‘Bent u meneer Bart?’, vroeg een voor mij onbekende dame toen ze bij onze oprit van haar fiets stapte en het ding op de standaard trapte.
‘Vanwaar deze vraag, mevrouw?’
‘Ik wil eerst zeker weten dat u meneer Bart bent.’
‘En ik eerst waarom u dat wil weten.’
Ze keek nu langs mij heen naar onze voordeur.
‘Waar kijkt u naar?’, vroeg ik.
‘Ik probeer een naambordje te ontdekken. Meeste mensen hebben daar hun voor en achternaam op vermeld staan.’
‘Staat er bij ons niet op’, zei ik. ‘Wij houden van onze privacy. Maar nu even om het echie: wat wilt u van mij?’
‘Ik wil graag uw naam.’
‘Krijgt u niet voordat u heeft uitgelegd waarom u die vraag stelt.’
‘Oké, dan gaat het feest niet door.’
Ze pakte haar fiets, stapte op en met een chagrijnige blik verdween ze uit zicht.
Ik had net weer het veegritme te pakken toen Truus arriveerde. Ik zag meteen dat er iets aan de hand was want ze was gehaast en keek enorm blij.
‘Waar is het?’, vroeg ze.
‘Wat bedoel je?’
‘Is ze nog niet geweest dan?’
‘Wie bedoel je?’
‘De voorzitter van de winkeliersvereniging. Volgens mevrouw Boerstoel hebben wij de hoofdprijs gewonnen van de zomerloterij. En die zouden ze vanmiddag komen brengen.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten