Brinta
‘De Brinta? Ik denk in het gangetje hierachter’, peuterde ik uit mijn geheugen, waar het pal achter het luikje kleinkinderen verscholen lag.
‘Ach ja, mijn man eet elke ochtend Brinta. En dat is op. En aangezien hij slecht ter been is, moet ik eraan.’
Ik keek op mijn horloge. Pauze van een kwartiertje… ik had nog drie minuten.
‘Staat het boven in het vak?’, vroeg ze.
‘Dat zou kunnen.’
‘Wilt u het dan misschien voor mij pakken?’
Ze keek zo lief dat ik het onmogelijk kon weigeren.
‘Blijft u hier maar even staan’, stelde ik voor.
Ik liep met grote passen naar de gang, graaide Brinta en wilde net aan de terugweg beginnen… Tja, de minuten vliegen..
‘Ha die Bart, zit jij tegenwoordig aan de Brinta? Weer last van je tanden? Ja, dat krijg je als je ouder wordt! Misschien een nieuw gebit? Die van Roelofs heeft ook een nieuwe set. Die is nu weer van de Brinta af.’
‘O, kijk, mevrouw Krul’, riep de dame van de rollator die achter mij aan was geslopen.
‘Goede morgen mevrouw Gosens. Ik zeg net tegen deze meneer Bart dat Brinta enorm helpt als je slechte tanden hebt.’
‘O, is dat zo? Ervaring mee?’
‘Nee hoor want ik heb nog een uitstekend gebit.’
‘Gaat niet om uw gebit, het helpt namelijk ook heel goed tegen kletspraat. Misschien straks een extra pak mee naar huis nemen?’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten