‘Wie is mevrouw de Wit?’
‘Vrouw van schilder de Wit.’
‘Dat zal. Laat ik het dan zo vragen: wat komt ze doen?’
‘O, niks bijzonders. Gewoon even op visite.’
‘Kul, Truus. Er moet een aanleiding zijn.’
‘Een aanleiding?’
‘Ja, ze komt vast niet voor niks.’
‘Heb jij nog plannen vanmiddag’, vroeg ze.
‘Nee. Maar wil je me weg hebben?’
‘Nou ja, je hoeft niet persé weg…’
‘Ik ruik iets van een voorwaarde.’
‘Wat bedoel je?’
‘Nou ja, zoiets van “je mag wel blijven maar…”’
‘Klopt. Ik wil namelijk ongestoord met haar kunnen praten, Bart.’
‘Oooo, ik snap hem. Ik mag me er niet mee bemoeien.’
‘Juist. En anders heb ik liever dat je gaat vegen of zoiets.’
‘Ha die mevrouw de Wit’, begroette ik haar die middag toen ik de oprit aan het vegen was.
‘Middag Bart. Aan het vegen?’
‘Ja, tenminste die indruk probeer ik te wekken.’
‘Kom jij er ook bijzitten?’, vroeg ze.
‘Waarbij?’
‘O, heeft Truus het niet verteld?’
‘Neu, ik hoef natuurlijk ook niet alles te horen’, lachte ik.
‘Oké, nou ja, ze heeft smaak genoeg, denk ik.’
‘Smaak?’
‘Ja, om een kleur muurverf uit te kiezen die jij erop gaat smeren.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten