Geldingsdrang
‘Ik fietste niet hard. Jij fietste zo langzaam.’
‘Truus, ik had de teller op ruim twintig staan en toen kon ik je nog niet bijhouden.’
‘Ik reed ook ruim twintig.’
‘Jij hebt dus een heel andere “ruim” dan ik. Ik ben bekaf.’
‘Dat heet “gebrek aan conditie”.’
‘Ik noem het geldingsdrang. En dat zit in je genen.’
‘Hoezo in mijn genen?’
‘Je moeder heeft dat ook.’
‘O ja, mijn moeder.’
‘Ja, dat heb ik een uurtje geleden weer ervaren.’
‘Zet jij de fietsen in de garage?’
‘Ja, praat er maar overheen.’
‘Waar overheen?’
‘Over mijn recente ervaring met je moeder.’
‘En wat was dat dan? Die “recente ervaring”.’
‘Dat ze over elk onderwerp onuitputtelijk kan blijven doordrammen. Word je doodmoe van.’
‘Dat heeft niks te maken met geldingsdrang.’
‘O nee?’
‘Nee. Zoals ik al zei: heeft alles te maken met jouw gebrek aan conditie.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten