De putmannen, of liever gezegd de Putman en Putvrouw wonen om de hoek. Je ziet ze niet zo vaak, zeker niet sinds hun hondje is overleden. Dat was zo’n dingetje waarbij de voor en achterkant niet goed te onderscheiden waren. Of daarmee iets mis is gegaan, is niet bekend gemaakt. Wel dat het hondje door een noodlottig ongevalletje is overleden.
Mevrouw Putman dus.
‘Bart, wat heb jij je oprit toch altijd netjes schoon. Je ziet geen stofje liggen.’
‘Dank u, mevrouw Putman. Het is natuurlijk altijd hard werken, maar dan heb je ook wat.’
‘Ja, een schone oprit’, lachte ze.
‘Niet alleen een schone oprit.’
‘O? Wat nog meer?’
‘Een tevreden gevoel, mevrouw Putman. Dat komt door een stofje in de hersens. Dat wordt door mijn veegwerk geactiveerd.’
‘Een geluksgevoel bedoel je?’
‘Nou, dat gaat mij dan weer te ver. Nee, volgens universitair onderzoek ligt er een duidelijke relatie tussen het vegen van de oprit en het activeren van het tevredenheidsgevoel in de hersenen.’
‘En dat komt door dat stof?’
‘Jazeker mevrouw Putman.’
‘Kijk, als je volgende keer weer gaat vegen, geef mij dan ook wat van je stof?
Ik kan nog wel wat tevredensheidsgevoel gebruiken.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten