Lachen
‘Zat Krul soms achter de kassa?’
‘Hoezo?’
‘Omdat je zo moest lachen.’
‘Ach nee. Nee, er liep een klein jongetje rond.’
‘Inderdaad belachelijk’, vond ik.
‘Hij kwam op mij afgelopen met een vraag.’
‘Een vraag?’, riep ik ietwat verrast.
‘Ja, een vraag. Man wat is het toch altijd moeilijk om jou iets te vertellen.’
‘Valt mee. Hij had dus een vraag. Waar jij woont?’
‘Laat maar, het is al niet meer leuk.’
‘Echt wel, vertel nou!’
Ze slaakte een diepe zucht.
‘Hij was door zijn moeder op pad gestuurd om gebakken aardappels te pakken. Zij liep iets verderop in de Super.’
‘En toen?’, vroeg ik.
‘Ik heb hem naar de koeling verwezen. Daar liggen ze.’
‘Oké, dus toen had hij zijn gebakken aardappels.’
‘Nee, die had hij niet. Tenminste, hij kwam met een zakje terug en vroeg of dat gebakken aardappels waren.’
‘En toen zei jij ja?’
‘Nee, juist niet.’
‘Die snap ik niet’, zei ik na een momentje van nadenken. Hij had ze toch?’
‘Ja, aardappels.’
‘Die moest hij toch pakken?’
‘Nee Bart, hij zocht gebakken aardappels. En die ga je nooit in de diepvries vinden.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten