‘Wat is er raar aan de hordeur?’, vroeg Truus.
Ik moest even nadenken over hoe ik het moest uitleggen aan een a-technische partner die net op dat moment een beschuitje at.
‘Hij hort wat vreemd.’
‘Wat doet ie?’
Kijk, daar had je het al. A-technisch.
‘Hij hort vreemd. Hordeur, vreemd!’, herhaalde ik.
Ze nam als antwoord een hapje beschuit.
‘Ik snap niet helemaal wat je bedoelt, Bart.’
‘Je kruimelt. Kijk eens naar die vliegen.’
‘Welke vliegen?’
‘Die zodadelijk op jouw beschuitkruimels-met-jam afkomen.’
‘Wat is daarmee aan de hand?’
‘Alles. De hordeur houdt ze niet goed tegen. Ze hadden buiten moeten blijven. Daarvoor hebben we dat ding aangeschaft.’
‘Jij maakt ook van elke vlieg een olifant!’
‘Wie? Ik?’
‘Ja, jij.’
‘Truus, er vliegen meer vliegen hier binnen dan buiten.’
‘Hm, dan heb je waarschijnlijk de deur verkeerd getimmerd.’
‘De deur verkeerd getimmerd?’
‘Ja, ik denk dat je hem om moet draaien.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten