'Die vraag kan ik niet voor u beantwoorden, mevrouw', lachte ik.
'U kent mij niet?', vroeg ze.
'Nee, u komt mij niet bekent voor. Tenminste, als ik mijn kennissenrijtje de revue laat passeren, niet.'
'Mia, Mia Houtkamp', zei ze. Ze verkeerde blijkbaar in de hoop dat er accuut een belletje zou gaan rinkelen. Er rinkelde niets.
'Zegt mij niets, mevrouw.'
'Woonde u niet aan de Kerkstraat?', ging ze verder.
'Nee hoor, ik heb nooit aan enige Kerkstraat gewoond.'
'Misschien aan de Kerkweg?' Ik schudde mijn hoofd.
'Waspik misschien?'
'Nee hoor, ik heb niks met Waspik.'
'Toch ken ik u', volharde ze.
Ik pakte een tijdschrift van het tafeltje naast mij en begon mij te verdiepen in de werking van de eierstokken van het neushoornvrouwtje.
‘Zoals u kijkt. Die blik. Die zit in mijn hoofd gebeiteld. Ik ken u echt!’ In haar enthousiasme spetterde ze wat speeksel. Genoeg voor een geluiddicht mondkapje met een hangslot.
‘Ken jij ome Arie? Van Ans Stekelenburg? Die getrouwd is met Ru...
Ik was er nu klaar mee. ‘Mijn naam is Mark Rutte. Misschien dat u dat iets meer zegt?’, onderbrak ik haar met stalen gezicht. Haar ogen begonnen te fonkelen.
‘Hahaha, jij kleine schavuit. Zie je wel: Dan woonde je dus tóch aan de kerkweg in Waspik!’
Bart
Copyright Brompot columns en korte verhalen, september 2020
