeten. Moet ik ze wegjagen?', stelde ik voor.
'Waarom nou weer wegjagen? Die beesten doen toch niks?'
'Jawel, ze zorgen voor onrust in de buurt.' 
'Hoezo onrust? Wat zwam je nou?' 
'Nou ja, ik zit rustig mijn krantje te vreten, begin jij over die ganzen.'
'Hallo, ik heb niet gevraagd of je wil komen kijken hoor. Dat doet jouw mannelijke nieuwschierigheidsknobbel.'
'Ach ja, het ligt zoals gebruikelijk weer aan mij', mopperde ik en liep terug naar mijn krantje.

'Zou het een paartje zijn?', vroeg de keuken.
'Zijn ze geringd?', vroeg ik.
'Flauw. Ik maak een foto. Ben benieuwd wat voor een soort het is.'
'Het zijn vast Gijs en Guusje Gans uit Duckstad.'

'Ik ga ze even googelen', zei ze terwijl ze haar tablet pakte.
'Pas op want ze zijn bedreigd', deed ik leuk.
'Ah... kijk, hier heb ik ze.' 
'Waar heb je ze?', vroeg ik.
'Op de site van de vogelclub. Het zijn een paar Rotganzen', riep ze enthousiast.'
Ik slaakte een diepe zucht. 'Precies zoals ik al zei: Jaap van Annie en Takkie.'

Bart 

Copyright Brompot columns en korte verhalen juni 2021


Een keuze

‘Bart, mevrouw de Wit komt vanmiddag. Ben jij dan thuis?’
‘Wie is mevrouw de Wit?’
‘Vrouw van schilder de Wit.’
‘Dat zal. Laat ik het dan zo vragen: wat komt ze doen?’
‘O, niks bijzonders. Gewoon even op visite.’

‘Kul, Truus. Er moet een aanleiding zijn.’
‘Een aanleiding?’
‘Ja, ze komt vast niet voor niks.’
‘Heb jij nog plannen vanmiddag’, vroeg ze.
‘Nee. Maar wil je me weg hebben?’
‘Nou ja, je hoeft niet persé weg…’

‘Ik ruik iets van een voorwaarde.’
‘Wat bedoel je?’
‘Nou ja, zoiets van “je mag wel blijven maar…”’
‘Klopt. Ik wil namelijk ongestoord met haar kunnen praten, Bart.’
‘Oooo, ik snap hem. Ik mag me er niet mee bemoeien.’
‘Juist. En anders heb ik liever dat je gaat vegen of zoiets.’

‘Ha die mevrouw de Wit’, begroette ik haar die middag toen ik de oprit aan het vegen was.
‘Middag Bart. Aan het vegen?’
‘Ja, tenminste die indruk probeer ik te wekken.’

‘Kom jij er ook bijzitten?’, vroeg ze.
‘Waarbij?’
‘O, heeft Truus het niet verteld?’
‘Neu, ik hoef natuurlijk ook niet alles te horen’, lachte ik.
‘Oké, nou ja, ze heeft smaak genoeg, denk ik.’
‘Smaak?’
‘Ja, om een kleur muurverf uit te kiezen die jij erop gaat smeren.’

Bart

zaterdag 5 september 2026

Vegetarisch

‘Morgen buurman Bart', hoorde ik een stem achter mij. Ik stond bij de slager mij te vergapen aan uitdagend kijkende biefstukjes. Ik wist overigens precies wie mij in mijn nek liep te hijgen. Mevrouw Peters van 16A. Een vervelend stuk vreten met ongeleide bevliegingen. 

'Morgen mevrouw Peters. Ook aan het slageren?'
'Ja, voor mijn André. Hij wil vanavond graag een vers lapje op bord.'
'O, niet voor uzelf?', vroeg ik.
'Nee, ik ben sinds kort vegetarisch. Ik hoef dat niet meer.'

'En bevalt dat?'
'Uitstekend. Ik merk echt verschil. Ik voel mij fitter en zelfs mijn huid is soepeler geworden.' Ze tikte ter ondersteuning met haar hand tegen haar wang.

'En u loopt nu ook op plastic schoenen?', vroeg ik gekscherend.
'Ach nee', lachte ze. 'Dat gaat me te ver hoor.'

'En wat eet u nu als alternatief?'
'O, er is van alles te koop. Groenteburgers, groentelapjes, echt van alles.'
'Maar André doet niet mee? Geen behoefte aan een elastische huidje?'

'Mijn André is een eigenwijze drol. Hij moet en zal vlees eten. Maar ik heb hem gewaarschuwd.'
'Voor een algemene lichamelijke instorting?'
'Nee, dit is de laatste keer. Hij mag het voortaan zelf kopen en braden.'

'Daar zal hij niet blij van worden', veronderstelde ik. 
'Nee, dat klopt. Maar dat is zijn probleem.'
'Toch zou ik zelf lekker door blijven vegetariëen', adviseerde ik. 'Daar wordt André op den duur vast ook blij van.'
'Denkt u?'

'Jazeker, als u er soepeler van wordt...'

Bart



woensdag 2 september 2026

Tante Joke

‘Goh, wat kijk je toch somber vanochtend’, constateerde Truus toen ze mij tijdens het tien uur koffiemomentje aankeek. 
‘Is er iets?’

‘Ik heb vannacht gedroomd.’
‘Nachtmerrie?’
‘Nee, van mijn tante Joke. Je weet wel.’
‘Nee, weet ik niet. Wat dan?’
‘Je kent tante Joke toch wel?’
‘Nauwelijks.’
‘Kom op, Truus. Het is die griezel die van het spookeiland is ontsnapt.’
‘O, die. Ik vond haar altijd wel grappig.’

‘En over haar heb je gedroomd?’
‘Ja, ze dreigde mij te onterven als ik haar nog één keer spook zou noemen.’
‘Toe maar, onterven. Dat is nogal een stap.’
‘Stap? Dat is het helemáál niet, Truus. Ik zou zelfs blij zijn want wat moet ik met een spookeiland.’

‘Maar zo aan je gezicht te zien was het toch een nare droom.’
‘Klopt, ik wilde de onterving namelijk definitief regelen maar ik heb de hele nacht tevergeefs naar haar telefoonnummer gezocht.’ 

Bart

dinsdag 1 september 2026

Ene Alie

‘Zie ik het nou goed? Ben jij het, Bart?’, hoorde ik een stem achter mij. Ik liep bij de Super voor de aanschaf van een afwasborsteltje. Volgens Truus was de oude versleten en werd het tijd voor een nieuwe. Vandaar. 

Ik draaide mij om en keek in het gezicht van een dame van ongeveer mijn leeftijd. ‘Jij bent toch Bart?’, vroeg ze, blijkbaar op zoek naar een bevestiging.

‘Klopt, ik ben één van de vele Barten die op aarde rondlopen. En wie bent u?’
‘Ach, gekkie, ken je mij echt niet meer? Alie, Alie van de Sluis. Ik zat op school naast je in de bank.’

‘Kakschooltje?’, vroeg ik ontwijkend terwijl ik dondersgoed wist wie ze was. Ze had op de lagere school naast mij gezeten. Een aandachtsgeil tiep waar ik ooit een pesthekel aan had en nu op mijn gevoel afgaand, nog steeds. 

‘Kakschooltje? Lagere school bedoel je. Klas twee tot en met vier. Daarna hebben onze wegen zich gescheiden. Ik ben verhuisd en jij bent blijven zitten, toch? Hoe is het met je?’

Kijk, dat was zo’n vraag waar ik qua ontsnappingspoging wel iets mee kon. 

‘Slecht’, zei ik streng.
‘Ach, gekkie. Meen je dat nou? Wat is er aan het handje?’
‘Onze afwasborstel is vanochtend overleden. En ik moet enorm opschieten want de begrafenisondernemer kan elk moment thuis arriveren om de crematie te regelen.’

Opgelucht verliet ik twee minuten later de winkel.

Bart