Totaal aantal pageviews

zondag 4 januari 2026

Een bankje

'Wat een heerlijk weer, vind u niet?’, vroeg een bejaarde dame die naast mij op het bankje in de Appie plaats had genomen. 
Ik was het met haar eens.

‘Het is inderdaad heerlijk weer’, beaamde ik. ‘Jammer dat het bankje niet buiten, voor de winkel staat.’ 
‘Vroeger stond hij daar’, vertelde ze terwijl ze naar buiten wees. ‘Voor de oude gevel. Dat heb ik nog meegemaakt.’
‘Ik niet. Ik weet niet beter dan dat hij in de winkel staat. En ik ben toch ook al best een beetje op leeftijd.’

‘Hoe oud bent u als ik vragen mag’, vroeg ze.
‘Ik ben van vierenvijftig. Vorige eeuw!’
‘Dat snap ik. Vierenvijftig deze eeuw moet nog komen, en die van de negentiende eeuw is al lang voorbij. U bent dus éénenzeventig’, concludeerde ze.

‘Ik mag een dame natuurlijk niet naar haar leeftijd vragen’, lachte ik.
‘Ik ben van vijftig. Vorige eeuw.’
‘Dan schelen we vier jaar.’

‘Dat is niet veel’, vond ik.
‘Inderdaad. Dat is niet veel’, beaamde ze. ‘Maar het verschil in tijd is toch ruim voldoende’, merkte ik op.
Ze keek me vragend aan. ‘Ruim voldoende? Waarvoor?’

‘Om dit bankje van buiten naar binnen te verplaatsen.’

Bart

Geen opmerkingen: