Ik keek op en ontdekte mevrouw Boerstoel, buurtgenootje. Ze stond aan de weg met haar hondje.
‘Morgen mevrouw Boerstoel. Nee, ik had wat last van mijn rug en dan moet ik van Truus binnenblijven.’
‘O? Is ze zo streng?’
‘Nee, zorgzaam. Ik mag dan niet vegen. Volgens haar helpt dat ven ben ik snel weer buiten.’
‘Nou, snel, ik heb je toch zeker twee maanden gemist.’
‘Ik had ook twee maanden rugpijn.’
‘Maar het is nu weer over?’
‘Ja, volgens Truus is het weer klaar.’
‘O? Bepaald Truus dat?’
‘Ja, die beschikt over uitzonderlijke gaves.’
‘O? Wat voor gaves?’
Ze keek nieuwsgierig.
‘Daar wil ik het niet over hebben. Privé.’
‘Hahaha, dat zal.’
‘Maar hoe kan Truus nou zien dat je genezen ben?’
‘O, mijn pen glipte gisteren uit mijn vingers, op de grond.’
‘En dat is dan voor haar het teken dat je genezen bent?’
‘Dat niet, maar ik bukte nét te snel.’
Bart

