Vakantie
‘Op vakantie? Nee hoor, niks vakantie.’
‘O? is de caravan dan stuk of zo? Of moet hij een beurt?’
‘Een beurt? Omdat hij op de oprit staat? Jij staat toch ook wel eens op een oprit?’
‘Gaan jullie nog weg dan?’
‘Zou zomaar kunnen’, deed ik defensief. Ik ken haar.
‘Dus het is niet zeker?’, zeurde ze door.
‘Zeker, ach wat is zeker. Tegenwoordig is niks meer zeker.’
‘Je doet vervelend, Bart.’
‘Weet ja Karin, we houden het liever voor onszelf’, zei ik op zachte toon.
‘Gaan jullie soms naar een nudistencamping? Kun je rustig vertellen hoor. Mijn lippen zitten op slot.’ Ze ondersteunde het met een horizontaal beweginkje langs haar mond.
‘Oké dan’, zuchtte ik. ‘We gaan op trainingskamp.’
‘Trainingskamp?’
‘Ja, een veertien dagen durende cursus.’
‘Wat voor een cursus dan? Of mag ik dat niet vragen?’
‘Jij mag dat vragen, Karin.’
‘Het betreft de training “hoe ontwijk ik lastige en nieuwsgierige buren”. Ik zoek trouwens nog een proefpersoon. Iets voor jou?’
Bart
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten