Totaal aantal pageviews

maandag 5 oktober 2026

De Jaguar

‘Hij is mooi hè?', stelde de eigenaar vast toen ik zijn antieke bolide stond te bewonderen. Hij stond bij de Lidl op de parkeerplaats. Ik ook. 
Ik vond het een prachtige auto en zei het. 'Leuk bakkie.'
'Leuk bakkie? Het is geen zeepkist!', lachte de man.
'Nee, hij is echt mooi.'

'En in wat voor een auto rijden wij?', vroeg hij.
'Wij rijden in een Volvo.' Ik wees naar onze auto, twee parkeerplaatsen verderop.
Hij rekte zich iets en keek. 'Ook leuk', vond hij.
'Ach, niks bijzonders. Maar het rijdt prima.'
'Wat doet zo'n Jaguar nou zo in de markt?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Hm, zo rond de veertig, vijftig duizend. Maar dan heb je ook wat.'
'Hij is echt mooi', herhaalde ik.

Er klonk vanuit de verte een stevige vingerfluit gevolgd door gevloek. 
'Mijn vriendin', lachte hij terwijl hij met zijn zijden sjaaltje over het dak poetste. 
Ik keek in de geluidsrichting en ontdekte een op hoge hakken balancerend reclamebord voor de Amsterdamse wallen.

'Hé Har, kun je verd.. niet helpen? Ik loop met die volle kar te klootzakken en jij staat hier maar te lullen.' 
'Is mijn schuld mevrouw. Ik bewonderde zijn kindje. Excuus.' 
'Kindje? Welk kindje?', riep ze pissig. 'Help je nou verd.. nog?' Haar woeste wimpers lieten zijn sjaaltje wapperen. Ondertiteling was overbodig.
Hij kwam nu langzaam in beweging en opende de kofferbak.

'Ik doel op de Jag. Een prachtige auto', zei ik in een poging de stemmingsknop op positief te draaien. Ik stak ter ondersteuning mijn duim.
'Je bedoelt deze gammele krantenbak? Meneer, het is één dag rijden, twee dagen in de garage. Hij kost goud. Ik werk me helemaal kapot.'

Ik keek maar kon weinig "kapot" ontdekken. Ze oogde redelijk ongeschonden en het geluid was ook nog goed. 

'Was het maar een kindje', ordinairde ze. 'Dan kregen we tenminste nog ondersteunende kinderbijslag.' 
Ze gooide de kontklep nijdig dicht en stapte in. Hij bracht ondertussen het karretje naar de stalling, stapte ook in, stak zijn hand op en gaf toen gas.

Toen ze honderd meter op pad waren hoorde ik een harde knal waarna de Jaguar achter een deken van blauwe kwalm verdween... 
Ik kon maar tot één conclusie komen: Het reclamebord kon weer aan de weg. Madam was nog lang niet aan haar pensioen toe.

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen februari 2021



Snoeppapiertje

‘Er valt iets uit uw zak', zei ze. "Ze" was de kassajuf van de Hema.
'O', zei ik en keek om me heen. 'Ik zie niks liggen.'
'Jawel, ik zag het duidelijk. Er vloog iets door de lucht.'
'Oké, door de lucht. Waar naartoe dan?' Ik stak mijn handen in mijn beide jaszakken en voelde of ik iets miste. Ik miste niets want mijn zakken waren leeg.
Ik trok zelfs de voering naar buiten. 

'Ziet u, niks', zei ik terwijl ik aan de naar buiten hangende stukjes jaszakvoering plukte.
'Nee, dat klopt want wat er in uw zak zat, is eruit gevlogen.' Ze lachte.
'Maar waar naartoe dan?' Ik keek nogmaals om me heen. Ze kwam nu achter haar kassa vandaan en keek ook zoekend naar de grond.
'Dan moet het onder het meubel zijn gevlogen', merkte ze op. Ze zakte door haar knieën en speurde op een halve meter hoogte over de vloer. Ik zakte ook waarna we samen een inspectietochtje over de Hemavloer maakten.

'Ik zie niks hoor', zei ik.
'Nee, vreemd. Ik weet zeker dat er iets viel.' Ze was overtuigd.

'Bent u iets kwijt?', vroeg een grijze man die in zijn ene hand een doosje batterijen hield en in zijn andere hand een portemonnee.
'Er viel blijkbaar iets uit mijn zak. Ik weet alleen niet wat', zei ik.
'Geld of zoiets?' Ik haalde mijn schouders op. 'Echt geen idee.'
'Maar waarom zoekt u dan?'
'Ik zag iets vallen uit meneer zijn zak', zei de kassadame die nu nóg iets dichter bij de vloer terecht was gekomen doordat ze op haar knieën was gezakt. Ik zakte uit solidariteit ook nog een standje mee. Ook de man keek nu onderzoekend rond. 

'Ik zie alleen stof', lachte hij.
'Dat kan niet', reageerde de juf pinnig. Er wordt hier elke dag schoongemaakt.'
'Nou, ik denk dat als je hier de kasten aan de kant schuift....' zei hij op zeurderige toon.
'Schuift u thuis wel elke dag de kasten aan de kant? Nou wij niet hoor.' Ze klonk nog steeds geïrriteerd.
'Wij thuis ook niet', grinnikte ik.

Ze stond nu op en klopte wat pluisjes van haar knieën. 'Ik geef het op.'
'Ik ook', zei ik. Het kostte me enige moeite om overeind te komen en leunde op het kassameubel toen mijn oog op een rekje naast de kassa viel. Ik zag iets groens wat niet in de Hema thuishoorde. Ik bukte me iets en pakte het.

'Gevonden!', riep ik enthousiast en hield het triomfantelijk hoog.
'Een snoeppapiertje van een hoestbonbonnetje van de Aldi.'
'Nou, kijk, en die is van u?' Ook zij was enthousiast.

Ik bekeek het en dacht na over het moment dat ik het in mijn zak had gestopt. 

'Ik had vorige week een crematie. En toen heb ik een bonbonnetje genomen. Ik was wat hoesterig.'
'Dan heb ik het toch goed gezien hè', zei ze.
'Ja, inderdaad. Het moet uit mijn zak zijn gefladderd toen ik mijn hand eruit trok om mijn portemonnee uit mijn achterzak te trekken.'
'Goh, mooi dat het is opgelost.' Ze stak haar duim op.
'Ja, ik ben blij toe want je weet maar nooit.'

'U mag het wel aan mij geven hoor, dan gooi ik het hier wel weg.'
Ik dacht even na en nam toen een besluit. 'Nee, ik wil het toch nog even bij mij houden. Ter nagedachtenis.'
'Tja, daar kan ik me iets bij voorstellen. Een crematie heeft altijd impact.' Ze zei het op een mooie, gevoelige toon.

'Nou, het heeft niets met de crematie te maken hoor. Dat was maar een verplicht nummertje.
'O', zei ze.

'Nee, ter nagedachtenis aan het zeldzame moment dat ik op een zaterdagmiddag in een Hema vestiging met een voor mij totaal onbekende caissière op mijn knieën heb gelegen en op zoek ben geweest naar een totaal onbelangrijk snoeppapiertje.'

Bart